Hoofdstuk XVI

 

Padvinders, Verkenners en de Scouting

 

In 1907 schreef de 43 jarige Engelsman Sir Robert Baden Powell een boek genaamd ‘Scouting for boys’. In het boek vertelt hij, eenvoudig gezegd, hoe je jongeren kunt vormen, gemeenschapszin kunt bij brengen en hoe je kunt leven en genieten met en in de vrije natuur. Nog voor hij zijn boek uitgaf nam hij met 21 jongens de proef op de som en ging op trektocht op het Brownsea Island om zijn ideeën in de praktijk te brengen. Met zijn boek en zijn organisatietalent is hij wereld beroemd geworden. In 1937 werd er een Wereld-Jamboree gehouden in Vogelenzang–Bloemendaal. Vanuit de katholieke kerkprovincie van Nederland werd er aanvankelijk met wantrouwen naar deze organisatie gekeken dit vanwege het feit dat de jongens en meisjes gezamenlijk er op uittrokken.
In de tweede Wereldoorlog werd door de Duitse bezetter de padvindersvereniging verboden en de uniformen moesten worden ingeleverd.
Na de bevrijding in 1945 kwam het verenigingsleven weer langzaam op gang. De padvindersbeweging welke al voor de oorlog wereldwijd was verbreid, bleek nog springlevend. De bisschoppen wilden ook wel zo’n jeugdbeweging, maar dan wel geschoeid op een katholieke leest. Dit werd grootschalig opgezet, onder de naam Verkenners. Ook Poeldijk was van de partij. Onder leiding van kapelaan van der Plas, Dirk Min en Jan J.J. Zuijderwijk (J drie )werd er een verkennersvereniging opgericht. Dirk Min oorspronkelijk afkomstig uit het Noord-Hollandse kunstenaars dorp Bergen, was daar voor de oorlog al een gewaardeerd lid en hopman van de padvinderij. Dus heel goed bekend met deze vorm van jeugdopvang. Dirk ontpopte zich als de grote mentor voor de vorming van het Poeldijk-se kader dat aan deze beweging leiding moest gaan geven.
Na een oproep om kandidaten voor een leidinggevende functie meldde zich de volgende personen: Kees Persoon, Kees Valk, Gerard v.d. Knaap, Adriaan Zwinkels, Mart van der Knaap (Sutorius-straat) en J.C. Zuijderwijk. Na een korte inwerkperiode van dit kader kwam de aanmelding van 128 jongens van 12 tot 17 jaar. Het geheel ging de naam Sint Paulusgroep dragen. Jan J.J. Zuijderwijk (J 3) kreeg de algehele leiding. Er werd gestart met vier troepen van elk 32 jongens. Het hoofdkwartier werd het voormalig patronaatsgebouw aan de Sportlaan (nu Jan Olierookstraat) naast de gymzaal. Deze was natuurlijk veel te klein voor zo’n ledental.
Nu lag er nog een gesloopte loods van de Duitsers bij de toenmalige Handelsraad. Deze werd met handkarren e.d. naar de Sportlaan gesleept en tegen de gymzaal aangebouwd. Het zand voor de ondergrond werd, ook in zelfwerkzaamheid met kruiwagens, gehaald bij de twee schuilkelders naast de Bartholomeus jongensschool. Om aan geld te komen werd er nog voor de geldzuivering een fancy fair georganiseerd in het Bondje (St. Vintcentiusgebouw). Deze bracht een aardig startkapitaal op.
Het verkennersuniform bestond uit een hoed met vier deuken, een kaki blouse, broek, kniekousen met groene kwastjes en een gele das. Met daarbij een stok (essen tak) van 160 cm lang.



De hopman Kees Persoon met zijn vier patrouilleleiders: Links, Jan Persoon rechts Niek Olierook. Liggend links Kees Heskes en Wim van Zijl.



Een troep (groep) van 28 verkenners stond onder leiding van een hopman en een vaandrig en bestond uit vier patrouilles van ieder zeven personen. De patrouilles afzonderlijk hadden weer een patrouilleleider, deze was herkenbaar aan de patrouillevlag die hij boven aan de stok droeg.
Een bijeenkomst werd geopend in carrévorm. De rood-wit-blauwvlag werd gehesen en de verkennerswet werd opgezegd. De hopman leidde de avond in. Er werd gezongen, voordrachten ingestudeerd, morse seinen en touwknopen geleerd.
De installatie tot verkenner ging, in het bijzijn van zijn ouders, met veel ceremonieel en een feest gepaard. Met de hand op de Hollandse driekleur werd de verkennersbelofte afgelegd. De aalmoezenier zegende de verkenner en zijn insigne, en speldde deze op de borstzak.



De Vossen-patrouille een weekend bij boer Burg aan de Zwet met o.a. Albert van Dijk, Henk van der Berg, de Leider ?, Antoon Zwinkels, Wim van Paassen , Henk Valentin, Aad van der Arend, Arie van der Knaap en Wim van Zijl.
 


In de zomer gingen de jongens weleens, als voorbereiding op het zomerkamp, op weekeind, bv. bij boer Ham aan de Wateringseweg. De koeien wekten hen dan 's morgens al vroeg terwijl een koeien-vlaai voor de tent lag te wachten op de eerste de beste sukkel die erin stapte. Het eerste zomerkamp vond plaats in Bergen. Eén groep in geleende tenten die allemaal lek waren. De andere groepen bij een boer in de stal. De aalmoezenier droeg iedere morgen, in het veld, een H. Mis op en zorgde met enige woorden voor de geestelijke vitaminen. Overdag deed je gezamenlijk een spel zoals spoorzoeken, een alternatieve dropping of een uitkijktoren bouwen. Voetballen en zwemmen stonden bijna dagelijks op het programma. Eén van hoogtepunten van de zomerkampen was die in 1948 in Beauraing. Dit bij de gelegenheid van de honderdste Maria bedevaart. De tuin van de verschijning werd versierd door de Poeldijkse verkenners met materiaal aangevoerd door de fa. Onings. Ook de revue met als komisch middelpunt Theo de Ruit in het St. Vincentiusgebouw was de topper van de toen nog jonge verkennersbeweging.
Begin jaren vijftig werd er een welpen/kabouter groep opgericht. Voor kinderen van 7 tot 11 jaar. De leidsters van het eerste uur waren onder andere. Beb Sier, Jopy Gram, Agaat Bronswijk, To Veerkamp, Nel Zuijderwijk, en anderen. Het uniform van de welpen bestond uit een groene blouse, een gele das, een speciale scoutingbroek, kaki kniekousen met kwastjes en een welpenpet. De leidsters droegen een kaki blouse, een gele das, een lange rok en een hoed met deuken.
In de kampweek ging er een aalmoezenier mee en iedere ochtend was er voor het ontbijt een Heilige Mis in de kapeltent die de groep zelf had meegenomen. Na de mis mochten de kinderen pas ontbijten. Traditioneel hielden de welpen de jaarlijkse actie ‘Een heitje voor een karweitje’ en ‘oliebollen verkopen’ om de kosten van het zomerkamp te drukken.
Voor de meisjes van 12 tot 18 jaar waren er de gidsen. Een vrouwelijk variant van de verkennerij. De leidsters waren o.a. Beb Zuiderwijk. Ciciel v. d. Zijde en Riet van der Arend. De verkenners en gidsen werkten in de eerste naoorlogse jaren strikt gescheiden. De verkenners, welpen en gidsen waren in de eerste naoorlogse jaren met de gymvereniging Lenig en Snel de grootste jeugdbeweging in Poeldijk. Gaandeweg kwam de sportvereniging Verburch met zijn vele takken van sport, dus liep het ledenaantal terug.
De scouting, zoals de jeugdbeweging tegenwoordig wordt genoemd, is nog steeds springlevend. Le-den zoals bevers, Gidsen, Esta’s, Verkenners en Explores, ruim honderd in getal. Alleen kampt de scouting met een tekort aan leiding. De ruim vijftigjarige vereniging heeft nog altijd dezelfde principes, nu echter op een wat moderne leest geschoeid. Jongens en meisjes van 14 tot 17 jaar komen ie-dere vrijdagavond van 19.30 tot 21.30 in het scoutinggebouw aan de Verburghlaan bijeen onder de naam ‘Explores’. De groepsleden verzinnen dan zelf wat ze die avond gaan doen. Ze worden daarbij wel begeleid maar moeten het in feite zelf doen. Wat doen ze zoal? Ze kletsen bv. de avond vol, gaan naar het bos, droppings, pionieren, boemerangs maken en uitproberen, video’s maken, weekendjes weg en natuurlijk elk jaar op kamp. Vaak naar het buitenland, bv. de Ardennen of Zuid-Frankrijk.

 

 

Muziekvereniging Pius X.



Als men in Poeldijk een dorpsfeest gaat organiseren denkt iedereen direct aan Pius X. En terecht. Bijna een eeuw lang zorgt deze Poeldijkse muziekvereniging bij talrijke, men mag wel zeggen, bij alle dorpsfeestgelegenheden voor een vrolijke noot. Zij vormt doorgaans de basis van een feest.
Het was in de zomer van 1912. Drie mannen, Herman Mensing, Willem van Dijk en Jan Olierook dronken een borreltje in het café van Kees Nederpelt aan de Poeldijkse Vaart. Was het uit verveling, of was het een aangeboren liefde, dat hun gesprek over ‘muziek maken’ ging? Waarschijnlijk het laatste. Hoeveel moed en levenslust waren er niet nodig om in tijd van armoede, want dat was het, een muziekvereniging te stichten waar zeer prijzige instrumenten voor nodig waren. Het bleef niet alleen bij de gedachten. Ja, na enkele weken, op 15 augustus van dat zelfde jaar, was er al een vergadering en werd de muziekvereniging Pius X opgericht. De bedenkers zelf werden in dezelfde volgorde als bovengenoemd voorzitter, secretaris en penningmeester, Jan Heppe kwam er als bestuurslid bij. Er werd een collecte in Poeldijk voor de eerste aankoop van instrumenten gehouden. Deze bracht driehonderd gulden op. Het inschrijfgeld voor leden werd gesteld op één gulden.

Deken Leesberg vond het initiatief prachtig en zegde toe de laatste vierhonderd gulden, die nog no-dig waren, voor te schieten. Dit op voorwaarde dat de instrumenten bij liquidatie van de vereniging over zouden gaan naar de St Jozefgezellen. Enkele leden konden al een muziekinstrument bespelen. Zij speelden al in een militair korps. De eerste repetitie was in het kantoor van de groenten- en fruitveiling. De eerste dirigent was de heer Perlé uit Den Haag. Het eerste optreden naar buiten was een serenade bij de viering van een jubileum van L. Pauwels aan de Nieuweweg. De musici trokken zo veel belangstelling dat de tram die daar juist wilde passeren, moest stoppen. In 1914 werd de Eerste Wereldoorlog spelbreker. Bijna alle leden werden onder de wapenen geroepen. Dit noodde tot een bestuurswisseling. Willem van Dijk werd voorzitter, E. Veerkamp secretaris en Jan Olierook bleef de penningmeester. Zij bleven 25 jaar lang op deze post. E Veerkamp moest na 25 jaar, wegens drukke werkzaamheden, zijn taak neerleggen. Theo Zuiderwijk werd de nieuwe secretaris en is dat gebleven tot 1940. Na de oorlog in 1945 werd Theo Zuiderwijk voorzitter, Wim van Dijk jr. werd secretaris en Gerrit Witkamp penningmeester. Hierna waren achtereenvolgens voorzitter Theo Hoogervorst, Wil-lem van Bergen-Henegouwen, Willem Veerkamp, Daam van Dijk, Kees Olierook en nu in 2001 Bert van Dijk.
Twee bekende Poeldijkse families, Witkamp en Van Dijk maakten jaren bijna 80 % van de muziek-vereniging uit. Vele ouderen zullen nog in het bijzonder Jor Witkamp en Jan van Dijk, de postbode herinneren. Wat lustten ze graag hun borreltje.
Pius X kreeg een fraaie muziektent voor buitenconcerten langs de Voorstraat. Deze was gelegen op de tuin van Jan van der Zijden, recht tegenover het St. Vincentiusgebouw. Deze buitenconcerten heeft menig Poeldijker geïnspireerd om tot de club toe te treden.



Pius X met drumband, fanfare en vaandels keurig in pak altijd van de partij als er wat in Poeldijk te vieren is. Hier bij de intocht van de Poeldijkse priesterzoon …… van Dijk in de Sutoriusstraat.
 


Naast de harmonie kwam er in 1926 een drumband. Deze bestond eerst uitsluitend uit tamboers onder leiding van Wim van Dijk. In de jaren vijftig kwamen er 18 hoornblazers bij. De club werd pas geheel compleet toen er onder leiding van Letty Zuiderwijk een majorettegroep van 22 personen bij kwam. Speciaal voor de majorette werd een betaalde instructeur, de heer J. Blommers, aangetrokken.
Zoals reeds eerder vermeld vonden de eerste repetities plaats in het kantoor van de veiling. Dit was natuurlijk niet blijvend. Er werd achtereenvolgens gerepeteerd in café Waardeloo in de Voorstraat, bij Jan Heppe in het café aan de muizenval, in de openbare school, bij de zusters aan de Voorstraat, in het café aan de dr. Weitjenslaan, en in het Patronaatsgebouw aan de Sportlaan. Een eigen gehuurd repetitielokaal kwam er pas eind jaren vijftig, op de zolder van het St. Vincentiusgebouw. Dit werd een eigen ruimte waar men de muziekstandaards en de muziekstukken tussentijds kon opslaan. Waar men kon repeteren wanneer het de vereniging het best paste. Er was ruimte voor een leerlingenopleiding. Zelfs een bar waar men koffie kon zetten en schenken. Ja, er ontstonden toen zelfs allerlei initiatieven zoals bingo- en klaverjasavonden. Dit was een tijdperk waarin de vereniging enorm groeide en bloeide. Na 1976 kreeg Pius X een eigen repetitielokaal in het Sociaal Cultureel Centrum ‘De Leuningjes’.

Ook buiten Poeldijk is er veel genoten van Pius X. Het allereerste concert buiten het dorp vond eind jaren dertig plaats. Op een zondagmiddag in de uitspatting genaamd ‘De Bataaf’. Gelegen in de Scheveningse bosjes. Uitwisselingen met andere muziekverenigingen waren er zowel in binnen- als buitenland. De bond- en Federatieconcoursen waren krachtmetingen waaraan veelvuldig aan werd deelgenomen. Er werd wel eens het hoogst te behalen aantal punten gehaald bij een concours. Op de renbaan in Nootdorp werd met zeer veel succes de ouverture ‘Mirinarella’ ten gehore gebracht.
In de jaren zestig werd er deelgenomen aan het Antwerpse stadsfestival. Daar werden niet alleen hoge punten gescoord voor de muziek maar werd ook de prijs van 1200 gulden, voor het best geüniformeerde korps binnen gehaald. Het waren dagen waarin Pius X de pers haalde. Zelfs een filmmaatschappij stond voor de deur. Zij wilde graag, via deze vereniging, een film maken van de Poeldijkse gemeenschap. Van winkels, bedrijven, de kerk, de scholen en verenigingen. Vele mensen van toen zijn op deze historische film te zien. Deze leuke Poeldijkse film is al zo intensief gedraaid, dat hij moest worden overgezet om hem voor de toekomst te behouden.

In het jaar 1978 werd de ‘Vriendenclub Pius X’ opgericht. Een vriendenclub die veel werk binnen de vereniging verzet, zoals het klaarmaken van de zaal voor een koffieconcert, de verzorging voor het vervoer wanneer er elders moet worden opgetreden. Ook de dames van de vriendenclub die met veel succes de majorettekleding maken, zijn van onschatbare waarde. Financiële acties werden en worden door de vriendenclub gedaan. Belangrijk waren de guldenspaaracties, waarbij men wekelijks langs de huizen ging met spaarbonnen. De donateurgelden worden door hen opgehaald en vele tombola’s georganiseerd. In de jaren negentig is er het houden van een jaarlijkse rommelmarkt aan toegevoegd.
‘Zonder jeugd geen toekomst’, moet het bestuur gedacht hebben in 1980. Na gesprekken met de hoofdonderwijzers van de lagere scholen in Poeldijk mocht de dirigent van Pius X een uur per week muziekles komen geven. Wel moest Pius X de nodige apparatuur en het lesmateriaal aanschaffen. Na overleg met het gemeentebestuur kreeg de vereniging hiervoor extra subsidie om de ergste kosten te kunnen opvangen. Zo nu en dan komt de dirigent met de leerlingen naar het repetitielokaal om de muziekinstrumenten van nabij te leren kennen. Deze aanzet heeft er toe geleid dat er een leerlingenorkest kon worden gevormd.

Pius X heeft zich anno 2000 al vijftig jaar in de hoogste afdeling, de Superieure Afdeling Fanfare, weten te handhaven. Laten we de wens uitspreken dat deze pupillen het in de toekomst niet minder zullen doen.
Poeldijk geniet nu zo’n vijf keer per jaar op iedere eerste zondag van de maand van een koffieconcert. Deze concerten zijn voor iedereen toegankelijk, in de schitterende accommodatie van de grote zaal ‘De Leuningjes’ met steeds andere muziek. Vaak gekoppeld aan iets actueels dat zich in de dorpsgemeenschap afspeelt, zoals Sint Nicolaas, Nieuwjaar en Carnaval. Ook gastorkesten van zusterverenigingen zijn regelmatig van de partij. Laten we de wens uitspreken dat dit culturele hoogstandje in Poeldijk met haar vele sociale contacten tot in lengte van dagen zal voortduren.
Konden de drie mannen van het eerste uur maar even terug lezen hoe hun gedachten zijn uitgegroeid tot een ware dorpsstory.

 

De Poeldijkse hervormden en de jongeren.



In 1916 werd onder leiding van Mevr. Fontein, geïnspireerd door Gods woord, een Chr. Meisjesvereniging in Poeldijk opgericht. Leden van het eerste uur waren oa. Im en Janna Bossard, Jannie de Bruin, Ko van Galen, Sien Kaay, Marie Kuyvenhoven, Bep Malipaard, Boukje Mosterd, Neeltje Vreugdenhil, Clazien de Zeeuw en Gre de Zeeuw. In een sfeer van saamhorigheid vervaardigden de meisjes warme kleding. Deze werd met Kerstmis in alle discretie aan de behoeftige gezinnen- en dat waren er vele- uitgereikt.
Op vrijdag 11 november 1927 werd er onder leiding van dhr. C. Fontein hoofd van de Chr. School, een Christelijke Jongelings Vereniging (C.J.V.) opgericht. Zij droeg de naam ‘Eben Haëzer’ wat betekent: De Here heeft ons tot hiertoe geholpen. Het bestuur werd gevormd door Henk Stein, Jan Voorberg, Wim Lange en Jaap Troost. De eerste leden waren Lies v.d. Bos, Wim C.C. v.d. Bos, Jan Lange, Rinus Siepman, Klaas Stein, Piet v. Velden, Maarten Vellekoop en Jan v.d. Meer. Typerend voor die tijd werd daarbij het accent op de zondagsheiliging gelegd. Artikel 1 van het reglement luidde dan ook: de leden zullen boven alles de Dag des Heren heilig achten.
Het reglement gaf ook aan wat er op de wekelijkse bijeenkomsten gedaan moest worden. De agenda zag er als volgt uit:
Opening met gebed
Onderlinge bijbelbespreking
Vriendschappelijke samenspraak over het Godsrijk en de vereniging in het bijzonder
Opstel, voordracht
Sluiting met gebed

De Bijbelbespreking moesten de leden zelf voorbereiden en inleiden. Door de discussie die daarop volgde, leerden zij hun gedachten vormgeven, hun ideeën naar voren te brengen en hun standpunt te verdedigen. Dit moet een enorme studie geweest zijn. In die tijd werd er ook heel wat gedaan aan het voordragen van gedichten, om zich te ontwikkelen in deze kunst.
De actieve leden mochten het N.J.V.-speldje dragen. Daarop stond een bijbel afgebeeld, opengesla-gen bij de tekst uit Romeinen 1: 16: Want ik schaam mij voor het evangelie van Jezus Christus niet.
Op 5 oktober 1928 werd er, op voorstel van Rinus Siepman, een knapenvereniging opgericht. De werkzaamheden waren in feite een afspiegeling van die van de jongelingsvereniging. Deze club was echter geen lang leven beschoren. Reeds in 1929 hield de club, wegens te geringe belangstelling, op te bestaan. Het heeft nog 5 jaar geduurd voordat deze vereniging weer van de grond kwam.

Een geheel nieuwe impuls verkreeg de C.J.V op donderdag 4 december 1930. Het clubgebouw met de lange naam ‘Gebouw voor Christelijke en Sociale belangen’ aan de Monsterseweg werd feestelijke geopend. Het gebouw was eigendom van de Raiffeisenbank, die het ook gedeeltelijk voor haar bankzaken ging gebruiken. Voordien werden de vergaderingen gehouden in het middelste lokaal van de Christelijke school. Het schoolbestuur stelde dit lokaal ter beschikking.
Al vroeg had men het belang van een goed boek bij de C.J.V. ingezien. Een leesbibliotheek werd ingericht en het was de heer Fontein die zijn boeken ter beschikking van ‘Eben Haëzer’ stelde. Jaap Troost kreeg de zorg voor deze bibliotheek. Hij hield op zaterdagavond zitting om de boeken in te nemen en uit te lenen.

Rond 1933 groeiden er vanuit het C.J.V. zondagjeugddiensten, die aanvankelijk eerst éénmaal, later tweemaal per maand werden gehouden. Om deze diensten goed te kunnen organiseren had de C.J.V. uit haar midden een jeugddienstcommissie gevormd. De eerste leden die in deze commissie zitting hadden waren Wim C.C. van der Bos, Wim de Lange, Henk Stein en meester Fontein. De zondagse jeugddiensten hebben geduurd tot oktober 1943, toen het door de oorlogsomstandigheden, vooral voor de jeugd, te moeilijk werd de diensten te bezoeken. Het waren de heren W. van Spronsen, W. Scheer (directeur van de Poeldijkse kistenfabriek) en Jac. de Zeeuw die altijd met hun auto voor het vervoer van de predikanten zorgden.

Op maandag 17 september 1934 werd er opnieuw een jongensclub opgericht en ze werd door de C.J.V. als onderafdeling geadopteerd.
Bestuursleden van de jongensclub waren:
Jan Coenradie secretaris
Koos de Zeeuw penningmeester
Henk de Jong bibliothecaris
Arie van Eendenburg algemeen adjunct
Deze jongensclub, die gedurende haar gehele bestaan aan bloedarmoede leed, moet omstreeks 1950 zijn opgeheven.
In 1953 werd de jongensclub opnieuw gestart, maar nu onder de naam ‘Immanuël’. Leider van de heropgerichte club was Adr. Mostert, die inmiddels ook voorzitter van C.J.M.V. was geworden. Het geringe ledental bleef echter altijd zorgen baren. Enkele jeugdleiders uit de vroegere jaren waren Rien Valstar, Wim van Asselt en Jan Smidt. In 1967 verscheen Jan Bogaard als leider.
Op zondag 23 november 1941 werden niet alleen de leden van de Chr. Jongeren Vereniging opgeschrikt maar geheel Poeldijk. Joop Steenks stierf een onverwachte dood. Hij was nog maar 20 jaar oud. De dag ervoor was hem een ernstig ongeval overkomen op de Monsterseweg vlak voor de Christelijke school. Hij was bibliothecaris en kwam elke vrijdagavond met zijn vrienden rond de bijbel samen.
In maart 1944 werd het gehele complex, school, inclusief het huis van de hoofdonderwijzer en het verenigingsgebouw door de bezetter gevorderd om er soldaten in te huisvesten. Men kreeg twee dagen de tijd om de school en gebouwen te ontruimen.
De eerste vergadering van de jongemannenvereniging (voorheen jongelingsvereniging) na de Tweede Wereldoorlog was op dinsdag 3 juli 1945 ten huize van Janus van Eendenburg aan de Vredebestlaan thans Casembrootlaan. Er waren 13 personen aanwezig en er werd éénsluidend besloten om het verenigingswerk weer op te pakken. Ook vond er een bestuursverkiezing plaats. Zitting in dit bestuur namen:
Janus van Eendenburg voorzitter
Jan van Dijk secretaris
Jan Steenks penningmeester
Janus de Zeeuw bibliothecaris

Een korte tijd later kwam Ton Mostert als vijfde man het bestuur versterken.
Het reglement, waarin stond vermeld wat er op de wekelijkse bijeenkomsten gedaan moest worden bleef ongewijzigd. Bijbelinleiding en de behandeling van een vrij onderwerp bleven de hoofdpunten op de agenda. De vrije onderwerpen die direct na de Tweede Wereldoorlog behandeld werden, waar-van de hoofden nog vol zaten, wil ik even bij naam noemen. Cor Langenbergs onderwerp luidde: Het Bombardement van Wiesbaden, Rien Valstar praatte over: Naar Duitsland gaan en Thijs Mostert over: De ontvoering naar Moffrika.
In 1947 veranderde de Chr. Jongelings Vereniging van naam en deze werd nu Chr. Jongemannen Vereniging, het C.J.M.V. genoemd.

In 1948 werd als onderafdeling van de meisjesvereniging een club voor jonge meisjes opgericht. Dit gebeurde op voorstel van Lenie den Drijver en Wil van Straalen. De club kreeg de naam ‘Hand in Hand’ en de initiatiefnemers werden de eerste leidsters. Na hen kwamen als leidsters Tine de Zeeuw en Adrie Klem. Enkele latere leidsters waren Tini Storm, Atie Middelburg, Annie Vellekoop, Dicky Verschoor en Nelie Stein.
Op 28 april 1929 werd de C.J.V. versterkt met een mondharmonicaclub, onder leiding van Wim Lange. Jammer was het, dat dit muzikale gezelschap het niet kon volhouden en in 1932 alweer van het toneel verdween
Op 24 januari 1948 werd er weer een mondharmonicaclub opgericht. Nu op initiatief van secretaris Adrie Mostert, Leen Koorneef en Bram van der Linden. Deze kreeg de toepasselijke naam ‘Fris en Vrolijk’. Dit werd een groot succes onder de dirigerende leiding van Kees Stein en in de latere jaren van Bram van der Linden. ‘Fris en Vrolijk’ heeft bijna een kwart eeuw bestaan tot groot vermaak van verenigingen en bejaarden.
Op 27 februari 1959 kwam een fusie tot stand tussen de jongemannen- en meisjesvereniging, nadat vele andere clubs in het land al waren voorgegaan. De fusie was nodig daar de verenigingen te kam-pen had met te weinig leden. En met te weinig kasmiddelen. De nieuwe vereniging ging werken onder de naam Chr. Jongeren Vereniging en kreeg deze naam mee van de vroegere meisjesvereniging ‘Wees een Zegen’. Het bestuur kwam er als volgt uit te zien: Adriaan Mostert, Jan Smidt, Mien van Asselt, Co v.d. Bos en Jan den Broeder.
In de 60er-jaren groeide de agenda naar een wat speelser programma. De onderwerpen van discussie waren actueel en betroffen het leven van alledag, zoals:
De betekenis van de C. in de C.J.V., Gaan we oecumenisch kerken en Wel of geen abortus.
Terwijl het tweede deel van de vergadering werd gebruikt voor bewegingsspelen zoals tafeltennis, tafelvoetbal, sjoelen, speerwerpen, handenarbeid, volksdansen en later, zij het wat aarzelend, stijldansen.
In 1960 vond er een belangrijke wisseling in het bestuur plaats. Voorzitter Adriaan Mostert, die al sinds 1940 lid was, vertrok wegens huwelijk. Men mag wel zeggen dat met dit huwelijksbootje een belangrijk figuur voor de C.J.V. wegvoer.
Op 23 januari 1970 ging er een nieuwe club van start nl. de Jeugdsociëteit ‘Het trefpunt’. Het initiatief van de club voor jongens en meisjes, de oprichting en de leiding, was in handen van Jan Bogaard en Dicky Verschoor. De club kwam samen in de bedrijfsruimte van de familie Van der Ende aan de Monsterseweg. Deze sociëteit trok veel bezoekers en bezat een eigen maandblad dat de ‘Voltreffer’ heette. Later zijn de activiteiten van de club verplaatst naar het clubgebouw aan de Monsterseweg. De moedervereniging, de C.J.V. kreeg zelfs een nieuw impuls toen deze sociëteit bij haar werd ondergebracht. Het maandblad de Voltreffer is later opgegaan in de ‘Kerkbode’ van de inmiddels opgerichte Herv. Kerk Poeldijk.

Jan Bogaard

Met de bouw van een nieuwe hervormde kerk in Poeldijk in 1988 zijn er ook nevenruimten ge-bouwd. Eén ervan is bestemd voor huisvesting van de jeugdclubs. Thans vormt de C.J.V.-Poeldijk een bloeiende vereniging met een centraal bestuur, waarvan Adrie Vellekoop , Bep Stijger en Piet Valstar de dagelijks leiding vormen. Er is daar:
A Een jongeren vereniging vanaf 16 Jaar
B Een tienerclub jongens en meisjes van 12 tot 15 jaar
C Een jeugdclub voor kinderen van 8 tot 12 jaar
D Een kinderclub van 5 tot 8 jaar
Zoals u ziet worden de kinderen, de jeugd, de tieners, de jonge meisjes en de jonge mannen van de Hervormde Kerk van Poeldijk in de gelegenheid gesteld om tot een goed Christen gevormd te wor-den. Jan Bogaard heeft de voorzittershamer van de C.J.V. na 32 jaar overgedragen aan Adrie Velle-koop. Bij het afscheid werd Jan Bogaard, door de nieuwe voorzitter, flink in het zonnetje gezet. Voor zijn enorme inzet en het grote enthousiasme waarmee Jan 32 jaar lang werkte, werd hij benoemd tot ere-voorzitter van C.J.V. ‘Wees een Zegen’ in Poeldijk. Nog meer eer werd Jan toebedeeld toen hij voor dit gewaardeerde werk bij de Hervormde Gemeente, door de gemeente Monster werd benoemd tot ereburger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Index Boek        Volgende hoofdstuk