Hoofdstuk XIV

 

De druiventeelt in Poeldijk

 

De geschiedenis van de druiventeelt in het Westland staat al beschreven in het historisch jaarboek Westland door R. de Graaf. Toch wil ik in het kort een overzicht geven van de druiventeelt in Poeldijk waar velen met weemoed aan terug denken.   

In Griekenland beoefende men de wijnbouw vanaf  tweehonderd jaar voor Christus. In het Evangelie wordt regelmatig gesproken van de wijnrank, terwijl er in de omgeving van Maastricht in de 13e en 14e eeuw  vrij veel wijngaarden waren. Door kloosterlingen en welgestelden werd er naast bier ook druivenwijn gedronken als noodzakelijke levensbehoefte. Dit omdat er onvoldoende schoon drinkwater was. Nog dichter bij Poeldijk was het grafelijk kasteel ‘in die Haghe’ waar in 1434 werd geschreven over een houten traliewerk waar druivenbomen in de tuin tegen een muur waren gepoot en bevestigd. Waarschijnlijk werden hier al tafeldruiven geteeld. De bekende Poeldijkse tuinbouw-voorman Jan Barendse vertelde, dat zijn overgrootvader een druivenmuur van 200 meter lengte had. Op die muur stond een gedenkplaatje met daarop de tekst dat de eerste steen was gelegd in 1712. Zijn vader had aan het begin van de 19e eeuw 1000 meter druivenmuur. In de 18e eeuw werd de druif al geteeld in de vrije natuur aan de zuidzijde van een muur. Op de vraag aan Jan Barendse hoe het nu kwam dat  de druivencultuur in de jaren 1870- 1880 zo achteruitging vertelde hij: “Vroeger was het Westland zeer bosrijk vooral in de kuststrook. De fruitbedrijven werden nog extra beschermd door singels van loofhout, elzen en iepen. Zo ook de tuinen waarin de druivenmuren stonden. Zij  werden nog extra beschermd door elzenhagen en dikwijls enige meters vòòr de muur nog een beschermende schutting. Langzamerhand is men bos gaan kappen en zijn de bomen in de tuinen verdwenen”.

Door het slecht rijp worden van de druiven, vanwege ongunstige weersomstandigheden, ging men er in het voorjaar glas vòòr zetten. De druif werd hierdoor vervroegd en kon voor de inval van het gure herfstweer worden geoogst. Vanaf 1879 is er voor het eerst sprake van beroepsmatig, in muurkassen of lessenaars, geteelde druiven.

In het jaar 1888 bouwde de Poeldijkse dorpssmid G. Grimbergen op het bedrijf van Jan van der Knaap, (de vader van Jacob van der Knaap ten westen van de kerk) de eerste druivenserre. Aan weerszijde geheel met glas gedekt.

 

De eerste druivenkas gebouwd door de dorpssmid Grimbergen bij Jan van der Knaap.

( Foto,  archief proeftuin Naaldwijk.)

 

Het duurde nog zes jaar, tot 1894, voordat Grimbergen een tweede glazen druivenserre bouwde. Deze werd gebouwd op de tuin van Goeyenbier, een steenworp afstand van de in 1850 gebouwde kerk aan de Voorstraat.

In het jaar 1892 gingen drie Poeldijkse tuinders, Piet van Paassen, Jaap van Kester en Arie Krijger een kijkje nemen in het druivengebied Hoeylaert in België. Daar werden de druiven al sinds 1866 onder glas geteeld. Behalve de opgedane kennis van het vertrouwen van druiventelen in de tweezijdige kas, brachten zij ook enkele nieuwe soorten druiven mee nl. de Black Alicante  en de Gros Colman. Een jaar later gingen de drie Poeldijkse tuinders weer naar België en namen toen de smid Zegveld mee om de constructie en de maten te bestuderen van de kassen. Deze ‘excursie’ was de aanleiding tot een uitgebreide serrebouw in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Dat de druivenmuur, de lessenaar (muurkas) en de druivenserre in volle productie een bijzonderheid en bezienswaardigheid waren, bewijst wel het bezoek van de jonge Koningin Wilhelmina aan Poeldijk op 16 juli 1900. Zij bracht op die mooie, zonnige dag een bezoek aan de tuinen van bovengenoemde Jan van der Knaap, Goeyenbier en Piet van Ruyven Jzn. de toenmalige voorzitter van de Poeldijkse veiling. Het waren tuinen waar, naast het prille begin van de druiventeelt, veel fruitbomen, aardappelen en groentengewassen geteeld werden.

Omstreeks 1900 is men begonnen enige kassen door warmwaterleidingen kunstmatig te verwarmen. En wat later werd het eerste warenhuis gebouwd, met het verplaatsbare glas. Dit glas werd verplaatst om de grond in de winter zijn natuurlijke gesteldheid terug te geven.

 

De druiventeelt werd de belangrijkste voor de economie van het Westland waarop zij ging draaien. Poeldijk werd het centrum. De prijsontwikkeling rond 1920 was zeer goed te noemen, namelijk f 0,60 á f 0,65 per kilogram. Dit resulteerde in de bouw van prachtige tuindershuizen langs Poeldijks wegen. De aanvoer van druiven groeide met het jaar. Door de grote aanvoer, met daarbij de crisisjaren 1930 –1939 zakte de prijs naar 20 cent per kg. Door deze instorting van het prijspeil, verdween de drang tot aanplanting nagenoeg geheel. Na de Tweede Wereldoorlog  werd de kostprijs van deze arbeidsintensieve druiventeelt zo hoog dat men de concurrentie met het buitenland niet aankon en was de druiventeelt nog nauwelijks te realiseren. Andere teelten zoals tomaten, paprika, komkommer en de bloementeelt verdrongen de alom geprezen druif.

 

De populaire Poeldijkse blauwe kasdruiven met breedgeschouderde trossen, grote druif, heerlijk sappig en fris van smaak. Door de aromatisch smaak uitermate geschikt als tafeldruif.

 

 

De druiventeelt is voor Poeldijk economisch van groot belang geweest. Poeldijk was, volgens de gegevens van het Centraal Bureau  van Tuinbouwveilingen, in de eerste 60 jaar van de 20e eeuw het druivencentrum van het Westland.

Jaaraanvoer x 1000kg

1928

1929

1934

1939

1949

1954

1956

1964

Poeldijk

1470

1780

3270

3440

2790

1990

1600

810

Naaldwijk

980

1250

2600

2970

2290

1590

1190

750

Westerlee

600

770

1750

2040

1640

1230

850

660

Honselersdijk

660

780

1370

1480

1250

850

550

320

Monster

420

560

1250

1530

1310

960

660

520

Kwintsheul

450

460

940

1070

1060

740

520

330

‘s-Gravenzande

340

460

1360

1490

910

620

450

290

Wateringen

350

370

800

1070

850

530

380

290

Zwartendijk

 

310

680

800

650

500

450

430

Woutersweg

160

240

550

550

410

300

220

190

Sammersbrug

 

200

540

710

520

380

200

 

Maasland

100

140

400

360

290

180

100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

± 5900

7320

15510

17510

13970

9890

7170

4740

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nederland

 

 

19280

22800

17150

11970

8700

6100

 

De stichting genaamd ‘De Westlandse Druif’ werkt anno 2000 onder de slogan ‘De Westlandse druif zal zegevieren’. Zij wil de druiventeelt nieuw leven inblazen en ijvert voor de totstandkoming van een historische druiventuin met een horecagelegenheid. Grote opvallende gave trossen, waarbij de dauwlaag de topkwaliteit bewijst, is de oogst waarnaar zij streeft. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Index Boek        Volgende hoofdstuk