In Poeldijk wordt Artillerie gelegerd.

 

Defilé van het 1-2 RA

 

In Poeldijk kwamen ook militairen. De 1e afdeling van het 2e  Regiment  Artillerie (1-2-RA) werd hier in het dorp gelegerd. Verschillende  gebouwen werden gevorderd. Twee lokalen aan de rechterkant van de Bartholomeusschool  (Het derde is later aangebouwd). Het Vincentius gebouw alwaar de staf gelegerd werd. In de Nieuwstraat op no 25 werd een Protestant – Christelijk  Militair tehuis ingericht. Dat winkelpand stond leeg. Stallen bij boer Helderman-Valk in de polder en Veldhoven in de Leuningjes. Een deel van de Bloemenveiling, het Patronaatsgebouw aan de Sportlaan,Smederij Grimbergen voor het beslaan van de paarden. Er waren 12 stukken geschut die getrokken werden  door elk 6 paarden. Bij ieder stuk ook nog een paard voor “onder de man”. De stukscommandant . Schat dus dat er 100 paarden waren. Voor ons jongeren bijzonder spectaculair. Later werden veel militairen  bij burgers ingekwartierd .Dit moest de burgemeester in opdracht van de commandant  regelen ( volgens de Inkwartieringswet) Bij de weduwe Greeve op de buurt kwamen ook twee militairen. Het ging om slaap gelegenheid. Men kreeg daarvoor een kleine vergoeding. Maaltijden kwamen uit de soldaten keuken. Naar ik meen was naast het patronaat / Gymzaal een houten keuken tegen het gebouw gebouwd. Tijdens de bezetting werden voor officieren 1,50, voor onderofficieren 0,50 en voor soldaten 0,20 cent voor inkwartiering met bed betaald, per dag.

Een afdeling Artillerie bestaat uit drie Batterijen met vier stukken geschut in Poeldijk de z.g. 7 veld. In de polder werden zand stellingen gebouwd langs de “lange sloot.”

Voor de smederij van Grimbergen

 

De mobilisatie bracht ook verandering van school tijden, door de vorderingen en ook doordat leraren werden opgeroepen. Voorlopig halve dagen school. Dat wisselde nog al eens. Vooral in de bezettingstijd. De Duitsers namen soms de hele Bartholomeusschool in beslag .Later ook wel de Josefschool en delen van het Josef huis. Er werd in veel verschillende lokalen les gegeven. In de oude openbare jongens school, waar ook een politie bureau was en stalling voor de brandweer. Later werd er ook een bijkantoor van de distributie dienst gevestigd er was een wand gebouwd van harmonicagaas met daarin dan de loketten. Les gegeven werd ook In het z.g.  E.H.B.O.. In een lokaal in de tuinbouwschool aan de Dr. Weitjenslaan en in de L.T.B. Huishoudschool in de Julianastraat werden ook lessen gegeven. Soms tijdens de bezetting gingen we weer naar de Bartholomeusschool terug.

 

Naast de school werd een schuilkelder gebouwd voor als er luchtalarm zou zijn. Naar mijn weten is er geen gebruik van gemaakt, behoudens een oefening. Ik weet niet of de meisjesscholen ook een schuilkelder hadden. Het leek mij dat er op het zandlichaam van de Jan Barendselaan ook nog wat betonnen bouwwerkjes stonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Jong geleerd oud gedaan.

Het werd levendig in Poeldijk. De spanning nam toe. Wij speelden ook soldaatje en marcheerden op onze manier door de straten, wat andere jongens weer uitdaagde.

                                                 

 

 

 

Het liep wel eens op een mini oorlogje uit. Tegen  b.v. De Leuningjes. Want ja,“soldaten” vechten. We verdedigden de Willem Aaltjesbrug. Tegen wie weet ik nog niet. We hadden van hout gemaakte geweren met een elektriciteit buisje erop gemonteerd met daarachter een elastiek. Daar schoot je dan een pijlstokje mee. Jan Mooiman kostte het zijn oog. Het was dus gevaarlijk speelgoed. De speelgoed industrie speelde ook op de mobilisatie in. Met St Nicolaasfeest  stonden allerlei militaire voertuigen en soldaatjes van blik of lood in de etalage bij Zuidervlietin de Nieuwstraat. Overal hoorde je soldaten liedjes  “Blonde Mientje heeft een hart”…. enz. “Wie heeft de suiker in de erwtensoep gedaan”. En “hie ha Generaal”.

Een klein stukje overgenomen uit een weekblaadje “De Wacht uit 1939, waarin ik alles herken:              

 “De kinderen willen alles weten van rangen en graden, van wapens en dienstvakken. Zij zoeken de onderscheidingstekenen af, zij salueeren, al doen zij het dan niet zo heel erg model”en zeggen ‘Dag kapitein” om te laten zien dat zij van de kragen der officieren alles weten. Intusschen is het soldaatje spelen meer populair dan ooit. Kleine colonnes trekken door de straten, waarvan de manschappen, één of meer  turven hoog, de zonderlingste uitrustingsstukken torsen, wat niet wegneemt,dat met behulp van een oud keukenblik toch de trom voorop gaat. Maar het verst gingen misschien de knaapjes, die wij ’s morgens naar school zien tijgen met een echte veldmuts , pasklaar gesneden voor hun kleine bol.” (Tot zover het artikeltje)                                 

Verschillende malen werden de verloven ingetrokken. De eerste keer was dat november 1939 .Nederland was paraat !!! Er werden oostelijk van de Grebbe linie  delen land onderwater gezet. Zo van “Laat ze maar komen!!!!”.Men onderschatte de Duitsers.1939 -1940 werd ook een zeer koude winter  het onderwater gezette land bevroor. De soldaten moesten ijs hakken. Zo ook mijn vader op de rivier de Waal. Ooit in1795 trok een Franse generaal, Utrecht en Holland met zijn leger binnen, over de dicht gevroren rivieren. De Russen hadden tijdens het 900 durende beleg door de Duitsers van Leningrad er weer gemak van doordat het Ladogameer dichtvroor en zij voorraden over het ijs konden aanvoeren.

 

 

De distributie.

In oktober kwam het eerste artikel op de bon. Suiker. Ook peulvruchten, een paar weken later. Echter voor korte tijd. De rijksdistributie kaart was al eerder uitgereikt. Men kreeg genoeg suiker op de bonnen. Het was eigenlijk de bedoeling van de regering om te kijken of het systeem werkte. Het werkte. Voor mijn moeder (zij beheerde het huishoudgeld) waren bonnen een kleine aanvulling op het te kleine weekloon. Zij verkocht een suikerbon voor een kwartje.

De Stamkaart van mijn vrouw.

 

 

 

 

 

 

Voor het afhalen van distributie bonkaarten. Bij afhalen werd een hokje aangekruist. Het afgeknipte hoekje is gebeurd bij het afhalen van een tweede Stamkaart. De tweede Stamkaart werd ingevoerd om onderduikers hun distributie bonnen af te nemen. Zij zouden ”door de mand vallen” bij het afhalen van bonnen. 

      

 

 

 

 

 

 

 

Je had overal bonnen voor nodig .In kranten kwamen de bonnummers welke over een bepaalde periode geldig waren. Je kon voor bijzondere gevallen een speciale vergunning krijgen voor b.v. werkschoenen, fietsbanden, extra werkkleding of zoals deze vergunning voor twee lakentjes of stof daarvoor. Dit voor de geboorte van een tweeling. Je hoefde dan geen textiel bonnen in te leveren. Dus moeders hadden een hele administratie bij te houden en te verdelen zodat niet alles direct werd opgemaakt vooral toen het steeds maar schraler werd.

 

 

 Als aanvulling op het weekgeld kwamen wekelijks mensen van de Vincentius vereniging langs. Men kreeg dan een briefje (waardebon ) voor het kopen van een paar broden. Daags voor Kerstmis werd door het Armbestuur ( van een legaat zei men ) direct brood en een bon voor vlees uitgereikt, te halen bij een door hun aangewezen slager. Van de Gemeente Monster (Crisis Comité) kregen we bonnen – je moest ze zelf halen in Monster - en kopen voor 0,11 cent. Daarop kon je dan voor die eenheidsprijs vet, boterhamworst, kaas of een stukje spek krijgen. Het was toch een tijd waar de eindjes aan elkaar werden geknoopt. En het ergste moest nog komen. Een tijd van onzekerheid, daar werd ik mij steeds meer van bewust, Pa weg en zag moeder met zorgen. Let wel, we waren natuurlijk niet de enigen.
Zo kwam - nadat eind november onze Jan is geboren - 1939 koud aan z’n eind. Op 7 December begon het in de nacht al te vriezen en op een paar dagen na de gehele maand. Op 22 December 10 graden onder nul. Vanaf 14 December tot aan 22 februari 1940 op 6 dagen na vorst met uitschieters naar -17 graden. Dat was toch kou lijden. Je stookte maar in een vertrek. Kun je het je voorstellen een vrouw alleen met 6 kinderen. Een gewone kachel en in de keuken een kookfornuis daarop verwarmde moeder ook het water voor de was. Elke dag houthakken om de kachel aan te maken en ook nog maar zien dat je het had!!! Vader schooierde altijd het aanmaak hout bij elkaar.
De hier gelegerde militairen organiseerden voor kinderen St. Nicolaasfeest. Volgens mij was er ook een hulp St. Nicolaas op de scholen. Op die leeftijd was er al twijfel of hij echt was. De militairen organiseerden ook Schaats wedstrijden op het ijs van de veiling. 1940 doet zijn intrede. Alles moet doorgaan. Piet gaat in Februari naar de lagere school. Het schooljaar begon februari ( men ging toen in februari over naar een hogere klas) en er bleven 3 kinderen op de dag thuis om te verzorgen. Dus een druk gezin zo alleen. Wassen, denk er maar aan dat er weinig droog slapers waren. Verstellen, voor het eten zorgen, en verdere aandacht die kinderen vragen, met toch in gedachte aan je man, voor toen heel ver weg, en dat er iets gebeuren kon.
Eind april werden de verloven weer ingetrokken. De inlichtingdienst kreeg steeds berichten dat er een aanval op handen was. Op een gegeven moment geloofde men het niet meer. In Den Haag was een touringcarbedrijf dat toen bloesemtochten door de Betuwe organiseerde. Vanuit Druten organiseerden de soldaten dat hun vrouwen mee konden en bij hun mannen op bezoek konden komen. Goed dat ze dat gedaan hebben. Moeder zag Pa niet eerder terug dan begin juni.