Van uit Poeldijk een rechtstreekse bus naar Rotterdam

 en een bijlage over de Veiling

Er kwam zoveel nieuw materiaal dat er op 14 september 1947 een nieuwe lijn werd geopend “Den Haag- Naaldwijk via Vlaardingen naar Rotterdam”. Een retour Den Haag –Rotterdam kostte F 2,05 Vanuit Poeldijk F 1,60.Rotterdam Schiedam en Vaardingen waren veel gemakkelijker te bereiken. Vele ouders en meisjes reisden naar Rotterdam Marconieplein want daar kwamen de jongens in de trein voorbij die werden ingescheept om naar Ned. Indië te vertrekken. Daar werden ze dan uitgezwaaid. De trein reed dan stapvoets over het plein. De dagelijkse laatste bus vertrok toen om 21.08 uit Den –Haag via Naaldwijk naar Rotterdam. Terug uit Rotterdam ging men niet verder dan Loosduinen. In 1948/49 werden de tijden wel wat later gesteld. Op deze lijn ook eens een vervelend voorval (achteraf veel om gelachen, het was dan ook komisch) Het volgende gebeurde:

Plein In Naaldwijk. Hier werd naar alle richtingen overgestapt. Als conducteur ontmoette je daar collega’s en maakte je een praatje.

 

Het eieren incident

In Naaldwijk stapte een man over vanuit de bus van 's Gravenzande naar Rotterdam. Hij had een bundeltje bij zich, geknoopt van een grote rode zakdoek. Dat lag hij naast zich op de bank. In Maasland liep de bus vol en vroeg ik aan de man of hij het bundeltje weg wilde halen. Hij lag het op de vloer van de bus. Een beetje te hard. Er liep vocht uit het bundeltje. O, jee mijn eieren riep hij. Het was warm de ramen en het dak stonden open en we reden hard, daardoor was veel wind in de bus. De man maakte het bundeltje los en voor ik er erg in had gooide hij de eieren naar buiten, maar het meeste waaide weer terug in de volle bus. Een bank er achter zat een mevrouw. Daar waaide ei en slierten ei in haar boezem. 'Conducteur doet toch wat' riep ze en ik greep naar dat ei maar dat glibberde verder naar omlaag. Terrein waar ik niet komen mag. De mevrouw was erg boos (terecht) Ze wilde een proces-verbaal laten opmaken door de politie. Dat ook gedaan. Ik moest daar getuigen. We kwamen tot veel ongenoegen van de andere passagier veel te laat in Rotterdam aan. Er nooit meer iets van gehoord.

Je werkte in een rouleersysteem tien dagen vroege dienst een dag vrij dan tien dagen laat. Je moest thuis je afrekenstaat maken. Dat was nog een heel werkje. In het begin had men kaarten zo groot als een envelop (C6). Rondom waren er gaatjes in geponst. Wel z’n 60. Door het gaatje met een tangetje open te knippen de sectie grens van en naar bestemming en de te betalen bedrag kon je de stapel met een breinaald uitzeven. Door de naald op de plaats van 0,50 te steken, vielen al die 0,50 cent kaarten er uit en kon je tellen. Soms had je wel 500 kaarten (er bestonden geen retour kaartjes) De passagiers kregen één deel van de dubbele kaart. Dan alles op een lijst noteren, optellen en afdracht chauffeur bij tellen. Daarna al je geld tellen en kijken wat je over had. Wee, als je te weinig of te veel over had. Soms uren naar de fout zoeken.

In de loop van 1948 kwam er een nieuw systeem. Je kreeg een zware aluminium  bak om je nek met daar in een stuk of tien houders met plaats bewijzen in de prijzen 0,10. 0,15. 0,20 enz. tot 2,05 cent toe. Dus voorgedrukt. Bij ieder plaats bewijs stond het aantal sectie grenzen dat je er mee kon reizen. Bij instappen stempelde je het nummer van de sectie grens op het plaatsbewijs.

Kreeg wel weinig loon, maar als je je best deed ving je een aardige fooi. En dat deed ik. Hielp iedereen in en uit de bus vanwege de hoge op en afstap. Had van vele busondernemingen en spoorwegen dienst regelingen en stratengidsen van Den Haag en Rotterdam Als ik iets niet wist, vroeg ik het aan andere passagiers. Riep alle haltes af en waarschuwde iemand als hij moest uitstappen. Dat leverde bijna altijd een fooi op. De W.S.M hield daar met het loon rekening mee. Ze noemde mij de model conducteur. De collega’s vonden dat ik te veel service verleende. Ze wilde er niet aan dat dat extra fooi – fooi geven was toen heel gebruikelijk – opleverde. Nam de taak ook serieus op. Door zo te werken kreeg ik bijna alle nieuwe conducteurs mee om op te leiden. Kreeg daar een extra vergoeding voor. Ze werkten de eerste dagen met mijn geld en kaartjes. Voor hem of haar was het een nadeel als je het Westland niet kende. Ben al eens door een blinde geleidehond gebeten. Ik wilde de blinde man uit de bus helpen, maar de hond accepteerde het niet. Bij controle meerdere keren toch straf gekregen boete van vijftig cent tot een gulden. B.v een nieuwe chauffeur in Rotterdam in de avond uren om te laten rijden door de straten met feest verlichting. Een meisje heel lief en lange pijpenkrullen voor niets te laten meerijden. Vergeten de filmrol te verdraaien met waarop de bestemming stond. Maar ook mocht ik met de touringcar van de ,,Pullman Expres” een dochteronderneming van de W.S.M. een gratis dagtrip maken als beloning voor de inzet . Voor het eerst kwam ik verder het land in. Ook eens een aanrijding met de bus gehad. Door dat we te laat waren - we waren reserve bus - zaten er maar twee passagiers in de bus en zaten toevallig links in de bus de rechterkant werd helemaal opengereten. Het gebeurde in de Hofstraat nabij de Valbrug in Honselersdijk. Een chauffeur van een legerauto reed pardoes de bus binnen. Ik moest ook lid worden van de vakbond ,,Spoor en tramwegpersoneel” Personeel in het personenvervoer had geen stakingsrecht.

 

Verkering

Het wereld gebeuren ging een beetje aan me voorbij.1948, Koningin Wilhelmina doet afstand van de Troon, Prinses Juliana wordt de nieuwe Koningin. De spanning tussen Oost- Europa Rusland en West- Europa Engeland en Amerika. De voedsel luchtbrug naar Berlijn. Ach. We hadden de Indië kwestie met politionele acties. Ook de troon bestijging van Koningin Juliana,dat gaf wel weer wat feestelijks. Maar ik was met mijn werk bezig en had een meisje de rest kon, om het zo maar te zeggen ,,Gestolen worden”

Jaarlijks was er een feestavond van de katholieke bond van spoor en tramweg personeel. Eind 1948 werd er ook een gehouden in de ,,Lutisiazaal” in Loosduinen. De avond werd opgeluisterd door het  eigen Harmonie corps van de W.S.M. en  de accordeon vereniging ,,Con Spirito “uit Honselersdijk/Naaldwijk  o.l.v. Harrie van Buitenen.(Broer van een van de chauffeurs ) ze hadden ook een”Cowboy” groepje. De tijd van,,Het Paarden Hoofdstel” Daar zat een leuk meisje in. Met een uniform had ik belangstelling genoeg. Maar deze is het dacht ik. Avonds laat werden de muzikanten naar Honselersdijk gebracht en reed ik tot Poeldijk mee. In de bus een afspraakje gemaakt. Het klikte.

 

Al heel gauw kwam ik bij haar thuis. Mijn eerste echte liefde. Een fijne tijd. Ze was zeer muziekaal, speelde piano, accordeon en gitaar. Als ik met de bus voorbij kwam stond ze altijd voor het raam of in de deuropening. De tijden dat  ik langs kwam had ze overgenomen uit het rouleer systeem. Ik voelde van haar ouders een lichte tegenwerking. Maar ach, je hoeft niet met je schoonouders te trouwen. Ik denk dat ze de baan die ik had niet goed vonden. We waren veel weg. We zijn eens naar een optreden van de Militaire Kapel in de bloemenveilig geweest. Mijn eerste kennismaking met klassieke muziek. Zij ging graag naar ons thuis. In de vakantie of vrije dagen leuke dagtripjes gemaakt. Dat was een openbaring, was bijna nog nooit ergens geweest in het land.

Haar naam weggelaten (privacy)

 

Begin1949 had ik de morgendienst Hollans- Spoor via Wateringen naar  Monster. Op de Wateringseweg stapte Thijs Kester (voorzitter van de woningbouwvereniging) in en begon een praatje met mij. Hij zei; We gaan de nieuwe huizen in de Julianastraat verdelen. Komen wij daar ook voor in aanmerking? Vroeg ik hem. Nee, zegt hij, die zijn bestemd voor grote gezinnen. Nou, wij hebben ook een groot gezin. Hoe groot dan wel, vroeg hij en waar wonen jullie? We zijn  met z'n twaalven. Hij zei niets……..maar dacht. Toen hij in Monster bij het gemeentehuis uitstapte zei hij: Wacht even ik geef een formulier vul dat in en geef het, als je terug komt maar af. Het eindpunt van de rit was het station in Monster. Je had daar 15 min rust en snel het formulier ingevuld en afgegeven. Toen we na een paar ritten om twaalf uur terug kwamen in Monster stapte hij weer in een zei. Jullie hebben no 51. Hoera!! Vader en Moeder wisten nog nergens van. Ver in de middag thuis komende vertelde ik het moeder. We hebben geen geld om te verhuizen zei ze. We gaan toch zeker wel en we zien wel, zei ik. Het waren de eerste huizen met een douche!!! In de Sportlaan waste je je eens per week in een teil in de schuur en in de winter in de keuken. Wat een gedoe. Eerst koud water in een teil dan een ketel kokend water er bij. In de nieuwe huizen was ook een geiser. In maart 1949 gingen we verhuizen. Wat een pracht huis. De buren in het rijtje waren, genummerd van laag naar hoog: Wensveen, Groot, Rood/ Greeve, Heesen, Rodenrijs, Zohlandt, Ruimers en Dekkers. Ik kreeg een eigen kamertje.

 

 

 

Aan de achterkant van de huizen lag een stuk grond nog braak. De “buurt” heeft bij de gemeente gevraagd om er volkstuintjes van te mogen maken. Voor een klein bedragje kon het, met dien verstande dat als de Beatrixstraat gebouwd zou worden we er direct af moesten. We hadden een flink stuk. Denk wel van z’n 600 meter. Niet iedereen nam een tuintje. Het was dus breder dan het huis. Wij hebben er veel op geteeld. Groente, aardappelen, bruine bonen en bloemen We hebben er zeker vier jaar plezier van gehad.

 

Ons” Volkstuintje “

 

 

 

Kruidenier/winkelbediende

Maar zo als altijd aan goede dingen komt ook een eind. De bussen van de W.S.M. werden omgebouwd voor één mans bediening er kwam voor in de bus een instapdeur bij. De chauffeur ging nu zelf de plaatsbewijzen verkopen. Het conducteur zijn hield op. Je moest naar ander werk gaan uitzien.

De directeur riep mij bij zich en zei; Mijn broer is bedrijfsleider bij Simon de Wit. Hij heeft een leuk baantje voor je. Ik werd negentien jaar, kon bij de W.S.M wel poetser worden, nachts in de garage, want om buschauffeur te worden moet je drie en twintig jaar zijn. Als je dat bent mag je meteen terug komen. Ik heb bij de W.S.M. gewerkt van 11 augustus 1947 t/m 16 november 1949. Dat baantje bij Simon de Wit in de Boekhorststraat in Den –Haag was helemaal niets. Vegen en rommel opruimen. Was veel vrijheid gewend. In de bus was ik de baas en vond dat een te gekke baan.

Frans Zholandt, onze buurman had gehoord dat ik bij een kruidenier werkte. Hij werkte bij Albert Hein met Koel(le)man als filiaal houder in Poeldijk. Kom bij ons werken, zei hij. Dus na een dag of tien naar Albert Hein. Op 28 november 1949. Ik kreeg een wijk in Monster en 's -Gravenzande. Moest ook colporteren voor nieuwe klanten. Alle collega’s hielpen mij daar bij. Als zij een nieuwe klant hadden scheven ze die op mijn naam. Ik werd mede daardoor klantenkoning. Als prijs een dag te gast bij de directie in Zaandam. Ben ook een middenstand cursus bij meester Lammerschop in Poeldijk en in Den Haag een cursus reclame schilderen gaan volgen in de avonduren.

 In het begin van januari 1950 even over achten in de morgen werd ik bij Albert Hein door de moeder van mijn meisje opgebeld. Ze zei: Mijn dochter zegt dat je niet meer hoeft te komen en ze wil je niet meer zien… Het einde van de wereld. Helemaal van streek. Onbegrijpelijk. Dat kan toch niet. Alles stort in. Ga er maar heen zei de baas. En gegaan. Mijn dochter is niet meer hier en ik zal de spulletjes die je haar gegeven hebt, aan je terug geven zei haar moeder. Ik nam ze niet aan en ging naar huis. Daarna nooit meer gezien tot ( ik kom er op terug) Het heeft mij vier jaar pijn gedaan.

Maar er veranderde meer. Ik kreeg een oproep voor militaire dienst, als enige uit het dorp van de gemeente Monster net 19 jaar zijnde. Ingedeeld bij de “Luchtvaarttroepen”. Later “Luchtmacht Nederland”. De jongste van de lichting. Melden in de Kolonel Palm kazerne in Bussum op 9 april. Ik was toch een beetje angstig. Zou ik ook nog naar Indië moeten? Je moest ook van huis weg en zat daar met mijn liefdes verdriet.

                 

                Kolonel Palm Kazerne Bussum 1950                 Trip van Zoudtland kazerne Breda1950/52

                       Eerste opleiding                                                       Keuken personeel

 

Moest met de cursussen stoppen. Ik wilde toch niet meer in de winkel. Dat lag mij niet. Na opkomst in dienst mocht je zes weken niet naar huis. Er wordt je discipline bij gebracht, gehoorzamen en militaire regels enz.

 

Voor 18 maanden naar Breda

Ik werd op 29 juni overgeplaatst naar de Trip van Zoudtland kazerne een opleidingsschool van de Luchtmacht in Breda. Kreeg daar een baantje in de Onderofficiers keuken/ Mess. Had het er direct naar mijn zijn. Je deed productief werk en kon het onderofficieren(beroeps) naar de zin maken door veel zorg aan maaltijden en het  serveren te besteden. Een dankbaar baantje. Je krijgt dan veel vrienden. Een adjudant was Mess president. Die zorgde dat alles gesmeerd verliep.

Ik was de gehele dag in de keuken en van alle andere diensten vrijgesteld. Behalve de schietoefeningen, de kazerne parade- tevens appel- op zaterdag morgen en de geestelijke verzorgingslessen. In het zelfde gebouw was ook de kantine. Ook daar verleende ik hand en spandiensten en verdiende daar wat geld mee. Het werd een prettigere tijd. Ging alleen met 48 uurs verlof naar huis. Je had dan vrij vervoer. Bij 24- of 36 uurs verlof niet. Het was mij te duur. Ik wilde ook vroeg in de kazerne zijn want werd altijd om vijf uur gewekt voor het keuken werk. Langs het gebouw waarin ik werkte stond een schuilkelder /bunker die met aarde bedekt was daar had ik een bloemen/rotstuin gemaakt. De tuinman zorgde voor plantjes. Kreeg van vele complimentjes. Hij was in bloei erg mooi. Ik had ook mijn fiets van huis meegebracht. Ging wel eens een klein eindje fietsen naar Dorst –Gilze of Oosterhout en op zondag mee naar de kerk.

Men werd in de gelegenheid gesteld om op eerste vrijdag naar de kerk te gaan Als je daarheen wilde was het verzamelen op de appelplaats er werd dan afgemarcheerd naar de Kerk. Als je niet mee ging kreeg je corveedienst. Je begrijpt, iedereen was gelovig. Regelmatig stond geestelijke verzorging op het lesrooster. Iedereen was verplicht daar heen te gaan. Katholieken naar de aalmoezenier en Protestanten naar de Dominee. De aalmoezenier had de meeste belangstelling, dus ook van niet-gelovigen. Dat kwam omdat hij sprak over liefde en seksualiteit. Voor velen een zeer geliefd onderwerp. Een keer op 15 augustus ( feestdag van Maria’s Hemelvaart ) Patrones van de Luchtmacht, sprak hij over de H. Maagd. Er waren veel militairen in de zaal aanwezig. Verwacht werd dat hij weer over de seksualiteit zou spreken ( hij was na de vorige bijeenkomst op het spannendste deel aangekomen) Maar hij preekte over Maria. Een tegenvaller vooral voor de ongelovige. Hij kon ook moeilijk de orde bewaren. Vooral achter in de zaal. Er zaten er wel een paar honderd in de zaal! Het was een kazerne waar aan reserve officieren en onderofficieren les werd gegeven. Veel oud studenten van de Hoge School. Zij staken de draak met de aalmoezenier en zette hun 'Kepie'           (soldaten muts) ondersteboven op hun hoofd. Daarmee zeggende, je vertelt een stom verhaal. De aalmoezenier bleef daar koud onder. Had wel een paar raddraaiers naar de wachtcommandant gestuurd om ingesloten te worden. Er zaten zelf officieren in de zaal. Maar hij was de hoogste in rang. Hij was Majoor. Gelouterd in Nederlands Indië. Aan het eind van de les vroeg de aalmoezenier of er nog vragen waren. Nou een van de raddraaiers had er wel een. 'Majoor' zei hij 'het heeft wel niet met deze les te maken. Maar mijn vraag is hoe kreeg Noach de olifant in de ark?' 'Dat is een heel goede vraag. Kom maar eens naar voren.' Na hem op zijn nummer gezet te hebben ( opmerkingen over zijn uniform wat niet in orde was en hij in de houding moest staan als hij tegen een meerdere sprak, vroeg hij of hij wel eens in en circus geweest was. Nou dat was hij, en grinnikte naar zijn maten achter in de zaal. 'Sta niet te lachen het is een serieuze zaak',  zei de aalmoezenier. 'Hoe krijgen ze een olifant in een circus' vroeg hij. Ja, daar zat hij ... 'Door een grote deur' was zijn antwoord. Nou, beste knul, zo kreeg Noach hem in de ark. Ga maar weer naar je plaats. Grote hilariteit en applaus voor de aalmoezenier.

In de keuken ook iets naars meegemaakt. In een grote ketel kookte we soep. Het waren oude ketels. Op een gegeven moment merkten we dat het veiligheidsventiel vast zat. We hoorden bonken in de ketel. De druk was heel hoog opgelopen. Een collega wilde met een lange lat de stuiting van de ketel afslaan. Toen dat lukte kreeg hij gloeiend hete soep over zich heen. Hij schreeuwde het uit van de pijn en had vele brand wonden. Zijn hele leven getekend. Erg naar voor hem. Hij was beroeps korporaalkok.

Op een avond oktober 1951 zagen we al wandelend door Breda in een straat een enorme oploop van mensen. Wat was er aan de hand?Je kon er niet bij komen. Men zei: Bij die radiowinkel kan je de eerste proef uitzending van televisie zien. Een dag later heb ik het wel gezien. Onbegrijpelijk. Film op een glazen plaat. Fantastisch!!!

Ik wilde toch wat gaan leren. Militairen kregen van het rijk goedkopere schriftelijke cursussen van de L.O.I. aangeboden, wist alleen niet wat. Ging maar eens in een prospectus neuzen. Ik koos de cursus “melkcontroleur”. Een kennis van mij was dat ook en dat leek wel wat. De cursus bestond uit algemene kennis van melk, vee, bacteriologie, natuur en eenvoudige scheikunde, uitvoeren van contoles op kwaliteit, vervalsingen en ander laboratorium werk. Kreeg voor de cursus een certificaat met cijfer 8 en een aantekening- ik had daar erg moeilijk mee- , een cursus Nederlandse taal te gaan doen. Ook dat gedaan, al viel dat niet mee, maar haalde toch een 6½. Door niet veel geld  (soldij f1,10 per dag) uit te geven en fooitjes voor hulp in de kantine, spaarde ik wat op. Als ik dan wat had, kocht ik een boek. Op termijn betaling “de kleine W.P encyclopedie” en later de W.P wereldatlas. Verschillende boeken en normalisatie bladen over melk. Het boek,, Onderzoekingsmethoden voor zuivelproducten” kocht ik zonder in te kijken. Tot mijn grote schrik stond het vol met scheikundige formules. Dan maar een cursus scheikunde volgen, niveau H.B.S.

 

Jammer dat ik op het eind van de cursus problemen kreeg, omdat ik geen wiskunde geleerd had, wat nodig was om de opgaven op te lossen. Had wel veel hulp van onderofficieren. Maar  ondanks een paar onvoldoenden  (wiskunde) toch een 7½ als eind resultaat. Een heel interessant vak!!! Uit dienst gekomen nog een cursus centrifugist gedaan en daar een diploma voor gehaald.

19 april 1951 werd ik bij de wachtcommandant geroepen. Je wordt om zeven uur opgebeld. Wil je dan hier zijn. Het was mijn zus Annie. 'Ton,  we hebben een broertje, tien pond!. Nico.' Hij is de twaalfde. Het aankomend weekend naar huis gegaan.

Ik werd overgeplaatst naar de grote keuken en hoefde geen maaltijden meer uit te serveren. De onderofficiers keuken/mess zou gesloten worden. Mede na het ongeluk met de soepketel. Er werd een nieuwe grote eetzaal gebouwd voor alle rangen. De kazerne was een officiers- en kaderopleidingsschool. Er waren ook theorie opleidingen voor verschillende dienstvakken.

 “Vuren trekken”

Ik kon het goed vinden met de stoker. Hij kreeg koffie van de keuken. Hij kreeg naast de grote eetzaal een nieuw ketelhuis en gaf mij een rondleiding. In het nieuwe gebouw stonden vier ketels. Met een verdeellokaal met allemaal aanjaag pompen om het hete water naar alle gebouwen te pompen. Die mochten beslist niet uitvallen zei de stoker. De boel zou droog komen te staan. De temperatuur zou te hoog oplopen en dan via veiligheid kleppen het hete water lozen en de ketel droog staan.

De kamp commandant zou het nieuwe gebouw officieel openen. Daar voor had hij het volgende bedacht. Alles donker er mocht geen licht branden. Iedereen aantreden en op marcheren naar het nieuwe gebouw, dan zou hij het licht met de hoofdschakelaar aansteken. Toen alles donker was hoorde ik het ketelwater (de pompen hadden ook geen stroom ) uit de ketel spuiten. Liep zo hard als ik kon naar het schakelhok en riep: 'Stroom er op, dadelijk vliegen de ketels de lucht in!!' Dat kon niet. Dat moest de commandant doen. Liet hem dat spuiten zien.  Hij geloofde me toen en zette de schakelaar om.

Mooi mis, de hoofdzekering begaf het. Paniek !!!

Haal direct de stoker van huis, riep ik. De stoker had mij wel eens laten zien hoe je vuren moest trekken ( er werden kolen gestookt ) het gereedschap hing daar en ik begon alvast het vuur uit de ketels (er brandde er twee van de vier ) te halen. Vreselijk heet, mijn haren verbrandden. Was een angstig gebeuren. Inmiddels kwam gelukkig de stoker en zette de twee niet brandende ketels standbij en lied het hete water mengen met het koude water. Dat ging met donderend geweld en schokkend geluid. Het leed was geleden. Het was me wel een avontuur. Ik zag er niet uit. De commandant kwam, kreeg van hem een pluim voor het optreden en liet de kapper komen om mij -na gewassen te zijn- wat op te knappen.

Dagje verlof; foto in het Zuiderpark Den haag


Bij deze weer en stukje van een van de dingen zo ik ze beleefde Het was mijn gedachten en belevenis over de Veiling wat een langere periode overlapt.



Waar de Poeldijkse Economische Kurk (de veilingklok) om draaide.


Zo wil ik dit geschrijf noemen. Het gaat over mijn belevenissen en wat ik weet over de Poeldijkse Fruit- en Groente veiling. Het was en is toch de economische kurk waar ons dorp op dreef. Voor zover mijn herinneringen gaan, zo ongeveer de jaren 40, is dat over het gebouw met de kloktoren en de daar achter en naast liggende gebouwen. Ik zal geen technische geen historische of financiële verhalen schrijven, daar is in de uitgegeven gedenkboeken al veel over te lezen. Ik wil allen schrijven over wat zelf meemaakte, zag, van andere hoorde en hoe ik er toen tegen aan keek. Heb zelf bijna niet in de tuinbouw gewerkt. Wel groenten vervoerd voor tuinders naar de veiling in Kwintsheul.


Ik was trots op onze veiling. Als conducteur op de bus, in mijn militaire diensttijd of het werk bij V en D, kon ik er enthousiast over vertellen. Wij hadden in ons dorp de grootste veiling ter wereld! In het Westland waren in de veertiger jaren veel veilingen ( Verenigingen c.q.  Coöperaties) In Poeldijk, Honselersdijk, Naaldwijk, Woutersweg, ’s-Gravenzande, Monster, Zwartendijk, Kwintsheul, Wateringen, Westerlee, Den Hoorn en de Sammersbrug en twee in Loosduinen. Sommige waren doorvaartveilingen    men voer met de schuit de veiling in langs de klok en ook z.g. neerzet veilingen zoals Kwintsheul. Poeldijk was een echte doorvaart veiling. Er werd in Poeldijk in zes series geveild. De tuinders kregen een boekje met de dagen en tijden dat men zijn producten kon aanvoeren. Er waren zes series. Dat was dus zo geregeld anders zou men alle tegelijk komen. Het systeem rouleerde zodat je soms de eerste serie had de andere keer een uur later of wel de laatste serie had. Naar gelang van drukke tijden kon dat uiteenlopen van negen tot elf/twaalf uur. Als je vroeg mocht komen had dat soms prijs voordeel ( de koopman had dan vroeg zijn product) of had bij te weinig aanvoer en strop omdat de prijzen dan opliepen. Met dat 'serieveilen' kreeg iedereen een kans. Ook voor het oogsten was het soms en nadeel of voordeel dat je meer tijd had om het product aan te voeren. Vooral voor bladgroenten spinazie sla of andijvie was dat belangrijk. Opa Zuiderwijk had daar ook een spreuk over. Hij gebruikte die bij verschillende situaties. ,,'s Avonds de messen bij de spinazie” Hij bedoelde daarmee, leg de avond voor het spinazie snijden het mes klaar bij de te snijden spinazie. Men gebruikte het spinaziemes maar een enkele keer per jaar. Als je de messen morgens vijf uur eerst nog moest opzoeken kwam je te laat aan de veiling.  Je had linkse en rechtse messen voor links en rechtshandige mensen.


Langzaam op schuiven. Het veilen is begonnen. De “Doorvaartveiling”.


Er was ook een z.g. 'kleine veiling'. Het ging meestal om kleine hoeveelheden of kwetsbare producten, ook wel de “Primeurs” in het voorjaar. De producten werden op roltafels gezet. Na afloop van de doorvaartveiling reed men de tafels voor de klok. Het water werd afgedekt door een soort vlonder. Zo vanaf eind Januari/ Februari kon je bijna dagelijks lezen in de krant welk product dat als eerste werd aangevoerd in het voorjaar. Met de opgebrachte prijs en de naam van de tuinder en koper. Veel veilingen hadden graag primeurs. Dat was nieuws! Ken een verhaal. Andere tuinders van de kleine veiling , mochten -als ze dat wilde- een kistje -bv. perziken- laten afschrijven voor zich zelf. Ze moesten dan de prijs betalen die de koopman voor de overgebleven perziken betaalde. Er was eens een tuinder die in het najaar de eerste tien bakjes witlof aanvoerde. Witlof was alleen in het late najaar en winter te koop. Een koopman had wel trek in dat partijtje. Andere tuinders wilde ook wel z’n kistje. Er werden door tuinders negen kistjes van de partij afgeschreven. Toen het kistje voor de klok kwam raakte de koopman geïrriteerd om dat er negen kistjes al weg waren. Hij was zo boos dat hij een rijksdaalder per kilo betaalde. Was wel een hoge prijs, maar had zijn gram gehaald en de tuinder die de witlof had aangevoed had een goede dag, maar de gene die er een kistje hadden afgehaald zaten in de boot. Veiling personeel -de broers Witkamp- reden de wagens voor de klok en toonde de producten aan de kooplieden.

 


“Kleine-veiling” op roltafels


De tuinders die met de schuit kwamen met grotere partijen moesten zich houden aan de aanvoertijd volgens het serie boekje. Ze meerden hun schuit aan bij het hoofdgebouw. Dan kwamen de keurmeesters W. Bergen Henegouwen of P. Onings en keurde de producten en gaven hun bevindingen op de veilbrief aan. Als dan de veiling begon vaarde men de veiling in. De andere volgden. De veilingklok draaide en liep van hoog naar laag. Wie het eerst drukte had de partij. Op de veilingbrief werd dan de prijs en koopman gezet en ook welke loods of plaats waar gelost kon worden. Als de goederen niet gekocht werden moest men ze afleveren bij loods 16. Men had een veilplicht. Je mocht dus niets meer terug nemen. Bij drukte was het weer wachten als men bij een loods, auto of motorschuit moest lossen. Auto’s stonden op het z.g. eiland en motorschuiten lagen daar aan de kant. Dat eiland is pas later overkapt. Er liep langs de loodsen een spoorlijn. Er werden met de trein ook producten verzonden. Het gebeurde wel dat de loodsbaas voor de aangevoerde partij herkeur vroeg als hij het met de kwaliteit niet een was. In de loodsen werd het product verzend- klaar gemaakt. Voor export werden de producten in z.g. eenmalige fust -kistjes, later dozen- aangevoerd. In de vijftig/zestig jaren werd sla over gepakt in lichte kratten. Kistjes tomaten en druiven voorzien van een dekpapier een houten dekseltje gebundeld tot drie kistjes. Verpakkingen werden steeds verbeterd. De kistenfabrieken maakte de eenmalige kistjes het hele jaar door. Ze werden in de veiling en fustloods opgeslagen voor de drukke tijden. Ook tuinders haalde in de winter al kistjes op om op voorraad te hebben. In de drukke periode waren ze niet altijd voorradig. Kistjes en ander meer eenmalig fust moesten altijd in verhouding zijn met wat men aanvoerde. Met het nieuwe jaar lied men het nog niet gebuikte fust van een jaar stempel voorzien en wat stuk was werd ingeleverd. Bij de veiling was ook een koelhuis. De goede kwaliteit druiven (suiker gehalte) werden daar gekoeld en dan pas in november of later geveild of verkocht. Men gokte op een betere prijs. De kisten met aangevoerde producten moest voorzien zijn van de naam van de aanvoerder doormiddel van een naamkaartje of plakbriefje. Weet nog dat zaterdags aan tuinders contant geld werd uitbetaald. Aan de knecht werd ook wekelijks het loon betaald. In de tijd voor en kort na de oorlog werd zaterdag tot vier uur gewerkt. Heb al eens gehoord dat er voor de oorlog een groente drogerij is geweest. De Coverin. Nadat het slachthuis is opgeheven kwam er een conservenfabriek van de “Leidse Sleutels” in. Poeldijkers gingen daar werken. Het was denk in de vijftiger jaren. Na de oorlog trokken er meer arbeiders naar de fabrieken. De W.S.M. had een vroege en late bus rijden voor de mensen in de Delftse fabrieken. Ook gingen er naar “Vredestein” rubber verwerkende industrie. In de oorlogsjaren is er aan de veiling ook een incident geweest. Ik was daar niet bij geweest,maar heel het dorp was in rep een roer en er werd emotioneel over gesproken. Ben toen direct gaan kijken. Het volgende voorval:
 Op een dag kwam er een hoge Duitse Politie officier Rauter, - naar men zei- met een gevolg van hoge militairen op werkbezoek naar de veiling. Toen hij daar zo liep, riep iemand “Vuile Bloedhond”. Hij werd verschrikkelijk kwaad. Hij liet het terrein afzetten. Machine geweren stonden opgesteld bij uitgangen. Het werk werd stilgelegd en de dader moest zich melden. Dat is niet gebeurd. Later werd alles weer vrijgegeven. Het was voor velen toch een angstig gebeuren. Ook in het dorp. Het ging als een lopend vuurtje. Eigenlijk had je niets aan zulke scheldwoorden. Het irriteerde de Duitsers maar.


Het was tuinders en boeren in de oorlog verboden aan burgers iets te verkopen. Er werd met strenge straffen gedreigd. Voor deze economische delicten en ook andere vergrijpen zoals clandestien slachten, zwarte handel, of distributie bonnen verkopen enz. werd men na veroordeling in het concentratiekamp “Erica “ in Ommen opgesloten. Er zijn in de oorlogsjaren een veilingloods in brand gestoken als sabotage tegen uitvoer naar Duitsland. In de nacht van een  Oud en Nieuwjaar in de oorlog is er ook een loods (van Windmeijer?)-door de Duitsers in beslag genomen- afgebrand. Deze stond vlak achter het rijtje huizen aan de Monsterseweg.


De eerste Hal 1960/61 Een bijna geheel houten constuctie
 


In de zestiger jaren zijn de kleine loodsen waarin de kooplieden (commissionairs) hun koopwaar verzamelden en verzendklaar maakten afgebroken en is er een grote hal voor in de plaats gebouwd. Kanteldeuren aan de waterkant voor het lossen van aangevoerde producten.
Een deel aan die kant was bestemd neerzet veiling. Tuinders zetten hun sla,komkommers,tomaten of bloemkool allemaal bij elkaar. De ander helft was voor kooplieden en commissionairs. Ieder zijn eigen stukje. Er werd ook gesport in die hal.

 


Een voorbeeld van een” Neerzetveiling”



De tuinder kon zijn producten zoals hier neerzetten en hoefde niet te wachten tot ze geveild werden of naar de koper te brengen.


Tijdens de eerste renovatie van de Bartholomeuskerk hield men er ook de kerkdiensten. Er werd wel met warmte kanonnen wat warmte ingeblazen maar het was er in de winter erg koud.

 


Eucharistie viering in de hal. Met koor en orkest o.l. van Jos Vranken. (Foto H.A.W.)

 


Een Neomist draagt zijn eerste H.Mis op. Dec 1964 (Foto H.A.W)



Op de avond van 29april 1966 is de hal reddeloos afgebrand. ( note van Anky: klik hier om het krantenartikel daarover te lezen ) Die avond vierde we de verjaardag van mijn schoonmoeder in de Juliana straat. Koos Greeve had in de veiling een verpakkingsbedrijfje. Hij was net een kwartier binnen rond half tien toen mijn zus op de ramen bonsde en riep "De veiling staat in brand!". De mannen in huis holden direct naar buiten en zagen bij hotel Verburch komende al een goed boven het hoofd gebouw. Bij de loods aankomend probeerde men de bedrijfsbrandspuit aan de praat te krijgen wat niet lukte. In de hal zag je al een enorme vuurzee. Een grote partij in gepapierde kratten brandde verschrikkelijk. En gaf een enorme hitte . Er stonden en paar vrachtwagens halfweg en wat heftrucks waar we van de hitte niet bij konden. De brand was achterin (de Gantelkant begonnen) Sommige deuren aan de waterkant die boven in de hal hingen vielen naar beneden. Het leek de hel, zo brandde het.(Dat denk ik maar, want ik ben dáár nooit geweest) En waar al de mensen ineens vandaan kwamen.. Toen de brandweerwagens arriveerde konden ze moeilijk bij de brand komen. Ook omdat er aan een kant van de hal water was.


In de avond uren van 29april 1966 brandde de hal af




                           Nablussen van restanten


Na de rommel te hebben opgeruimd is men direct met de bouw van een nieuwe hal begonnen.


Bouw van de tweede hal, mei 1966- augustus 1966 (Foto H.A.W)
 



“Blok “veiling z.g. Blok veilen. Partijen van soort en kwaliteit werden bij elkaar gezet. Na eerst gekeurd te zijn.



De nieuwe hal was in augustus al klaar. Kort daarna is de spoorlijn ook verdwenen. Het auto vervoer nam het vervoer over. Voor het vervoer naar de veiling bleef men aangewezen op de schuit. Veel bedrijven waren niet per auto bereikbaar. In de winter men ging meer stoken. Kolen of olie. Er was een probleem als de sloten waren dichtgevroren. Men wilde de bedrijven ontsluiten. Jan van Ruijven heeft b.v. in de Polanensteeg de aanzet gegeven om dat gebied te ontsluiten.


Met eigen vervoer kolen en olie over het ijs in de strenge winter 1963. (Foto H.A W.)


 

 

Piet Barendse zag voor het “Vredebest” gebied de oplossing in vervoer door de lucht. Op zaterdag 30 maart 1963 kwam er een artikel in de “BinnenHof”krant waar in stond dat de maandag daarop een demonstratie zou worden gegeven met een Italiaanse “Helithransporter” Iedereen werd uitgenodigd om er te komen kijken. Het moest spectaculair zijn..




Niet varen,geen wegen. Dan maar door de lucht

 

 

 

In die periode gaan er stemmen op om tot een fusie te komen met de Veilingen Loosduinen, Honselersdijk en Wateringen (al eerder gefuseerd met Sammessbrug ) Dat had nog al wat “voeten in de aarde”. In 1967 wordt toch tot fusie besloten. Plannen worden verder uitgewerkt en gaat over tot de bouw van een nieuwe veiling in de polder. “Veiling Westland-Noord” Verdere ontsluitingen zijn dan hard nodig. Men kan er niet meer met de schuit naar toe varen. Ook de aanvoer wegen moeten aangelegd of verbreed worden. Poeldijkse pad, Verburghlaan, Vogelaar enz. In 1970 is het zo ver, de veiling is klaar.


Bouw Veiling –“Noord” eerst is er een asfaltvloer gelegd daarna werden er palen geheid waarop de staalconstructie kwam. Foto met de zonen Ton en Ruud



Achter die veiling was toen een grote put waar men doorgedraaide producten stortte. Bij ongunstige wind stonk dat erg. Hoorde dan dat vele duizenden kistjes tomaten paprika en komkommers werden vernietigd. Ik sprak daar wel eens over met mensen die van tuinbouw niets afwiste. Zij vroegen dan doen ze dan niets aan marketing. Produceren wat er nodig is. De firma Koopmans maakt toch ook niet per week meer pakken pannenkoekmeel dan nodig is zeiden zij. Nou ligt dat bij tuinbouw producten wel wat anders. Maar toch. Gaande weg gaat denk ik alles wat beter verlopen. De producenten en afnemers worden steeds groter. Stichten teelt en verkoop verenigingen (combinaties). Ik denk dat ze het tegenwoordig beter in de hand hebben. Gelukkig. Ik ben -als volslagen leek- nog steeds trots op ons tuinbouwgebied. Ook de bloemen teelt neemt een zeer belangrijke plaats als tuinbouw product in. Kijk met veel belangstelling naar het programma van de W.O.S “Effe Tuinen”