Ingezonden door Ton van Lier
( Artikel uit Het A.D. “Westland Dichtbij” door A van Holstein )
OUDER WESTLAND
Foto’s:
Het veilinggebouw van Poeldijk op in de nacht van koninginnedag 1966 in lichterlaaie.

De puinhoop die van de neerzethal overbleef na het blussen van de brand.
FOTO’S: SIMON E. SMIT
Vrijdagavond 29 april 1966, nu veertig jaar geleden. Het is een uur of elf. In Poeldijk zijn de laatste voorbereidingen voor Koninginnedag getroffen. Voor velen is het bedtijd, als ineens de onheilstijding door het dorp gaat. De groenteveiling staat in brand! Een ware ramp voltrekt zich voor tuinbouwend Poeldijk. In de loop van de nacht spoeden duizenden Westlanders zich naar de Nieuweweg. Om daar verbijsterd toe te zien hoe een geweldige vuurzee een enorme hal verwoest.
Veilingbrand: grote ramp voor Poeldijk in 1966
AAD VAN HOLSTEIN
De brandweer van Monster is snel ter plekke. Maar het vuur heeft in het houten fust vrij spel. Het grijpt razendsnel om zich heen. Commandant J. Oosterman ziet het met al zijn ervaring in één oogopslag. Dit is een verloren zaak. De hele neerzethal staat dan al in lichterlaaie.
Zelfs de bedrijfsbrandweer, die de veiling altijd achter de hand heeft, moet het veilinggebouw verlaten. Het kostbare materiaal moet helaas in de brandende hal achtergelaten worden. Oosterman denkt aan het vorige jaar. Toen was hij hier nog aanwezig geweest met alle brandweerkorpsen van het Westland. Om te laten zien waar ze toe in staat waren. Het was juist deze neerzethal die werd benut als het object dat verdedigd moest worden in het kader van de brandweerwedstrijden.
Oosterman kent de hal dus van binnen en van buiten. Het is een hal, die gemakkelijk van drie kanten te bereiken is. Alleen van de kant van de vaart, die langs de Nieuweweg loopt is dat onmogelijk. Het flitst door hem heen, dat wanneer de brandweer maar met één wagen aanwezig zou zijn geweest toen de brand uitbrak, ze hem met gemak hadden kunnen blussen. Maar nu is daar geen sprake van en is de brandweer genoodzaakt zich te beperken tot het nathouden van de omliggende gebouwen en het nablussen.
Oosterman besluit daarbij blusapparaten in te zetten, die op veilingschuiten kunnen worden geplaatst, zodat de inmiddels met in totaal negen wagens gearriveerde korpsen uit Wateringen, Naaldwijk en ‘s-Gravenzande, het vuur van alle kanten kunnen bestrijden. Meer mensen en materiaal inzetten heeft geen zin. Dat is vruchteloos, constateert hij.
De brand is kort na half elf ontdekt door tuinders die aan de Zwartendijk wonen, dus aan de Monsterse kant van de veiling. Ze horen in hun huis op enkele kilometers afstand van de veiling luid gekraak van de brandende, instortende hal en gaan zo snel als ze kunnen naar de plek des onheils. Er is een enorme rookontwikkeling, veroorzaakt door brandend hout van kisten en papieren verpakkingsmateriaal. Sommige toeschouwers raken er zelfs onwel door als ze de gevaarlijke dampen inademen.
In de neerzethal staan dan nog enkele honderden kisten met tomaten klaar voor de veiling. Het is niet meer mogelijk ze uit de hal te halen. Ze worden alle prooi van de vlammen. Samen met een vorkheftruck. De schade is groot, al kan men nog niet meteen de volle omvang ervan vaststellen. Het veilingbestuur, dat dezelfde avond nog in spoedvergadering bijeenkomt, ziet de toekomst van de veiling met zorg tegemoet. Voorzitter Leen Barendse is net van visite aan kennissen in Den Haag teruggekeerd, waar hij de onheilstijding heeft vernomen.
De oorzaak van de brand, die in grootte te vergelijken is met die van het Haagse gebouw voor Kunsten en Wetenschappen een jaar eerder, is moeilijk vast te stellen. Het is niet aannemelijk, zo redeneert Oosterman, dat het kortsluiting is. Het vuur is namelijk ontstaan in een apart staande stapel kisten. De beheerder van de veiling, P. Onings, heeft nog geprobeerd met een nevelspuit het vuur in de kiem te smoren. Maar dat is hem niet gelukt. Het nathouden van de aangrenzende hallen, waarmee de brandweer zich bezighoudt, lijkt oppervlakkig gezien wel gemakkelijk werk maar is het niet. Een zee van vonken waait voortdurend over de aangrenzende kurkdroge gebouwen. Pas tegen één uur is de brand bedwongen. Nog twee uur lang is de brandweer bezig met nablussen.
De volgende morgen – op Koninginnedag - valt bij daglicht te zien hoe groot de ravage is, die de brand heeft aangericht. De Poeldijkers gaan daarna wel gewoon ook naar het plein voor de kerk waar op het bordes van de Boerenleenbank loco-burgemeester M.C.G.A. de Backer heeft plaatsgenomen om samen met pastoor W. A. Nicolaas, dominee Theunissen, dominee Koster en inspecteur van politie N. van de Wurf een aubade van de schooljeugd aan te horen. Pius X, het Poeldijkse fanfarekorps zorgt voor de begeleiding, waarna iedereen wordt getrakteerd. Koningin Juliana wordt dus niet vergeten, maar de brand is wel het gesprek van de dag.
Klap voor tuinders, maar ook voor handel
Niet alleen de tuinders worden door de Poeldijkse veilingbrand ernstig gedupeerd, maar ook voor de handel is het een klap. Ook de mensen, die de verpakking en verzending van groenten en fruit voor export verzorgen worden erdoor getroffen. Dat laatste is van betekenis, omdat in de hal van de veiling Poeldijk elke dag grote hoeveelheden producten voor de export worden verpakt. Gelukkig kan tijdelijk naar andere veilingen worden uitgeweken. Het bestuur van de veiling moet een oplossing bedenken voor de aanvoer en de afzet van de tuinbouwproducten van de leden. Terwijl de brandweerkorpsen nog volop bezig zijn met het nablussen is het voor het bestuur van grote waarde, dat collegavoorzitters van Naaldwijk en Wateringen L. Zwinkels en J. Willemse als eersten alle mogelijke hulp en medewerking toezeggen. Voor het zaterdagmorgen is hebben alle Westlandse veilingen zich daar spontaan bij aangesloten. Ook exporteurs en commissionairs tonen volledig begrip voor de noodsituatie. Niet alleen komen er ook toezeggingen binnen voor snelle hup bij het opruimen van de enorme ravage, maar ook is er al een aanbod om in een recordtijd van tien weken een nieuwe hal te bouwen.
De leden van de veiling Poeldijk voeren hun producten daarna aan bij de veilingen Honselersdijk, Monster, Zwartendijk, Kwintsheul, Wateringen en Loosduinen. Die keus is gedaan in verband met de geografische ligging van het tuinbouwgebied Poeldijk. Een tuinder mag zo de dichtstbijzijnde veiling kiezen. Eenmaal gekozen kan dit niet meer worden veranderd. Voor de verpakking van de producten moet wel uitsluitend fust van de veiling Poeldijk worden gebruikt. En ook zijn alleen veilingbrieven van Poeldijk geldig, maar dat vinden alle betrokkenen logisch.