Het is allemaal niet eerlijk

Onlangs zat ik, voor het een of ander, in mijn fotoarchief te grasduinen en kwam ik een historische foto tegen van de beste wielrenner die we ooit hebben gekend. Een foto genomen bij de huldiging van de winnaar van de Tour de France 1970 en de wereldkampioen van 1969 bij het begin van de Profronde van Honselersdijk. U begrijpt dat ik het heb over Eddy Mercx, een renner waar ik ooit al eens een verhaal over heb geschreven. Hoe hij het publiek uren heeft laten wachten voordat hij eindelijk aan de start verscheen vanwege een andere kermiskoers waar hij ook nog een zak duiten op moest halen. Hoe het publiek na afloop van de flink ingekorte wedstrijd zijn gram kwam halen bij Café Bij ’t Hof, waar Eddy zijn salaris kwam ophalen. De andere renner in de regenboogtrui is de meest onbekende wereldkampioen van de wereld de Nederlander Harm Ottenbros die in Zolder (België) die titel in 1969 had gewonnen. Dat was overigens niet de bedoeling van het peloton maar Harm was het ongelukje dat eens in de zoveel tijd in die sport voorkomt. Een ongeplande winnaar, een niksrennertje, die in de strijd tussen de kopmannen zijn kans pakt en op het hoogste platform terecht komt. Een renner die een trui draagt die als een loden last om zijn schouders hangt en die in de tijd na zijn historische overwinning bijna geen pepernoot meer gewonnen had. Een renner die publiekelijk zijn racefiets van de Zeelandbrug afgooide omdat hij het helemaal gehad had met de wielersport. Die renner dus.

 -------------------------- 

Dit  is wat Wikipedia hierover te vermelden heeft

Harm Ottenbros (Alkmaar, 27 juni 1943) is een voormalig Nederlands wielrenner.

Het grootste succes van zijn loopbaan haalde hij in 1969 toen hij in Zolder wereldkampioen werd. In de sprint versloeg hij verrassend de Belg Julien Stevens. Ottenbros beleefde weinig plezier van zijn wereldtitel. In 1970 kreeg hij last van een blessure en omdat het peloton tegen hem reed bleven verdere successen uit.

Toen Ottenbros zijn carrière beëindigde wilde hij niets meer met wielrennen te maken hebben. Hij gooide zijn fiets zelfs van de Zeelandbrug in de Oosterschelde. Pas de laatste jaren laat hij zich weer zien in het wielerwereldje.

----------------------------

Dit stuk is nog pas net begonnen en er staan al een paar zaken in die al jaren met de wielersport verbonden zijn, waar iedere wielerliefhebber ook van op de hoogte is en die deze sport ook zo interessant maakt. List en bedrog, verkochte wedstrijden en de pikorde in de sport. Juist dit soort verhalen achter de wedstrijd maken het kijken naar wielerwedstrijden zo interessant. Mijn tante zat ooit ook mee te kijken naar een wielerwedstrijd en vroeg zich verbaasd af waarom al die renners zo braafjes bij elkaar bleven fietsen en die paar renners voorop hun gang lieten gaan. Ik probeerde haar uit te leggen dat vorige week die ene renner had gelinkebald met de kopman van die andere renner. Dat die andere renner nu meegestuurd was met die ene renner omdat hij niet mocht winnen. Die andere renner moest alleen maar in zijn wiel blijven hangen zodat die ene renner steeds volop in de wind moest blijven rijden en daardoor moe werd waardoor die andere meer kans had om te winnen. Het zou ook kunnen dat het peloton, met die renners die netjes bij elkaar bleven rijden , die twee toch nog in zouden halen en dat de kopman van die andere renner dan wel de meeste kans had om te winnen. Het ging er in de wielersport namelijk om zo min mogelijk vol in de wind te rijden, eerst het broodtrommeltje van je tegenstander leeg te eten zodat je als laatste nog een boterhammetje overhad. En degene die als laatste nog een boterhammetje had won dan meestal.

Nou, ze begreep er geen ene fluit van. Wat ze wel begreep was, dat het blijkbaar niet altijd de renner was die het hardste kon fietsen de wedstrijd wint. De winnaar is de slimste, de sluwste renner , met de meeste vriendjes en uiteindelijk op de slimste momenten nog de beste benen. Dit zijn de ingrediënten die een wielerwedstrijd spannend maken, waarom er zich onderling tussen de liefhebbers hele discussies bij de t.v. afspelen. Wie is er nu met wie weg, waarom mag die andere nou niet mee, wie knijpt er wanneer in de remmen, waarom gaan die andere nou opeens allemaal op kop rijden en wie knapt voor wie het vuile werk op. Het vraagt kennis, veel wedstrijden zien, weten wat er vorige week in die en die wedstrijd is gebeurd om er een verhaal van te kunnen maken.

Ondertussen kijk je als wielerliefhebber heerlijk naar fantastische landschappen waar je bij weg kan dromen als er in de wedstrijd even niets bijzonders gebeurt . Zo heb ik heel wat landen in Europa leren kennen en veel inspiratie opgedaan voor vakantielocaties. Als ik naar tennis kijk zit ik soms uren naar een hal met mensen te kijken waar eindeloos de bal heen en weer wordt geslagen met soms akelig krijsende ‘wijven’ waar ik op den duur heel erg geïrriteerd van kan raken. Zelfs kermiskoersen waarvan iedereen weet dat er maar een paar renners mogen winnen, liefst de renner waar het meeste voor betaald is, staan de mensen rijen dik langs de kant. Of de wedstrijd nu eerlijk verloopt of niet.

Een hele plank in mijn boekenkast is gevuld met boeken over wielrennen, vol met verhalen en anekdotes. Ook de boeken van de renners die erkennen dat ze doping hebben gebruikt, ik moet het lezen, ik wil het begrijpen. Hoe slim moet je zijn, hoe moet je het organiseren terwijl er overal waakhonden op de loer liggen. Als je dat leest lijkt het soms nog kinderachtig gemakkelijk om doping te gebruiken als je maar goed op de hoogte bent van hoe alles werkt. Het leest als een spannende detective. Weten hoe het allemaal in elkaar steekt maakt voor mij het kijken naar wielrennen alleen nog maar interessanter. Natuurlijk is eerlijkheid belangrijk maar in die sport is het niet altijd eerlijk, nooit geweest, alleen als het een individuele tijdrit betreft en het man tegen man is. Maar dat zijn in feite meestal dan ook wel de saaiste wedstrijden om te zien. Wedstrijden die boeien zijn de wedstrijden met een verhaal.

Ik moet eerlijk toegeven dat ikzelf bij de beklimming van de Alpe d’Huez, in mijn jonge jaren, drie extra tarweboterhammen in mijn rugzakje had zitten, terwijl ik zei dat ik helemaal door mijn eten heen was. In de laatste kilometers nam ik mijn eerste boterham met pindakaas, een andere vriend zag dat en pakte ook nog een bammetje uit zijn rugzakje. Terwijl ook hij gezegd had dat hij alles al op had. Ik nam nog een krentenbol met jam en mijn maat toen nog een eierkoek. Ik werd boos en nam het appelpuntje dat ik beneden bij de bakker had gekocht in de mond en mijn maat had nog een klein flesje bietensap onder zijn hemd verstopt. Wij waren zo met elkaar bezig dat een andere vriend van ons er opeens vandoor ging en uiteindelijk als eerste boven was. Ottenbros was de naam. Kijk dat is wielersport.

En dan natuurlijk de wielermiss. Ook zo’n fenomeen in de wielersport, pitspoezen die de bloemen en de zoentjes mogen geven, nou ja zoenen, het zijn meer luchtzoenen met de ogen gericht op de fotolenzen in plaats van op de renner die verlegen met zijn bloemen in de lucht staat. Op de hierbij geplaatste foto ziet u ook een ronde miss en ik wil u verklappen; dat is mijn zus Ria, toentertijd de eerste miss Westland, een titel die ze had gewonnen in , jawel, Café Bij ’t Hof. En aan het stuur van de bolide onze bekende beste rallyrijder en Formule 1 coureur uit die jaren Jonkheer Gijs van Lennep.

   



Dat zij nou juist met Eddy Mercx en Harm Ottenbros op de foto staat maakt hem nog eens extra interessant. Maar het leven na deze foto gaat verder. Harm heeft zijn fiets uiteindelijk uit frustratie in de Oosterschelde geflikkerd, Eddy is inmiddels een grote dikkerd en mijn lieve zus Ria inmiddels uit het leven geknikkerd en Gijs van Lennep doet het ook niet meer. Van deze vier mensen lijkt Eddy Mercx toch weer de winnaar te zijn, de kannibaal. Ook deze foto heeft dus weer een verhaal. Vier mensen in de kracht van hun leven, winnaars, belangstelling, roem op een zwoele zomeravond, een ereronde voor het publiek, een Peter Stuyvenzandsfeertje, het leven kan niet stuk. Maar ook hier lijkt het weer niet allemaal even eerlijk. En zo is het leven, het gaat zo het gaat. Ria heeft me deze foto ooit gegeven. “Doe er maar wat mee op de site”, waar zij mij ooit op attent gemaakt had, “voor als het zo uitkomt”. Ik vind dit wel het moment dat het zo uitkomt Ria. Jij gaf niets om wielrennen, jij had andere hobby’s. Na 1 jaar Miss te zijn geweest vond jij dat ook wel weer welletjes.

 

   

 

 ----------------------------------------------
Het hiernavolgende stukje heb ik op internet gevonden, 43 jaar na dato. Alles met naam en toenaam en de uitslagen van die wedstrijd.

HONSELERSDIJK (18 augustus).1970

Profronde van HONSELERSDIJK „kreupel" door Bilsen

Wat een buitengewone stunt had moeten worden, eindigde in een soort drama. Althans voor het organiserend comite dat met steun van de Haagsche Courant niemand minder dan supervedette Eddy Merckx en verder Roger de Vlaeminck, Walter Godefroot, Jean-Pierre Monsere, Frans Verbeeck en nog een aantal Belgische wielercoryfeeën naar het Westlandse tuindersdorp had laten overkomen. Men wilde die “kanonnen" daar weleens zien, men wilde die keiharde prijsvechters wel eens in levende lijve aan het werk zien. Westlanders maken van hun hart geen moordkuil, zeggen waar het op staat. En staken daarom hun gramschap dan ook niet order stoelen of banken, toen het alsmaar later werd en men de “kooi" al wilde gaan opzoeken...

Een trieste geschiedenis. De planning was allemaal zo prachtig. In het Waalse Bilsen (in de buurt van Luik) moesten Eddy Merckx, Jempi Monsere en de andere Belgen 's avonds een criterium rijden. Manager Jan van Buggenhout had daarvoor gezorgd. Maar ook daar wilde men de Tour de France¬winnaar vieren en natuurlijk evenzeer de jeugdige wereld¬kampioen van Leicester. Kortom: de feestelijkheden daaromtrent werden gewoon afgewerkt. Met feestmuziek, met optochten, met alles wat daarmee samenhangt. Smeekbedes vanuit Honselersdijk om het toch astublieft niet te lang te maken, hielpen niet. Lak aan die “Ollaanders", onze koers gaat voor!

Tot overmaat van ramp voelde Merckx zich ook nog “verplicht" om in Bilsen de koers - werd geen meter ingekort, eerder verlengd - te gaan winnen En toen, ja toen trok het mistgordijn zich nog strakker over de “glazen stad". Want opnieuw huldigen, ontvangst bij de burgemeester, vervolgens in trainingspak met de auto's naar het Limburgse Beek en van daaruit per gecharterde “vlieger" op weg naar Zestien¬hoven bij Rotterdam.


ONGEDULDIG


Het publiek, zo'n dertigduizend toeschouwers, werd in Honselersdijk ongeduldig. Erg ongeduldig zelfs. Het had de climax bereikt na de overwinningen van adspirant Kees Sint Nicolaas uit 's-Gravendeel, van de Rotterdamse nieuweling Jan Zuijdweg, van wielrenster Bella Hage (Den Haag) en van amateur Juul Bruessing uit Bovenkerk. Een optimale wielerdag, waarvoor het Honselse publiek tot en met warm was gelopen. En de dag was nog niet ten einde, want om half elf, uiterlijk elf uur zouden de professionals met wielerwonder Eddy Merckx aan de start komen. Voor een klinkend criterium. Het werd een drama, want bovengenoemde omstandigheden deden de ,arrivee" van de Belgische renners steeds meer verlaten. Ten einde raad werd een soort intermezzo gehouden, een koersje dat door Gerard Koel voor neofiet Wim Bravenboer in de wacht werd gesleept en dat alvast een deel van de overvolle premiepot deed slinken. Het gekke was dat enkele vaderlandse prominenten zich bepaald te mooi of te goed voor dit „tussendoortje" vonden en in de bus bleven zitten. Of gunden zij bewust de kleinere renners wat? Dan is het een nobele daad, hoewel het publiek toch wel wat waar voor zijn dure geld had mogen hebben.

Eindelijk, ook nog ver na de tijdrit om de Grote Prijs Oce (door Leijn Loevestijn gewonnen in 1.36,49 over de 1300 meter, voor Leo Duyndam 1.36,72, Peter Kisner 1.37,75, Patrick Sercu 1.39,09 en de Haagse beroepsdebutant Harry van Leeuwen 1.39,42) dan de lang verbeide intocht der gladiatoren. De massa was al voor de helft naar huis, in dromen verzonken waarschijnlijk voor het werk dat enkele uren later wachtte.

Het werd een koersje van een half uur. Burgemeester Hordijk had het sluitingsuur maar wat verlegd, berustend en begrijpend voor zoveel overmacht dat zijn wielergemeenschap en de Haagsche Courant overspoelde. Kortom een wedstrijdje dat veel vergoedde weliswaar, maar natuurlijk lang niet aan de gestelde verwachtingen en zeker aan de eisen voldeed. Nu trof men het dat Monsere meteen ,oorlog" wilde schoppen, dat Wagtmans en Verbeeck, Jan Krekels, Piet van der Lans, Gerard Vianen, Jan van Katwijk en Roger de Vlaeminck alsmede Walter Godefroot die het spektakel maar eventjes won, ook hun neus aan het duistere venster wilder steken.

Volgend jaar zal men het in Honselersdijk toch zeker wel anders aanpakken. In geen geval laten de Westlanders zich met hun koers nog langer „kreupel" slaan ...
Beroepsrenners: 1. Godefroot (B.), 2. Vianen, 3. R. de Vlaeminck (B.), 4. Merckx (B.), 5. Bravenboer, 6. v. Leeuwen, 7. Kisner, 8. Koel, 9. Ser¬penti, 10. Wagtmans, 11. Gerrits, 12. Verbeeck (B.), 13. Monsere (B.), 14. v. Katwijk, 15. Sercu (B.), 16. Krekels, 17. v. d. Vleuten, 18. v. Deere, 19. Steevens, 20. v. d. Berg, 21. v. d. Kruijs, 22. Beugels, 23. Harings, 24. v. d. Lans, 25. Deelen.