De Mussenflat

Dat Den Haag een mooie stad is, als je weet waar je wezen moet, heb ik u al eens uit de doeken gedaan. Hagenezen zijn een apart volk die vroegah in twee categorieën te verdelen waren. Dat is de deftige Hagenaar en de werkende Hagenees. Dat was duidelijk. De Hagenaar woont op het zand en de Hagenees woont op het veen. De Laan van Meerdervoort werd daarbij als scheidslijn gezien. Dat is in de loop van de laatste decennia redelijk aan verandering onderhevig geweest. De deftige sjiek is nog wel eens waar te nemen maar laat zich in vol ornaat alleen nog in de Koninklijke Schouwburg zien of wandelend in het Haagsche Bos. De Hagenees heeft van de Koninklijke Schouwburg nog nooit gehoord, zwemt voor zijn lol in het zwembad de Houtzagerij en picknickt uitvoerig bij Henk Patat en er is een nieuwe groep Hagenezen bijgekomen en die picknicken en bar B Q- en op een warme zomer zondag massaal in het Zuiderpark. Niets mis mee, iedereen heeft het naar de zin. Heel bijzonder is dat het niet mixt en de groepen volledig langs elkaar heen leven. Er is enige jaren geleden een nieuwe groep stadsgenoten aan komen waaien die een spoor van gedeukte bierblikjes achter zich laat en alle huizen hier stukadoren en weer netjes in de verf zetten. Af en toe slaan ze, met name elkaar, toch soms wat te hard broederlijk op de schouder en bezorgen elkaar dan een paar nachtjes in het ziekenhuis. Niets mis mee, moet kunnen, ’s lands eer- ’s lands wijs, zolang ze alleen met elkaar deze folklorische vriendschapsrituelen beoefenen vind ik het best.
Op faunagebied is er in de jaren dat ik hier woonachtig ben, en dat is toch al gauw 37 jaar, ook veel aan het veranderen. Wij hadden onder het zink van de dakrand een mussennest en we strooiden broodkruimels waarbij er altijd een wolkje bruine vogeltjes met zwarte befjes neerstreek en het al tsjilpend verslond. Leuk, deed me denken aan thuis op de Vredebestlaan. Totdat het stil werd en er andere vogels in zicht kwamen. Eksters bijvoorbeeld, u kent ze wel die zwarte vogels met een witte bef. Een stuk groter, meer het formaat kraai en ze maken een meer krassend geluid. In de top van de Goudenregenboom, achter in onze tuin,heeft een Eksterpaar een slordig in elkaar geflanst nest gefabriceerd.

Bij een stevige westenwind ligt het halve nest aan takken op de grond waar ik de openhaard mee kan stoken, waarvoor dank. Het zijn echter grote territorium vechters en dulden weinig andere vogels in de buurt, dag mussen.

We hebben ons nog een mussenflat aangeschaft gesubsidieerd door de gemeente maar het was vergeefse moeite. Waar ik het ding ook ophing nieuwe bewoners zijn er nooit in getrokken. Blijkbaar is de omgeving voor mussen te vijandig.

Als de Eksters een jong hebben geproduceerd is er van ’s morgens vroeg altijd een enorm kabaal ter hoogte van onze slaapkamer omdat grote kraaien het voortdurend gemunt hebben op het eksterjong. Eksters laten zich het jong niet uit het nest eten en weten het jong ieder jaar weer redelijk ongeschonden groot te krijgen. Zelfs als het jong uit het nest is gedonderd en zich verstopt onder en achter de bamboe en ander struikgewas, krijgen de katten uit de buurt het niet te pakken. De ouders laten zich al rondvliegend luidruchtig horen als er ook maar enig leven bij hun jong in de buurt komt. Stom natuurlijk, door dat gedrag is het jong door ons dus makkelijk te vinden.

Maar op het moment dat ik u dit schrijft is er zich een cultuurwisseling aan het voltrekken in mijn achtertuin. Al jaren hebben bepaalde delen in Den Haag overlast van halsbandparkieten. Deze populatie breidt zich zo snel uit dat ik op een dag opeens een enorm kabaal over hoorde komen met luid kwetterende tering halsbandparkieten. Wat een kabaal, ze waren, net als rotjochies, altijd met een groep, je trof ze nooit alleen en ze verjagen echt alles. Aanvankelijk waren we verrast als er een zagen en wezen de mooi gekleurde halsbandparkiet aan voor onze kinderen: “Kijk daar vliegt de vader of moeder van Japie”, dat was de weggevlogen kleine parkiet van mijn zoon. Maar allengs waren ze eenvoudig niet meer te ontwijken

   

Op sommige plekken in deze stad is het lawaai zelfs oorverdovend als het spul zich ’s avonds verzameld voor de laatste afspraak. Als je pech hebt word je volledig onder gescheten als je er onderdoor fietst. Click hier voor het bijgevoegde filmpje

Ze vreten alle vruchten uit de bomen, verjagen alle kleine vogels uit de bomen pakken hun nesten in en zijn ook agressieve territorium fighters. Gelukkig dat een duikvlucht van onze Ekster als voldoende is om een hele zwerm van de herrieschopers op de vlucht te jagen.

Verder heten we hier in Den Haag een hartverwarmend welkom aan de Nijlgans. Een pittig uit gevallen eend die eveneens gelijk een territorium voor zich opeist. Ze veroveren ooievaarsnesten, eigenen zich hoge schoorstenen als uitkijkposten op als hun persoonlijke business-seat. Vaak zie ik ze, onder groot kabaal, vervaarlijke duikvluchten uitvoeren om vogels die in hun luchtruim komen te verjagen. Ja, de Arabische lente is ook in Den Haag aangekomen. De Egyptische Nijlganzen eisen hun plek op.

   

Nijlganzen kraken een ooievaarsnest

Wat beide vogels als kwaliteit hebben is dat ze zich enorm snel voortplanten en zich hier blijkbaar op het gemak voelen. De huismus is hier nagenoeg verdwenen .Tijdens mijn vakantie in Zuid Frankrijk werd ik vorig jaar blij verrast door het geluid van musjes. Hele zwermen musjes op het platteland rondom de boerderijen. Ze bestaan dus nog wel, en als ik in alle stilte goed luisterde tsjilpten ze Nederlands. Het waren territoriumvluchtelingen. Een filmploeg van het programma “Ik vertrek” was in de buurt om opnames te maken.

Verder is de zeemeeuw verder de stad binnengedrongen, met name op de ochtenden dat het huisvuil wordt opgehaald. Ik weet nu van alle gezinnen in de straat wat ze gegeten hebben, wanneer ze gevreeën hebben en waar ze hun boodschappen doen en het volgende dier dat in de straat wordt gesignaleerd is de WC eend. Niet dat ik het hoef te weten maar ik moet er wel doorheen fietsen als ik naar mijn werk ga. Zakken die te vroeg zijn buitengezet zijn finaal aan flarden gescheurd en het geluid van krijsende zeemeeuwen vult de straat.

 Click hier voor het bijpassende filmpje

 

Als het vuil er ligt komt het volgende dier in Den Haag in zicht en dat is de Sloddervos. Het beest bewoont de duinen en met name de bewoners die op het zand wonen krijgen regelmatig bezoek van de sloddervos. Ook daar zijn de vuilnisophaaldagen populair bij het dier. Inmiddels zijn de bijen ook al voor een belangrijk deel verdwenen uit de tuinen. De hommel heeft nog iets van het bijenwerk overgenomen maar die schijnen dat werk niet zo goed te doen als de bijen. Met name de Kloothommel maakt er vaak een knoeizooi van.

 

De Holtor en de Muggezifter zijn ook al heel lang niet meer gesignaleerd. Telefoonmasten schijnen hun verdwijnen uit het straatbeeld te hebben versneld.

En daar zit ik dan in mijn tuintje met gele en oranje Afrikaantjes internationaal te wezen. Voor vreemde vogels hoef ik niet meer naar AVI FAUNA. Ik heb hier alle mogelijkheden om mijn vreemde talen bij te houden of nieuwe bij te leren. En zo weg mijmerend, terwijl het gekrijs van alle nieuwe exoten die elkaar aan het bevechten zijn, me het denken bijna onmogelijk maken, vraag ik me af. Hoe zou het zijn in Poeldijk? Zou de halsbandparkiet daar al zijn gesignaleerd ? Zal de eerste groene exoot ook met ontroering worden waargenomen. Zal er voor die vogel ook een netje met nootjes in de boom worden gehangen zodat er binnen een paar weken ook een zwerm op je dak landt. Er is natuurlijk een boodschapperparkiet naar Den Haag gestuurd met de boodschap: “Jongens daar is wat te halen”, en binnen de kortste keren krijg je ze nooit meer weg. Een les wil ik geven, nooit voeren, niet aanhalen, onderdruk je emotie van: “Ach wat lief”. Als je een vruchten boom hebt kan ik je verzekeren dat je er zelf niets van zal eten en dat het fruit aangevreten bij je buurman op zijn terrasje ligt.

Is het de opwarming dat het voor die vogels hier zo aantrekkelijk is. Verknoeien we het platteland dat die vogels de stad op gaan zoeken. Laten we onze welvaart te veel rondslingeren zodat er altijd wel vogels zijn die er gemakkelijk van kunnen leven. Waarom zou je het moeilijk zoeken als je het makkelijk aangeboden krijgt. Die metafoor is op van alles toe te passen. Zo, U bent weer bij en ik ben benieuwd hoe het staat met de vreemde vogelstand in Poeldijk, laat het me weten want het is onwezenlijk stil in de babbelbox. Hoe is het met de stand van de Schijtlijsters?

 

Ik vind het wel weer welletjes.

Ik wens u allen een lekkere zomervakantie.