


Omschrijf in drie zinnen wie je bent en wat je nu doet en waar je woont.
Mijn naam is Frans Groen. Bij de
oude Poeldijkers beter bekend als Meester Groen. Ik ben al een ouwetje, geboren
in 1920 in Wateringen. Ben getrouwd in 1946 met Truus Nietvelt, ook een
Wateringse. We hebben 5 kinderen die in Poeldijk op school geweest zijn en
inmiddels hun bestemming gevonden hebben. Mijn beroep was onderwijzer. In de
oorlogsjaren werkte ik als zodanig achtereenvolgens in Wateringen, Oostvoorne en
Abbenes in de Haarlemmermeer. Na de bevrijding in Den Haag Daarna in 1954 als
Hoofd van de Chr. school aan de Monsterseweg. In 1982 hield het op en ging ik
met pensioen.
Waar heb je gewoond
in Poeldijk?
Ik woonde met mijn gezin in het schoolhuis aan de Monsterseweg. Daar heb ik zo
lang gewoond en gewerkt dat ik echt een Poeldijker werd en me nog steeds
interesseert met alles wat er in Poeldijk gebeurt.. Daar ik in een ambtswoning
huisde, moest ik deze na mijn pensionering verlaten. Tot mijn spijt kon ik in
Poeldijk geen andere woning vinden en kwam zo in Wateringen terecht.
Wie waren je
vriendjes/vriendinnetjes?
Wat woonde ik als kind heerlijk in Wateringen. Aan de rand van het dorp. Overal
weilanden Wij waren met alle buurjongens bevriend en speelden op de Poeldijkse
weg naar hartelust.. Toen nog een weg met een paardenpad in het midden en aan
beide kanten een sloot Er waren nog geen auto’s. Alle jongens waren vriendjes
met elkaar, waarvan het merendeel katholiek was, maar daar gaven zij en wij niet
om.
Ook op de vervolgscholen in Delft en Den Haag waren er jongens waarmee ik
bevriend raakte. In Delft Kees van Leeuwen van Huis ten Dorp in Schipluiden en
Niek van en Bergh, wiens vader conciërge van het Prinsenhof was. Op de Kweek
Theo van Barneveld, met wie ik op de mulo al bevriend was.
Maar mijn beste vriend was Jan Oosterhoff, die ik leerde kennen toen hij in
Wateringen kwam wonen op de gewezen boerderij Rhijenhove. Heel ons leven zijn
wij bevriend gebleven. Enige maanden is hij en kort na hem zijn vrouw overleden.
In Poeldijk gingen wij met de ouders en leden van de school hartelijk om. Ons
gezin was erg bevriend met de families van Koos de Zeeuw aan de Zeeuwlaan en van
Jo Kuivenhoven aan de Cubalaan.
Heb je op een
vereniging gezeten?
In mijn jeugd heb ik zoals gebruikelijk vanaf mijn twaalfde de jeugdverenigingen
bezocht en van deze diverse bestuursfunktie´s vervuld. Het voetbalplezier is aan
mij voorbij gegaan. Mijn broers waren verwoede leden van K.M.D.. Eén van hen
behoorde zelfs tot de oprichters van deze Wateringse club. En natuurlijk moest
ik ook meedoen. Een tegenstander miste de bal, maar raakte wel mijn scheenbeen.
Ik was dermate gekwetst dat de lust tot voetballen mij voor altijd vergaan is.
Helemaal onsportief was ik niet: in de winter was ik een verwoed schaatser en in
de zomer een dito zwemmer.
In Poeldijk was ik lid van het Oranjecomité.dat ik ca. 1955 heb helpen
heroprichten met de presidentes van de vrouwenverenigingen: mevr. De Backer,
mevr. Troost, mevr. Flühr en de collega´s Verschoore, zusters Angela en Hortense.
Het was ons vooral te doen om op Koninginnedag voor de kinderen een feest te
organiseren. Mevr. De Backer was presidente en ik secretaris/ penningmeester
Bekend daarbij waren de aubades voor het bordes van de Boerenleenbank. Toen dhr
Verschoore overleed nam ik het dirigeerstokje van hem over. De meeste kinderen
van de scholen in het dorp zullen mij daarvan nog wel herinneren.
Waar ging je op
school?
Heel mijn leven heb ik scholen bezocht. De eerste was de kleuterschool, daarna
de lagere school. Beide aan de Heulweg in Wateringen. Daarna de Mulo aan de Hugo
de Grootstraat in Delft. Dan als leerling op de Kweekschool voor Onderwijzers en
Onderwijzeressen : thans opgewaardeerd tot Paedagogische Academie. In 1940 deed
ik eindexamen , maar was enige tijd zonder werk, welke tijd ik benutte met het
werken bij mijn broer in de tuin.
Wie was je favoriete
leraar/lerares en waarom?
Mijn favoriete leraar was meester Ouwendijk, hoofd van de lagere school in
Wateringen.
Hij had een natuurlijk gezag over de kinderen. En was erg geliefd . Hij gaf
uitstekend zangles, en leerde ons zingen op noten. Wij zongen twee- en soms
driestemmige liederen. Heel mijn leven heb ik daar plezier van gehad.
Welk plekje in
Poeldijk is jou het dierbaarst?
Het dierbaarste plekje vond ik wel de Steeg een smal paadje recht tegenover ons
huis aan de Monsterse weg dat uitwam op de laan die thans de van Ruyvenlaan
heet. Daar heb ik ’s zondagmiddags heel wat gewandeld met mijn kinderen.. Over
de smalle paadjes tussen de tuinen door liepen wij dikwijls naar de Madeweg of
Vredebestlaan. Bijzonder was dat langs die laan een tamelijk hoge wal lag van
afval van tomatenplanten dat door naburige tuinders in de loop van tientallen
jaren daar hadden gedropt. De wandeling leidde dikwijls over particulier gebied,
maar de eigenaars kenden mij en in plaats van ons tegen te houden leidde dat
dikwijls tot een praatje. Thans is de situatie daar geheel veranderd. Het gebied
is geheel ontsloten.
Waar deden jullie de
boodschappen?
In onze Poeldijkse tijd behoefden wij geen boodschappen te doen. Alle
leveranciers kwamen nog aan de deur.
Voor onze kruidenierswaren gingen wij naar de winkel van Teus Westbroek. Dat was
op één na onze naaste buurvrouw..Zij had van alles te koop. Tot aan een
aspirientjes toe. Meestal stuurden we de kinderen met het boodschappenboekje
.Daarin had moeder de vrouw de benodigde boodschappen opgeschreven. Vrijdags
leverden wij het boekje in . Johan, de man van Teus telde alle bedragen op,
waarna op zaterdag de schuld werd betaald.
Als bakker hadden wij Wim van Gaalen uit Monster die elke dag met de mandenfiets
ons van brood voorzag. Onze melkboer was Niek van der Valk die met zijn ijzeren
hond de Monsterseweg onveilig maakte, als hij dat voertuig op de weg parkeerde..
De slager was Scholten, die na een daartoe gepleegde telefoontje het verlangde
snijwerk door een van zijn dochters per ommegaande liet brengen. En op vrijdag
naar Kees Disselkoen in de Nieuwstraat voor het wekelijkse portie gebakken vis.
Wie zou je nog wel
eens willen terugzien?
Ik zou nog wel eens de grootouders van mijn leerlingen willen terugzien, die mij
veel wisten te vertellen over het vroegere Poeldijk Koos de Zeeuw, Manus Troost
en “opoe” Brand de vrouw van timmerman van der Brand. Maar ze zijn er niet meer,
het is al zo lang geleden. Wel doet het me deugd af en toe nog eens
oud-leerlingen tegen te komen, van wie de meesten ouder (vader of moeder) en
sommigen al grootouder blijken te zijn.
Wie was je idool?
Dat woord kenden wij vroeger niet. In mijn jonge jaren luisterde ik altijd naar
het Vara dansorkest o.l.v. Theo Uden Masman. Maar toen ik eenmaal de jaren des
onderscheids had bereikt was het de klassieke muziek die mij boeide, nu is dat
Ton Koopman en zijn Amsterdams Barokorkest.
![]()
Wat
vind je de leukste rubriek op de website?
Wat een moeilijke vraag. Ik vind ze alle even interessant. Maar ik moet kiezen.
Dan kies ik voor de schoolfoto’s.
![]()
Wil
je zelf nog iets kwijt?
Mijn hobby’s zijn muziek en geschiedenis. Jaren was ik organist van de Dorpskerk
in Wateringen. Regelmatig schrijf ik nog artikelen over de geschiedenis van
Wateringen: het dorp en zijn kerk. In navolging van Hans van Tol, plaats ik een
foto van mijzelf.
![]()
Aan
wie geef je de fakkel door?
Aan mijn oud-leerling Gerrit van den Bos uit de Nieuwstraat. (Woonde vroeger bij
jullie in de straat. Zijn broer Wim gaf op de vraag 'Waar woon je', als antwoord
'het Oliesteegje'. Vandaar dat
ik dat onthouden heb.)
