Ingezonden Gedicht
Ingezonden door Bep Smits

Livapoza

(Litanie van
Poeldijkse Zaligen)
Een grote kerel, 'n flinke mens, hij was de slager, Kees de Slens.
Voor schoenreparaties ging men naar, u weet het, Dorus de Knopenschaar.
Een stukje verder zat Piet Pan, hij wist er ook het fijne van.
Al klinkt het dan een beetje lomp, Freek Vijftigschild of Freek de Flomp.
'n Zuiderwijk als Klaas de Knol en nog 'ns een was Jaap de Prol.
De politieman dat is heel gewoon, het kan niet anders, Lange Toon.
Toch liep er nog zo'n kolonel, ook zo'n grote, precies Cornel.
Hij hield de fiets zo aan de hand, riep "arree, arree, piesen aan de kant".
De eerste auto had Willem de Dot, hij reed wel eens, was vaak kapot.
Geert Thoussaint of Geert de Zij, Rooie Daan er naast en bij.
Een langer en een korter been, had Leen de Brabander, dus Kreupele Leen.
Ben Barendse noemde men Ben Sok, 'n andere Zuiderwijk, Jan Stok.
Rooie Agie, Rooie Jan, Rooie Kees en Rooie An.
Dan was er een Lamme Frans, naar Jan de Snabbel voor een dans.
Rien van Rijn of Snottebel, Blauwe Arie, u kent hem wel.
Joor de Spruit en Arie Puk, Porceleinen Bennie, wat een stuk.
En
denken we aan Willem de Breeje, we hadden ook een Mie van Tweëen.
Zwarte Cors en Willem de Prol, Jan de Spruit en ook Henk Drol.
Arie Neus en Kaatje Pis, Tien de Klos, nou heus niet mis.
Mietje Keutel en Gekke Geert, werden met deze namen vereerd.
Dorus de Kwiebus en Flip Arebei en Kees Sukker zijn er ook bij.
Willem de Span en Lau Sol, de laatste dronk zich wel eens vol.
Niek de Peen en Piet Pop, beste mensen het kan niet op.
Dan Jaap Neut en Piet de Rot, maar Sjors Kontje, altijd vlot.
Rooie Joop en Jaap de Kroot, beiden hadden iets met rood.
Parijse Jan en Kees de Beul, Engelse Wim, ach weet ik veul.
Spinaziezaad en ook Kees Fup, behoorden tot de grote club.
Na
Daam Jurk en Aad Kip,vergeten we zeker niet Ma Lip.
Bij Kee Kadet in de snoepjeswinkel, was weinig keus, maar veel gerinkel.
Daar kon men kopen voor twee cent, 'n meter drop, dat is zooo'n end.
Ook Piet Ogie en Joop de Doffer, Bolle Arie, 't wordt steeds toffer.
Nol Sijs, Joop Poep en Kris de Knijn, de grote drie, ze mochten er zijn.
Hazet, Aagt Kwebbel en J-drie, Jan Prik, Piet Put en Gekke Henkie.
Henk Kuuk, Jaap Fiat met z'n vissen, Willen de Fleem en niet vergissen.
Met Leen Hekkie en Bolle Niek, Kees de Strikkesnijer en de hele kliek.
Na Rooie Henkie van der Zanden kunnen we bij Jan Pet belanden.
Een van Elswijkbaan wordt nu genoemd en Jan daarmee posthuum geroemd.
Ook Willem de Spreeuw wordt meegeteld, Klaas Lik verzorgde het plaatsengeld.
Gehandicapt voor het normale werk, deed hij dit toch uit liefde voor de Kerk.
Ant de Plank en dan Jan Hoed, Bessie Bom en Geert Petoet.
Rooie Henk Duivenstein incluis, Arie de Strik en Willem de Pruis.
En tot slot van dit festijn, moet Piet de Kikker de laatste zijn.
Dit alles moest ik even kwijt, al is 't voltooid verleden tijd.
Oh ja, dan was er nog een type dat constant om z'n moeder riep.
Maar hoe die druiloor toen mocht heten, ik ben 70 en heb het vergeten.
Over bijnamen kan men nog lang praten, maar ik wil het toch hierbij laten.

Bedankt Bep!