Hoofdstuk 3
Kapel en kerken in Poeldijk
Op de noordelijke Ganteldijk werd het eerste kapelletje getimmerd. Dit gebeurde in het uiterste puntje van de Oostpoel, waar ‘De Poel’ en de ‘Dyck Polder’aan elkaar gekoppeld waren ‘Aen den Poeldicke’. In de 12e eeuw was hier een naamloze leefgemeenschap van boeren en dijkwerkers ontstaan. Het latere Poeldijk. Deze kapel werd ‘Capella Beatæ Maria’genoemd; een primitief gebedenhuisje. Het kerkje werd gebouwd op het grondgebied van de Graven van Holland hetgeen was uitgeleend aan Joannis Naghel. De bouw van de kapel door Diederik VII, zoon van Floris III, was het uitvoering geven aan een penitentie. De Paus had de Graaf van Holland, Floris III (1157-1190), de boetedoening, de bouw van een kapel, opgelegd voor oorlogshandelingen, aan de zijde van de Duitse keizer, Frederik Barbarossa (1152-1190), in het koninkrijk Toscane. Zijn manschappen hadden zich, tijdens een veldtocht, nogal misdragen. Zij hadden namelijk de kapittelkerk Maria de Maggiore (de meerdere) in brand gestoken.
De Poeldijkse kapel was één van de vier kapellen, gelegen in de oer-parochie Monster en was aan de Ten Hemelopneming van de H.Maagd Maria toegewijd. Bij het kapelletje behoorde een stuk grond waaruit het salaris van de kapelaan en het onderhoud van het kapelletje betaald moest worden. Zo’n kapelaan moet men niet vergelijken, met de kapelaans, zoals wij die tot voor kort nog kenden. Kapelaan in deze betekenis is afgeleid van het woord ‘capellanus’ en was een bedienaar van het altaar, bidplaats of een kapel. Hij was onafhankelijk van de pastoor van Monster en niet rechtstreeks bij de zielzorg betrokken. Hij las heilige missen met gefundeerde intenties, zoals zielenmissen voor stichters van de kapel. Zijn aanstelling kwam voort uit de stichtingsakte van de kapel en de samenhangende fondsen, waaruit hij bezoldigd werd. In dit geval de graven van Holland en de ambachtsheer van Monster. Het lijkt haast vanzelf sprekend dat de eerste bewoners van Poeldijk, zoals boertjes en dijkbewerkers, de mis hebben bezocht waardoor de kapel uitgroeide tot een dorps kapel.
Op 5 augustus 1252, een belangrijke datum voor Poeldijk, verleende de bisschop van Utrecht de kerkelijke goedkeuring aan het Poeldijkse kapelletje. Het was in die tijd gebruikelijk, dat een kerk of kapel een patroon of schutsheilige had. Er werd gekozen voor de H. Bartholomeus als beschermheilige en aan de Ten Hemelopneming van de H. Maagd toegevoegd. Het lijkt dan logisch, dat we vanaf die datum kunnen spreken van een Bartholomeusparochie in Poeldijk. Aan die kerkelijke goedkeuring verbond de bisschop wel de voorwaarde dat de kapel vanuit de parochiekerk van de H. Machutus werd bediend en dat zij een parochiefunctie ging vervullen ten behoeve van de bewoners van Poeldijck.
De graaf van Holland droeg de kerk van Monster met al haar kapellen Poeldijk, Naaldwijk, s’Gravenzande, Eikenduinen en Loosduinen over aan de Norbertijnen van Middelburg. De H. Machutus van Monster bleef de officiële parochiekerk van Monsterambacht, dat zich uitstrekte van de Landscheidingweg bij Wassenaar tot de oevers van de Maas bij het huidige Hoek van Holland. De kapellen in dit gebied kregen allen een parochiefunctie, waarbij de kapel te Poeldijk als ‘Primus inter paris’ (eerste onder zijn gelijke) werd aangemerkt.
Een vermelding van een tweede kapel/kerk in Poeldijk vinden we in een oude register van graaf Floris V, waarvan een belangrijk deel te dateren is kort na het jaar 1280. In dit register wordt de tweede kapel van Poeldijk verschillende malen genoemd. Verder wordt deze kapel genoemd in een akte uit het jaar 1395. Daarin staat dat de heer Gijsbrecht van den Poel, kanunnik te Naaldwijk, vijf hond land schenkt aan de kapel van Poeldijk. Dit perceel land werd in 1438 verkocht aan de abdij van Rijnsburg. Met deze opbrengst moesten de kosten van het timmerwerk aan het dak van de kapel in Poeldijk worden betaald. Deze voormalige kapel staat bovendien getekend op de kaart van Jacob van Deventer uit 1542. Ook in het kaartboek van de Regulieren van ’s-Gravenzande is de kapel getekend door Oele Oeleszn in het jaar 1566.
Een andere niet onbelangrijke datum voor Poeldijk is 1563. In dat jaar stelden de Staten van Holland vast, dat de ‘collatie van de capelrie’ toebehoorde aan de ambachtsheren van Monster. Dat waren de toenmalige heren van Polanen, omdat hun voorouders de stichters waren van de kapel aan de dijk en leenheer van de molenwerf in de buurtschap Poeldijck. De toenmalige heer was Willem van Oranje Nassau, die door een van zijn huwelijken dit goed in zijn bezit had gekregen.
Naar de afbeeldingen op deze kaarten te oordelen was dit kapelletje voorzien van een slank torentje en moet – voor een dorpskapel van die tijd - zeker de moeite van het aanzien waard zijn geweest. In de begintijd van de Tachtigjarige Oorlog heeft het kerkgebouw veel te lijden gehad. Waarschijnlijk zelfs al tijdens de activiteiten van de Wederdopers en de Beeldenstorm van 1566. Door de marteldood van de twee Monsterse priesters door de Geuzen kwam aan de regelmatige zielzorg van de katholieken te Poeldijk een einde. Hoe de geestelijke verzorging van de Poeldijkers tijdens de eerste periode van de Hollandse missie verliep, blijft enigszins duister. Wellicht werden zij vanaf 1592 geholpen door de Jezuïetenstatie te Delft. In 1605 ontstond er in Den Haag een seculiere statie van Jezuïeten in de Oude Molstraat en werd Poeldijk door hen verzorgd. Het oudste doopboek van de seculiere statie bevat in elk geval inschrijvingen van dopen die in Poeldijk hebben plaatsgevonden. Vanaf 1614 maakte speciaal de Haagse priester Hendricus Schenkel het Westland tot zijn arbeidsveld. Later voegde Jacobus Everding zich daarbij.
Op 28 december 1647 werd Franciscus Verburch tot eerste pastoor van het Westland benoemd. In de jaren dat Verburch in Poeldijk pastoor was, was daar geen kerk of kapel. Men kerkte in het geheim in ongeveer vijftig schuilkerken, verspreid over het Westland dat geheel onder zijn parochie viel.
Pastoor Verburch werd opgevolgd door Pastoor Van Bijlevelt. Als Poeldijks bouwpastoor was Van Bijlevelt niet erg gelukkig. Men kerkte in zijn eerste jaren nog steeds op de door Verburch ingerichte zolder van het huis dat naast de pastorie stond. Van Bijlevelt ging wat kerkbouw betreft al te voortvarend te werk. Hij bouwde zonder vergunning aan te vragen en vertrouwde op mondelinge toezeggingen van goede relaties. Tijdens de bouw van de kerk werd hij benoemd tot pastoor van de statie Oude Molstraat in Den Haag. De voortgang in de kerkbouw werd toen gestagneerd door onenigheid over de keuze van Van Bijlevelts opvolger. Een gedeelte van de Poeldijkse statie weigerde namelijk de kerkbouw verder te financieren als Van Bijlevelts kapelaan Van Rossum, die al in Poeldijk werkte, niet tot zijn opvolger zou benoemen. Van Bijlevelt was hierin hardnekkig en weigerde pertinent Van Rossum als zijn opvolger aan te bevelen. Pastoor Correge werd benoemd maar Griet van der Meer (waarschijnlijk een klopje) verzocht per brief namens veel parochianen pastoor Correge niet naar Poeldijk te komen.
De half gebouwde kerk was intussen een steen des aanstoots bij de hervormden en de bestuurders van het ambacht Monster. Op 17 december 1713 kwam, in de statie Poeldijk, het bericht van de Gecommitteerde raad van Staten “de nieuw gemaeckte Paepsche kerck of kapel in de Poeldijck, door of tot laste van die selve hadden doen maecken, voor den eersten mey naestkomende tot de grondt toe afbreecken en te slechten”. De half afgebouwde kerk werd afgebroken. Na veel getouwtrek over de gemaakte kosten deed de oud pastoor Van Bijlevelt een toezegging van f. 7500,-- De Poeldijkse geldschieters – (genoemd Anthony van Ravestein en een Andries van Es) waren bereid hun toezegging voor de bouw van een nieuwe kerk gestand te doen. Pastoor Van Bijlevelt liet onder druk van dit financiële debacle zijn starre houding inzake de aanbeveling van een opvolger varen. Johannes van Rossum werd als de nieuwe pastoor van Poeldijk erkend.
Pastoor Bijlevelt die op den duur zelfs het ambt van Apostolisch-vicaris bereikte en in de functie van ‘judex in partibus (kerkelijk rechter) werd benoemd. Deze belangrijkste post van de Hollandse zending liep voor hem op een fiasco uit. Vrijwel meteen na zijn aantreden als apostolisch-vicaris beging hij de fout door in Assendelft een pastoor af te zetten en te laten vervangen door zijn eigen kapelaan. Een kapelaan die publiek geweld niet schuwde. Ogenblikkelijk verloor hij hierdoor het beetje vertrouwen dat hij genoot bij de Staten van Holland. Men verbood Van Bijlevelt de uitoefening van zijn vicarisschap en zijn verdere ambtstermijn heeft hij in ballingschap moeten functioneren. In 1727 is hij gestorven.
Noodgedwongen kerkte men in Poeldijk nog enige jaren op de bouwvallige kerkzolder. In 1721 kwam de officiële toestemming voor de bouw van een nieuwe kerk. De oude schuurkerk werd afgebroken en op dezelfde plaats, op de hoek Voorstraat – Kerklaan nu meubelzaak Doornkamp, werd een nieuwe kerk gebouwd. Deze mocht niet groter zijn dan 1900 vierkante voet en volgens voorschrift mocht het buitenaanzicht niet als een kerk herkenbaar zijn. In de kerk moet het vaak donker zijn geweest, ze werd verlicht met enkele kaarskronen en door olie lampen die aan de zijmuren bevestigd waren. Pas veel later - in 1779 - werd het kerkje belangrijk uitgebreid. Tijdens het pastoraat van Bernardus Joannes Loos (1826-1844) werd naast de kerk een kerkhof aangelegd.
In 1780 werd de kerk flink vergroot. Deze kerk stond met de ingang naar de Kerkstraat. Een schrijver vermeldde: “De Roomsch gezinden hebben een allerfraaiste kerk, wier weerga in de gehele Provincie Holland niet gevonden wordt. Een langwerpig vierkant gebouw, waaraan ook het huis van de pastoor is gebouwd. Dit is hoger dan de kerk zelf”. Gedurende de Franse bezetting, onder keizer Napoleon, werd er aan de kerk nog een toren gebouwd, waarin twee luidklokken werden aangebracht.
Geleidelijk werd het gebied van de zielzorg vanuit Poeldijk verkleind. In 1776 kreeg Monster een eigen bijkerk die vanuit Poeldijk werd bediend. In 1785 was er een grenswijziging met de parochie Eikenduinen. En in 1787 was er de oprichting van een eigen parochie in Naaldwijk, waaronder ’s-Gravenzande en Sandambacht. De Poeldijkse bijkerk-boerderij aan de Zwartendijk, werd toen afgestoten. In 1803 werd de parochie van Monster zelfstandig. In 1890 volgde Kwintsheul, waarvan ook een gedeelte in Poeldijk kerkte. Tenslotte werd in 1907 Honselersdijk een zelfstandige parochie
.
In het midden van de negentiende eeuw begonnen de Poeldijkers weer aan de bouw van een fraai Godshuis. Een in gotische stijl.

Dit fraaie plaatje uit 1890 spreekt boekdelen. De prachtige Poeldijkse kerk met de pastorie. Een verharde weg was nog een droombeeld. Op de achtergrond poseert een koets, terwijl op de voorgrond de handelaar met zijn handelswaar in de hondenkar, een jongeling, de pastoor met bonnet als hoofddeksel en dragend zijn priesterrok, daarnaast drie dames voor het rusthuis.
Plaatsgebrek was de drijfveer tot deze nieuwbouw. Een blok huizen waarin destijds ook pastoor Verburch woonde, werd afgebroken. Op die plaats verscheen een voor die tijd fraaie kerk met 224 zitplaatsen Het was een prachtige kerk met twee torens en stond op de plaats waar nu de voortuin van de pastorie is gelegen. Onder het koor van de kerk was een grafkelder gemaakt voor de overleden priesters. Het interieur van de nieuwe kerk werd verfraaid met een eikenhouten hoofdaltaar, een preekstoel, communietafel en achtereenvolgens een Maria-en een St Josef-altaar, dit alles voorzien van sierlijk houtsnijwerk.

Het interieur met het prachtige altaar en preekstoel van de in 1850 gebouwde kerk.
( afgebroken in 1926)
Dit was een luxe en daarvoor moest de goedkeuring van de bisschop van Haarlem worden verkregen. Enkele jaren later is er een groot pastoorshuis met sacristie aan de kerk gebouwd. De kerk had een gang die aan de westzijde was aangebracht en een rechtstreekse verbinding met de sacristie gaf. Men kon daardoor dicht bij het altaar komen. Omdat het kerkhof te klein werd, heeft men in 1901 van Gerardus Goeijenbier een stuk grond aan de Gantel gekocht voor de aanleg van een nieuw kerkhof. Er werd over de toen bestaande vaarsloot een brug gelegd om toegang tot het kerkhof te verkrijgen. Willem Zwaneveld, een Poeldijkse alcoholist was de eerste die er begraven werd..
De kerk van 1850 bleek na circa 75 jaar te klein te zijn. Er is nog even over nagedacht om hem te behouden en een tweede kerk te bouwen aan de Dr. Weitjenslaan. Uiteindelijk werd gekozen voor de bouw van de huidige kerk De architect van deze kerk, in neogotische stijl, was Nic. Molenaar Sr. uit ‘sGravenhage. In 1924 werd de bouw gegund aan M Bakkeren te Prinsenhage, die had ingeschreven voor een bedrag van f. 287.500,-. Om dit geld voor de bouw en verfraaiing bij elkaar te krijgen werd een 6 % obligatie-lening uitgegeven groot f 325000,-- in obligaties van 1000,-, 500,- en 100,-- gulden. Ook verkocht de parochie een kerktuin: de grote tuin met monumentaal woonhuis aan Jan Duivestein (aan de Plaats). Leendert van der Meer had deze tuin, rond 1700, bij testament aan de R.K. parochie van de H. Bartholomeus te Poeldijk vermaakt. Voordien was deze in bezit van de adellijke familie Bronkhorst. De kerkinwijding vond plaats op 5 augustus 1926 door Mgr. Callier, bisschop van Haarlem.
Opvallend in deze kerk zijn de zeven gebrandschilderde ramen in de absis. Deze stammen uit 1926 en zijn ontworpen en uitgevoerd door de kunstenaar W. Mengelberg uit Utrecht. Hij liet zich inspireren door de zeven sacramenten. De voorstellingen, vanuit de hoofdingang gezien, zijn van links naar rechts, Priesterschap, Vormsel, Doopsel, Eucharistie, Biecht, H. Oliesel, en het Huwelijk.
Het orgel is een Maarschalkerweerd-orgel, komende vanuit de vorige kerk. Het werd in 1926 verbouwd door de firma Bik te Leiden en bevatte toen 15 registers. In 1954 is het uitgebreid tot 31 registers door Jos Vermeulen uit Alkmaar.
In de toren bevinden zich drie luidklokken. Ze werden in 1947 aangebracht ter vervanging van de twee door de Duitse bezetter geroofde klokken tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nieuwe klokken werden gegoten bij Van Bergen te Heiligerlee. De lichtste klok en daardoor ook de hoogstgestemde heet Maria en weegt 300 kg. Deze geeft de toon C aan. De middelgrote klok, genaamd Jozef, weegt 475 kg. Hij draagt zorg voor de toon A. De derde klok geschonken door de familie bom heet Bartholomeus en weegt 975 kg en gestemd in F. Op de uurwerkzolder, in de toren, bevindt zich een slingeruurwerk dat in 1926 door de fa. Eijsbouts te Asten (N-Br.) is geplaatst.
De kruiswegstaties stammen evenals het orgel oorspronkelijk uit de oude kerk. De staties zijn van het jaar 1859, van de hand van de kunstschilder Stolzenberg uit Roermond en zijn in Nazarenerstijl geschilderd.
Vooraan in de kerk hangt een fraai schilderij, voorstellende de marteldood van de H. Bartholomeus.
De afmeting van genoemde schilderij is 118,5 bij 71 cm, stamt uit de periode rond 1510 en was vermoedelijk een onderdeel van een drieluik. Het wordt toegeschreven aan de Meester van de Figdor-Kruisafneming. Deze onbekende meester was een navolger van Geertgen tot Sint-Jans en werkte in Haarlem en Amsterdam.

Afbeelding van het schilderij met het levensverhaal en de marteldood van de H. Bartholomeus.
Het tabernakel is een meesterwerk van een Antwerpse zilversmid Huybrechts die het in 1606 (voor de komst van Pastoor Verburch) vervaardigd heeft. De deur van het tabernakel is uit een plaat zilver gedreven met een voorstelling uit het Lucas-evangelie. De omlijsting is versierd met zilver rasterwerk en schelpen. Op de hoeken staan de zilveren beelden van Maria en Johannes.
De Godslamp, die altijd brandend bij het tabernakel hangt, is een gedreven zilveren meesterstuk van de Amsterdamse zilversmid Nic. van Diemen en is vervaardigd in 1777.
Rond 1988 raakte het kerkgebouw van de Bartholomeus parochie in verval en er gingen stemmen op om de kerk af te breken. Men wilde een nieuwe kleinere kerk bouwen. Dit leidde tot groot verzet. De parochianen gaven, onder het motto: ‘ Samen Sterk voor de Bartholomeuskerk’, 1,8 miljoen gulden om de renovatie te bekostigen. In de prachtige, knusse en nieuwe Hervormde Fonteinkerk werden de Rooms-katholieke Poeldijkers gastvrij onthaald om te kerken tijdens de restauratie. Het was hartverwarmend hoe de twee christelijke kerken samenwerkten.

De Bartholomeus kerk is in 1990 een ware metamorfose ondergaan en het is er heerlijk om er in te kerken
Dekenaat Poeldijk
Het was in de periode van na de Reformatie, het jaar 1647, waarin door de apostolisch administrator Sabout Vosmeer te Delft Franciscus Verburch werd benoemd tot pastoor voor het hele Westland. Er bestonden toen geen dekenaten en dat bleef zo gedurende ruim twee eeuwen, tot na het herstel van de Bisschoppelijke Hiërarchie in het jaar 1853. Kort daarna volgde in 1855 de oprichting van het dekenaat Den Haag, waarvan de meeste toenmalige Westlandse parochies deel gingen uitmaken.
Misschien is het goed kort uit te leggen wat een dekenaat is en doet. Een dekenaat is een overkoepelend orgaan van verschillende parochies. Zijn taak is die zaken te behartigen die de afzonderlijke parochies te boven gaan. Het woord ‘deken’ komt van het latijn - decem, tien - en duidde oorspronkelijk op iemand met verantwoordelijkheid over tien personen. De deken heeft een sterke kerkjuridische positie, organisatorisch een tussenschakel tussen de bisschop en de pastoors. Hij heeft een belangrijke functie in de advisering aan de bisschop o.a. bij benoemingen. Ook moet de deken zorg dragen voor het welzijn van de priesters in zijn dekenaat. Het bestuur van een dekenaat komt voort uit de verschillende parochies en is aanspreekbaar op het gevoerde of te voeren beleid, zowel financieel als ook pastoraal. De deken draagt de eindverantwoordelijkheid.
Mgr. A.J. Callier, bisschop van Haarlem, riep per decreet van 3 december 1909 het ‘Dekenaat Poeldijk’ in het leven. Hiermee werd nog eens uitgedrukt dat deze parochie na de reformatie aan de basis had gestaan van de andere Westlandse parochies. Pastoor V.J.J.M. Leesberg van de Bartholomeusparochie te Poeldijk werd de eerste deken (1909-1912).
Dat dekenaat bestond, volgens de brief van de bisschop, uit de parochies van Loosduinen, Rijswijk, Hoek van Holland, Honselersdijk, Monster, Naaldwijk, Poeldijk, Kwintsheul, Honselersdijk, Wateringen en de bijkerk Heenweg. Als deken fungeerden achtereenvolgens: de pastoors G. Buisman (1912-1930), G.J.M. Maat (1930-1946), G. Kuys(1946-1958) en H.C.M. Dijsselbloem (1958- 1962). Tijdens het dekenaatschap van W.A. Nicolaas 1962-1972) werd in 1965 de naam ‘Dekenaat Poeldijk’ gewijzigd in ‘Dekenaat Westland’. Tegelijkertijd werd een dekenaal pastoraal beraad in het leven geroepen.

Deken G.J. M. Maat Deken G Kuys
De enige niet gebonden deken aan een bepaalde parochiekerk was pastor A.H.P.A Wiegerinck (1972-1984). Zijn functioneren werd gekenmerkt door de oprichting - per 26 mei 1981 bij notariële acte en met bisschoppelijke goedkeuring - van de ‘Vereniging dekenaat Westland,. Zijn opvolger was deken B.A.M. van der Helm (1984-1990). Die naast parttime deken ook pastor was van de St. Jozefparochie te Wateringen. In 1990 werd deze opgevolgd door A.A. van Well, die de geschiedenis is ingegaan als laatste deken van het Westland. Hij was tegelijkertijd pastor van de Andreasparochie te Kwintsheul.
In 1928 waren er plannen van de St. Adrianus parochie om in Naaldwijk een nieuwe kerk te bouwen. Een bewaard gebleven tekening toont het oorspronkelijke ontwerp van een kathedraalachtige kerk. Een kerk met een toren van 90 meter hoog en een koepel geflankeerd door vier kleine torentjes. Omdat men in Poeldijk van mening was dat de toren van de dekenale kerk de hoogste moest blijven, 67 meter, besloot men de toren terug te brengen tot 65 meter hoogte en de koepels met torens geheel te laten vervallen.
Bij decreet van de bisschop van Rotterdam A.H. van Luyn zijn per 1 januari 1999 de huidige dekenaten Delft en Westland samengevoegd. De naam voor het nieuwe dekenaat werd ‘Delflanden’. Pastor Chr. N. Bergs uit Hoogvliet werd tot deken benoemd.
De H. Bartholomeus parochie met zijn kathedraalachtige kerk en zijn pastorie in Poeldijk is eeuwenlang het middelpunt geweest van de R.K. kerkgemeenschap uit de omtrek. Om financieel-economische reden is daar een eind aan gekomen. De fusie van het Westland met Delft heeft de gebieden aan weerszijden van de Schie samengesmeed tot een dekenaat ‘Delflanden’.
De Hervormde Gemeente
Sinds de oprichting van de Christelijke School aan de Monsterseweg in 1916 had Protestants Poeldijk zijn centrum gevonden. In de wintermaanden organiseerde het schoolbestuur ‘winterlezingen’ in het schoolgebouw, waar gerenommeerde predikanten voorgingen. Al spoedig ontstond er een bloeiend verenigingsleven. Clubs voor de mannelijke en vrouwelijke jeugd, zelfs een goed bevolkte zangvereniging onder leiding van het schoolhoofd, dhr. C Fontein.
In 1930 kwam door bemoeienis van het schoolbestuur en de Raiffeisenbank een verenigingsgebouw tot stand met de weidse naam: ‘Gebouw voor Christelijke en Sociale Belangen’, dat toen het centrum voor Protestants Poeldijk werd.
Het was de Christelijke Jongerenvereniging die in dat zelfde jaar maandelijks op zondagavond jeugddiensten organiseerde. Die druk bezocht werden en menige Westlander onder zijn bezoekers telde. Deze diensten werden gehouden tot 1942 toen de bezetter het gebouw in beslag nam voor de huisvesting van Duitse militairen. Na de bevrijding in 1945 werd de draad weer opgepakt.
Vanaf 1948 belegde de Hervormde gemeente van Monster, tot wie Poeldijk kerkelijk behoorde des zondags twee diensten in het verenigingsgebouw. Het merendeel voelde zich daar niet thuis en bleven kerken o.a. in Ter Heijde.
In 1974 werd echter op initiatief van de Chr. Jongeren Vereniging weer een jeugddienst georganiseerd, die leidde tot het oprichten van de Vereniging Evangelische Samenkomsten (V.E.S.) Poeldijk. Deze vereniging hield eenmaal per maand en later zelfs tweemaal per maand een kerkdienst voor de Hervormden en Gereformeerden van Poeldijk in het verenigingsgebouw aan de Monsterseweg. In de jaarvergadering van 1982 van deze vereniging werd het besluit genomen om te proberen tot een zelfstandige kerkelijke gemeente van Hervormden en Gereformeerden in Poeldijk te komen.
Hiervoor moest door de in Poeldijk wonende Hervormden een gezamenlijk verzoek worden gericht aan de classis Delft van de Nederlands Hervormde Kerk. Alle Hervormden in Poeldijk werden door de V.E.S. bezocht. De meesten hebben dit verzoek ondertekend, waarna het is ingediend bij de classis. Voor de Gereformeerden gold dat door de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk van Monster, waartoe de Gereformeerden van Poeldijk behoorden, een zelfstandige Gereformeerde Kerk te Poeldijk moest worden gesticht. Een verzoek hiertoe werd door de V.E.S. gedaan. Helaas besloot de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Monster negatief op dit verzoek te reageren.
De classis Delft van de Ned. Hervormde Kerk reageerde echter wel positief op het verzoek en verklaarde Poeldijk in september 1982 tot Hervormde Gemeente in wording. Besloten werd om ondanks het afhaken van de Gereformeerde kerk toch door te gaan. Op twee januari 1983 werd de Hervormde Gemeente te Poeldijk geïnstitueerd en werden de eerste kerkenraadsleden in het ambt bevestigd. Per gelijke datum werd de V.E.S. ontbonden. De Hervormden uit Poeldijk die eerst in Monster, Ter Heijde, Loosduinen, Honselersdijk, Wateringen of helemaal niet kerkelijk meelevend waren, kwamen nu wekelijks op zondagmorgen samen in gebouw de Fontein aan de Monsterseweg. In dit gebouw was ook de Chr. Kleuterschool gevestigd.
De nieuwe kerkelijke gemeente was, mede door het terugtrekken van de Gereformeerden, maar klein in getal. Toch mocht bijstand in het pastoraat worden aangesteld in de persoon van Ds. A. Oliemans, die één dag per week in Poeldijk werkzaam was. Op deze dag bezocht hij de zieken en oudere gemeenteleden en verzorgde hij de catechese en de bijbelkring. Nadat Ds. Oliemans vanwege zijn leeftijd in 1985 moest terugtreden kwam Dhr. De Bone als pastoraal werker de gemeente dienen. Ruim 3 jaar was hij actief werkzaam binnen het pastoraat van de Hervormde Gemeente. In april 1989 aanvaardde Dhr. De Bone een benoeming als pastorale medewerker in Schiedam.
Per 1 juni 1990 maakte Ds. B.K.W. Dijkstra, predikant te Ter Heijde aan Zee, gebruik van de z.g. VUT regeling. Als emeritus predikant werd hij tot bijstand in het pastoraat van de Hervormde gemeente te Poeldijk benoemd. Daarmee was de gemeente weer een stap verder in haar opbouw want nu mochten ook alle sacramenten en ambtelijke handelingen door de ‘eigen’ voorganger worden verricht. Ds. Dijkstra beëindigde zijn werkzaamheden officieel per 1 september 1995.
In 1986 ontwikkelde het schoolbestuur plannen om met de school vanaf de Monsterseweg naar de dorpskom Poeldijk te verhuizen. De stichting die eigenaresse was van het verenigingsgebouw, besloot om bij verhuizing van de school het gebouw te verkopen. Tot nog toe had men gekerkt in het gebouw achter de Christelijke School aan de Monsterseweg. Daarmee dreigde de jonge Hervormde Gemeente evenals de andere verenigingen haar ontmoetingsruimte kwijt te raken, omdat in het nieuwe schoolgebouw hiervoor geen ruimte beschikbaar was.
De kerkenraad besloot om een bouwfonds te stichten en te bezien of het mogelijk was om in het dorp Poeldijk een nieuw onderdak voor de kerkelijke activiteiten te vinden. Diverse acties werden georganiseerd, een renteloze obligatielening werd uitgeschreven en subsidies werden aangevraagd.De kerkvoogdij zocht contact met de architect S. van de Akker uit Monster en er werden tekeningen gemaakt. Op gemeentevoorlichtingsavonden werden de plannen besproken en goedgekeurd. Van de diverse kerkelijke organen werd de vereiste toestemming gevraagd en verkregen.
Ook was er in Poeldijk, midden in het centrum van het dorp, nabij de school, een perceel grond beschikbaar dat, na lange onderhandelingen met de gemeente Monster, gekocht kon worden. Op 25 november 1986 nam de gemeenteraad het besluit tot verkoop van de grond aan de Hervormde Gemeente te Poeldijk. Hét moment om de bouwplannen verder uit te werken en de vereiste vergunningen aan te vragen.
Op 14 juni 1987 waren de vereiste vergunningen binnen en werd de grond officiëel overgedragen. De bouw van een kerk met nevenruimte voor de Hervormde gemeente kon beginnen. Op 28 augustus 1987 was het zover en ging de eerste paal de grond in. Vrijdag 30 oktober 1987 was er weer een hoogtepunt voor de gemeente, want toen kon de eerste steen worden gelegd n.l.door het jongste kerklid, Dinie van der Linden en het oudste kerklid, Cornelis Moerman. Gelukkig werkte het weer in de winter niet al te veel tegen en was in februari het gebouw wind en waterdicht.
Het werk voor de gemeenteleden kon beginnen. Om kosten te besparen werd 80% van de afbouw in ‘zelfwerkzaamheid’ verricht. Inmiddels was echter ‘De Fontein’ aan de Monsterseweg al verkocht en ontruimd en had de Hervormde Gemeente voor de wekelijkse kerkdienst haar intrek genomen in ‘De Leuningjes’.
Een enorm hoogtepunt in het bestaan van de jonge Hervormde Gemeente van Poeldijk was en blijft de ingebruikname van de kerk en de nevenruimten op 8 juni 1988.

Een verrijking voor Poeldijk de in 1988 gebouwde kerk aan de Fonteinstraat.
Er brak een periode aan van enorme groei van het aantal kinderen voor de kindernevendienst. Dit noodzaakte de kerkvoogdij plannen te ontwikkelen om de nevenruimte van de kerk uit te breiden. Die nevenruimte kon op 20 april 1996 in gebruik worden genomen.
Het jaar daarna was er weer een hoogtepunt in de geschiedenis van de Hervormde Gemeente: de groei was zodanig dat er een predikantenplaats gesticht kon worden en een ‘dienstdoende’ predikant mocht worden aangesteld. De eerste predikant die op 20 april 1997 werd geïnstalleerd was Ds. C.E. Lavooij. Mede dankzij de enorme inzet en steun van binnen, maar ook van buiten de Hervormde Gemeente, mocht aan de Jan Barendselaan een pastorie worden aangekocht, zodat Ds. Lavooij met zijn gezin gehuisvest kon worden.
In korte tijd mocht zo in Poeldijk de hervormde gemeente worden gesticht, een kerk gebouwd en een predikantplaats gevestigd. De Hervormde Gemeente van Poeldijk ziet in grote dankbaarheid terug op al deze gebeurtenissen.
