Hoofdstuk
4
Boerderijen
Boerderij Helderman
Boerderij Helderman, was de eerste boerderij gelegen aan de Voorstraat, richting Wateringseweg. Deze oude boerderij staat al getekend op de kaart van de Regulieren van ’s-Gravenzande. Het was een grote boerenhoeve, met een karnmolen aan de kant van de sloot en had daarbij verschillende grote stallen. Het boerenbedrijf bezat veel land en liep vanaf de Voorstraat tot aan de Wennetjessloot. De oude boerenhofstede werd in 1850 geheel afgebroken en boer Nicolaas Helderman liet er een nieuw boerenhuis met stallen voor in de plaats bouwen. Vanaf de woning die er nog staat, loopt een laan naar de Voorstraat, die in de volksmond de Laan van Helderman wordt genoemd. Het is een laan met veel bomen. ‘De Lange sloot’ ernaast vormt de grens tussen de huizenrijen en tuinderijen.
Jozef Helderman volgde zijn vader op als boer. Jozef kreeg veel geld toen hij een laag klei verkocht die achter in de polder, aan de Wennetjessloot, onder de graslaag lag. Deze klei werd gebruikt voor de aanleg van de vissershaven in Scheveningen. De door afgraving nu laag gelegen percelen werden vervolgens weer op hoogte gebracht met Haags stadsvuil waarop de oorspronkelijke bovenlaag werd aangebracht.
Langs de Laan van Helderman, richting Voorstraat, liet Jozef in 1870 twee stukken land verkavelen voor tuinderijen. Daarop werden in 1872 twee grote identieke woningen annex koetshuis gebouwd langs de Voorstraat, bestemd voor twee van zijn drie dochters. Eén dochter trouwde met Gerard van der Berg. De tweede dochter met Piet van Ruyven. De derde vertrok als boerin naar een hoeve te Schipluiden. De tuin met huis van Gerard van der Berg Voorstraat 112 b, is wegens overlijden van Van der Berg op 43 jarige leeftijd, door huwelijk in handen van de familie De Vette gekomen. Terwijl tegenwoordig in het huis van Piet van Ruyven Voorstraat 112, de familie Goeijenbier woont.
Na Jozef Helderman ging Koos Helderman de boerderij runnen. De boerderij had veel weideland maar ook een prachtige boomgaard. In deze boomgaard groeiden letterlijk alle fruitsoorten zoals, appels, peren, pruimen, frambozen, rode, witte en zwarte bessen. Ook vele vroegere soorten peren die nu nog maar zelden voorkomen zoals winter-, klei-, hutjes- lauwtjes- en trosperen. Het leek wel een klein paradijs.
In 1932 werd het landgoed Helderman gesplitst. De meest noordelijke helft kwam aan de oudste zoon Niek. Daarop werd een nieuwe boerenwoning gebouwd, die bereikbaar was via de Verburchlaan. De boerenhoeve bestond uit een groot woonhuis, boenhoek, een stal voor 45 koeien en een varkens- en paardenstal. Niek Helderman die in 1967 zijn gehele boerderij aan de Groenten-en Fruitveiling verkocht, vertrok naar Vleuten. Later werd deze boerenwoning het woonhuis van de familie H. Moonen, directeur van de toenmalige Groenten en Fruitveiling Westland-Noord.
De ouderlijke boerderij werd het onderkomen voor zijn drie vrijgezelle kinderen, Koos en zijn twee zussen Anna en Bad. Zij hebben hun land later ook deels aan de groentenveiling verkocht en deels aan de gemeente Monster. De gemeente bestemde dit gedeelte voor de verbreding van de Verburchlaan, de Arckelweg en voor de bouw van woonhuizen. De ouderlijke boerenwoning Helderman met stallen en een restje land is sinds 1995 de ‘Hoeve van Mierlo’ geworden.
Een dorpsboerderij
Boerderijen lagen bijna altijd, buiten de kom van het dorp. Nu gaan we naar het centrum van Poeldijk. Naar een dorpsboerderij.
Het was een boerderij die vroeger was gebouwd langs de Noord-Ganteldijk met land tot ver in de Dijkpolder. Rondom de boerenwoning werden later huizen gebouwd. Het was een boerderij waarvan het land verdeeld in de Dijkpolder lag, terwijl de boerenwoning het karakter van een dorpsboerderij kreeg. Een dorpsboerderij waar vele Poeldijkers geregeld aardappelen, eieren, melk, boter en kaas kochten.
Langs deze boerderij lag een karrenpad, dat liep vanaf de Voorstraat tot aan de Nieuweweg (Rijksstraatweg). Dit karrenpad was later tot 1947 een koolaslaan. Halverwege de laan was een brug over een afvoersloot die liep richting Dijkpolder. Deze laan werd Leuningjes genoemd, later Irenestraat. Midden in de achttiende eeuw behoorde deze boerderij toe aan de familie Lunenburg.
Deze boerderij werd van de hand gedaan in 1888 aan Kees van Veldhoven afkomstig uit Loosduinen. Kees van Veldhoven was, naast veeboer, ook melkboer. Hij ventte de melk met twee grote emmers aan een juk in het dorp en verkocht ook melk aan huis. De prijs van de melk was toen tien cent per liter, maar verschillende mensen konden dat dubbeltje niet betalen. Die namen maar taptemelk; melk die enkele malen was afgeroomd en goedkoper was.

Na het dragen van de melkemmers met een juk op de schouder, kwam de hondenkar in het straatbeeld.
Van de familie Van Veldhoven zijn er twee zonen als melkboer doorgegaan. Koos van Veldhoven kreeg de helft van de melkwijk van zijn vader en vestigde zich in de Sutoriusstraat. De zaak is later over genomen door Frans van Koppen en jaren daarna opgeheven. Zoon Paul, had inmiddels de andere helft van vaders wijk overgenomen en vestigde zich in de Nieuwstraat. Paul had geen opvolger en ook deze melkzaak is vele jaren later opgeheven. Zoon Kees ging bij Janus (Kali) Knaap in de leer voor kunstmesthandelaar. Later begon Kees zelfstandig een handel in kunstmest, op wat toen nog over was van de oude dorpsboerderij. De dorpsboerderij in het hartje van Poeldijk is inmiddels afgebroken. Er staan nu mooie woningen en een parkeerplaats die daarbij plaats biedt als markt en kermisterrein. De eeuwenoude dorpsboerderij waar eens de bewoners van Poeldijk in en uit liepen voor hun zuivelproducten is jammer genoeg verleden tijd.
Boerderij Uithof van der Lee
De eerste eigenaar van Boerderij Uithof van der Leden, gelegen langs de Wateringseweg was de nonnenabdij te Loosduinen. Dit klooster was in 1233 gesticht. Boerderij Uithof van der Leden komt met deze naam later ook voor als schuilkerk in het prekenboek van pastoor Verburch. Deze boerderij kwam in 1849 in bezit van de familie Buijs en werd in 1894 doorverkocht aan boer van Holst, afkomstig van de Zuid-Hollandse eilanden. De boerderij had via een laan aansluiting op de Wateringseweg. Deze laan werd in de volksmond de laan van Holst genoemd. In 1945 werd de boerderij te koop gezet. Er werd een voorlopig koopcontract gesloten met vijf tuinders nl. Koos Janssen, Gerard v. d. Berg, Th Barendse, P. van Marrewijk en Dolf Barendse om het land voor hun zoons te verkavelen. deken Kuys, pastoor van de Bartholomeus parochie, had andere plannen met het land. Hij wilde er een groot ‘Pastoor Verburch ziekenhuis’ op laten bouwen. Enkele van de eerdergenoemde tuinders hielden voet bij stuk en stelden: ,,zaken zijn zaken”, waardoor de luchtkastelen van deken Kuys in de prullenbak verdwenen. Het R.K. Kerkbestuur van Poeldijk kocht wel een deel van de grond om er sportvelden op aan te leggen. In 1949 werd de voetbalclub Verburch opgericht. Twee voetbalvelden werden aangelegd en er werd bij de ingang van de laan van Holst een clubhuis gebouwd. Het land langs de Wateringseweg werd in cultuur gebracht. Vijf mooie huizen en tuinen namen de plaats in van de paarden en koeien die daar in het groene landschap graasden. Het overige land van de boerderij van Holst werd verkocht aan de gemeente Monster.
Gerrit van Holst kon de rest van de boerderij blijven huren en doorgaan met boeren. Toen in 1968 in de Dijkpolder gronden werden aangekocht voor de te stichten Veiling Westland-Noord, werden er van deze boerderij stukken land bestemd voor de aanleg van de Arckelweg. Deze weg werd dwars door de bestaande voetbalvelden geprojecteerd. De gemeente Monster gebruikte het land achter de boerderij om nieuwe speelvelden aan te leggen met daarnaast nog een verhard oefen- en parkeerterrein. Een sporthal volgde. Deze ging de naam dragen ‘Jan van der Valk sporthal’. Jan van der Valk is de grote stimulator geweest voor de bouw van deze hal. In 1997 is er een prachtig tennispark en zijn er Jeu de Boules-banen aangelegd. Vrijwel elke dag wordt er nu de èèn of andere sport beoefend op het land van de vroegere boerderij Uithof van der Leden.
De Smalhoeve-boerderij
Langs de Nieuweweg richting Loosduinen stond een kleine boerderij. Een zogenaamde ‘Smalhoeve’ boerderij. Aan het einde van de vorige eeuw woonde daar Piet van der Berg. Hij was een boertje met twintig koeien. Het weiland lag zo laag dat het in de winter vaak onder water stond. Het is dan ook meermalen in de winter gebruikt als de Poeldijkse ijsbaan. In 1910 kwam Jan van der Ende afkomstig van Loosduinen op dit bedrijfje. Hij maakte van een gedeelte weiland een tuinderij en was daardoor boer en tuinder tegelijk. Op het smalle stuk land langs de Nieuweweg werd een tiental arbeiderswoningen gebouwd. Deze huizenrij werd ‘Veldzicht’ genoemd. Het was gemakkelijk voor de arbeiders die op de tuinderijen in de buurt werkten, om dicht bij het werk te wonen. De zoon van Jan van der Ende bouwde warenhuizen op zijn land en verkocht een gedeelte weiland dat werd gebruikt voor de handel in oude sloopauto’s. De familie Van der Ende zette het agrarische bestaan geheel aan de kant en ging over tot het repareren en verkopen van auto’s. De boerenwoning is in 1995 afgebroken. Nu staat er een prachtig garagebedrijf met huis van de familie van der Ende en wordt er een carter baan gebouwd.
De Willem Bartoutswoning, de latere boerdrij van der Hark
Deze boerderij stond al getekend in het dossier van het ambacht Monster van 1378. Het was een versterkte hoeve geheel omgeven door een watergracht. Zij was gelegen in de Dijkpolder tussen nu het dorp en de tegenwoordige Nieuweweg. In de 17e eeuw werd deze kasteelachtige boerenhoeve afgebroken en landinwaarts verplaats voor de aanleg en verbreding van de tegenwoordige Nieuweweg. Rond 1850 was de boerderij van Jan van Veen. Hij stierf in 1875 op nog vrij jeugdige leeftijd. In 1876 trouwde de vrouw van de overleden Jan van Veen met de boerenknecht Michiel v. d. Hark, afkomstig van Honselersdijk. Deze Michiel v.d. Hark is 38 jaar lid van de gemeenteraad van Monster geweest, van 1877 tot 1915, waarvan 26 jaar wethouder. In 1913, toen hij al op leeftijd was, werd hij niet meer kandidaat voor de raad gesteld. Hij kwam toen met een eigen lijst uit maar behaalde geen enkele zetel. De boerderij is afgebroken, de grond is verkaveld voor tuinderijen en een groot gedeelte is veilingterrein geworden.
Hofstad Arckelsteijn
In het jaar 1293 schonk Graaf Albrecht van Beieren aan de Karthuizers, wonend aan het Voorhout in Den Haag een stuk vervreemdbaar land. Dat land lag in de Dijkpolder te Poeldijk. De Karthuizers verkochten het land echter al snel door aan de ambitieuze edelman Jan van Arckel. Blijkens het register van de metinge van het Ambacht van Monster is het goed gelegen in het achtste kwartier en 34 morgen groot. Het Poeldijkse bezit van Jan van Arckel werd in leen uitgegeven aan Zeger Florisz. De familie van Arckel liet op dat land een hofstede, een verdedigbaar huis met gracht er omheen bouwen. Deze woning kreeg de naam ‘Hofstad Arckelsteijn’. De goederen van de heer van Arkel werden wegens oorlog voeren tegen Aelbrecht van Beieren verbeurd verklaard en vielen in de handen van de graaf van Holland.
In 1479 ontvangt Johan van Assendelft bij decreet de Hofstad. Het huis en de boerenwoning met twee morgen land, (ca. 1,75 ha), bleef tot aan de Franse tijd een leengoed en werd verhuurd aan de naastliggende eigenaar van de boerderij. Tijdens het beleg van Leiden werd de woning in 1574 door de Spanjaarden geheel leeggeroofd en vernield. De boer die nauwelijks het vege lijf kon redden, noemde zich naar de bezittingen ‘Arckelsteijn’. Diens opvolgers, Jacob Pietersz. Touw, gaf zichzelf vanaf ca. 1650 zelfs een nieuwe achternaam ‘Hofstede’. Met schulden bezwaard door de heersende landbouwcrisis, waren ook zij genoodzaakt om het toen 31 ha grote bedrijf met woning in 1715 te verkopen.
De Poeldijkse herbergier, tuinder en landeigenaar Cornelis Pietersz. Van der Valck kocht het geheel voor 8820 gulden. De oude boerderij Hofstad Arckelsteijn liet hij afbreken. Op die plaats liet hij, een voor die tijd, moderne boerderij met schuur en drie hooibergen bouwen. In de gevel komt dan een steen met het jaartal 1717 en de initialen C.V.V. (Cornelis van der Valk) en M.V.M. (Maria van der Marel zijn echtgenote). De gevelsteen is nog steeds zichtbaar.

De tweede, in 1716 gebouwde Hofstad Arckelsteijn boerderij stond er in 1990 verwaarloosd bij.
In 1738 ging Cornelis van der Valk in het nabijgelegen landhuis Torenzicht langs de Gantel rentenieren. De boerderij Arckelsteijn, een huis, stalling, schuren, drie hooibergen en 51 morgen teel- hooi- en weiland werd voor f 18.800,-. aan Cornelis van Leeuwen verkocht. Door uitbereiding groeide de boerderij in tijd van honderd jaar uit tot 44 ha.
In 1846 kwam boerderij Arckelsteijn, door huwelijk, in bezit van de Naaldwijker Jan van Kester. Hij liet de woning inwendig moderniseren. De boeren Helderman en Van Kester hebben toen gezamenlijk de bekende ‘Lange sloot’ laten graven. Deze sloot was tevens een duidelijke scheiding tussen de twee grote boerderijen. De sloot gaf ook een directe verbinding met het watergemaal aan de Wen, dat op zijn beurt weer voor goede ontwatering van het land zorgde. Omdat boer Van Kester vier zonen had en er maar één de boerderij over kon nemen, verkavelde hij in het jaar 1870, 12 hectare boerenland langs de Wateringseweg. Deze grond was bestemd voor drie zonen die er op gingen tuinieren. De gegraven sloten tussen de nieuw aangelegde tuinen kregen aansluiting op de vaarsloot van Cornelis Enthoven (Torenzicht) en Johannes Goeijenbier. Deze mondde uit op het riviertje de Gantel.
De jongste zoon werd na zijn vader eigenaar van de boerderij. Het weiland dat hem toebehoorde, was door de verkaveling drastisch ingekrompen. Voor Jan junior was dit niet zo’n bezwaar, want hij had geen nakomelingen. Junior werd op zijn oude dag bijgestaan door zijn nichtje Pietje (Petronella), een dochter van Jaap van Kester. Dat nichtje werd later de eigenares van de inmiddels 200 jaar oude boerderij. Zij trouwde omstreeks 1900 met Koos Hofstede, een Wateringse boerenzoon. Dit kinderloze echtpaar Hofstede-Van Kester heeft tot 1940 op de boerderij Arckelsteijn geboerd en gewoond. De Schiedammer Melchers werd de nieuwe eigenaar. Arie Ham die door de Duitsers van zijn boerderij in Vlaardingen was verdreven werd de nieuwe pachter en bewoner van boerderij Arckelsteijn. Arie was daarmee nog niet van de Duitsers af. Zij vorderden het grootste gedeelte van de woning. Het gezin Ham heeft zich gedurende de oorlogsjaren moeten behelpen met wat kleine vertrekjes. De laan naar de woning werd in die jaren, in de volksmond, de Laan van Ham genoemd. Halverwege de jaren vijftig werd boer Ham als pachter weer verdreven. De eigenaar verkocht de boerderij aan de gemeente Den Haag en boer Ham vertrok naar een andere boerderij in het Zuid-Hollandse Zwammerdam. De laatste restjes land werden volkstuinen. De kunstschilder P. Nieuwenhuis kwam in de woning wonen. Jaren lang stond de boerderij er verwaarloosd bij.
In 1988 kochten Jan Reichelt en Jeannet Hubbeling de vrij onooglijke hoeve met erf op voorwaarde dat ze Arckelsteijn weer in zijn oude glorie zouden herstellen. Jan en Jeannet hebben de woning gerestaureerd en er het bekoorlijke ‘Hof van Eden’ van gemaakt.

De gerestaureerde Arckelsteijn-boerderij in 1995
Toch nog een droevig slot aan de beschrijving van de oudste boerderij van Poeldijk. In de vroege morgen van 10 juli 2000 is door blikseminslag brand ontstaan in de hoeve Arckelsteijn. De ravage was enorm. Het voorhuis liep ernstige waterschade op en het dak werd grotendeels verwoest. De schade werd geschat op één miljoen gulden. En was spoedig hersteld. Poeldijk mag zich gelukkig prijzen dat ‘Hoeve Arckelsteijn’, voor de historie, van de slopershamer is gespaard gebleven.
Boerderij Gantellust
Deze kasteelachtige boerenhoeve was, met gracht en toren, gelegen net over het riviertje de Gantel. Rond 1350 in het bezit van Claes Nachtegaal. De boerderij, die op een steenworp afstand van Poeldijk lag, was bereikbaar van uit Poeldijk via een doorwaadplaads door de Gantel en via de Korenmolenlaan vanaf de Mariëndijk in Honselersdijk. De boerderij kwam in de vijftiende eeuw in bezit van het Regulierenklooster te ’s-Gravenzande. Na de reformatie, toen de goederen van het klooster werden verkocht, werd Claes de Waerd eigenaar. In de 17e eeuw kwam de boerderij in bezit van de familie Kinschot. Later in handen van de familie Hoofd van Gravenlanden. Van Gravenlanden liet een houten brug, ondersteund door palen, over de Gantel bouwen. In de volksmond werd de brug de ‘Gravenlandse brug’ genoemd.
Omstreeks 1860 werd de boerderij Gantellust door de familie Hoofd van Gravenland, wegens een sterfgeval publiekelijk verkocht en kwam daarna in bezit van baron Arnoud Nicolaas Justinus Marie van Brienen. De baron werd geboren in Wassenaar op 18 juni 1839 en overleed in 1903. De boerderij werd in de loop der jaren aan diverse boeren verpacht. De laatste boer die de boerderij huurde, was een zekere Van der Hark. Baron van Brienen liet de boerderij die al oud en bouwvallig was, afbreken en het land verkavelen. Er kwamen tien tuinderijen met huizen en er werd een hoofdsloot gegraven met zijsloten. De bewoners oriënteerden zich op Poeldijk. Waar eens boerderij Gantellust stond, werd een koetshuis gebouwd, met daarboven een werkkamer waar ook de baron eventueel kon overnachten. In het huis achter het koetshuis woonde als eerste Piet van der Knaap. Hij was tuinder en tegelijkertijd koopman. Later woonde er de familie Adolf Barendse.
Baron van Brienen, die bij de aankoop van de boerderij pas 21 jaar oud was, had veel belangstelling voor de gang van zaken met zijn verkavelings-experiment. Hij kwam geregeld met de koets uit Wassenaar naar Poeldijk om via de nauwe Kerkstraat naar zijn bezittingen te rijden. Dan gingen de deuren in het dorp open en de vrouwtjes stonden met hun mutsjes op en halve schortjes aan, het gerij na te kijken. In 1903 stierf de baron en kwamen de tuinen in het bezit van zijn schoonzoon, graaf De Spoelberg, die ook bezittingen in België had. Later is het land, via vererving, in handen van een Franse adellijke familie gekomen. Vlakbij het zogenaamde koetshuis lag en ligt nu nog een brug over de hoofdsloot die met een mooi hek kon worden afgesloten. Elk jaar, in de zomer, werd de brug een paar dagen gesloten om de eigendoms rechten van overpad te kunnen handhaven. Mr. van Vuuren, een bekend politicus, is jarenlang rentmeester over deze bezittingen geweest.
In 1875 werd gelijktijdig met de verkaveling van boerderij Gantellust, een smal pad van ongeveer 1,25 breed aan de westzijde aangelegd. Langs dit pad werden verschillende bedrijfswoningen gebouwd. Het pad werd al snel het Poeldijksepad genoemd. Dit pad, hoe smal ook, was ook een grote vooruitgang voor de R.K. kerkgangers uit Honselersdijk die op Poeldijk waren aangewezen. Een groot deel van Honselersdijk behoorde immers bij de R.K. parochie van Poeldijk
.
De Tymer van Volbergen boerderij
De boerenwoning van Tymer van Volbergen, stond aan de overzijde van de Gantel, op Naaldwijks grondgebied. De landerijen van Volbergen waren zeer uitgestekt, 51 morgen, 5 hond en 95 roeden, zo rond de 50 ha groot. Het landgoed liep vanaf de Poeldijcksewecht (Monsterseweg in Poeldijk) over het riviertje de Gantel tot aan de Kleine Gantel in Honselersdijk.
Vanaf de Monsterseweg, lag een laan met aan weerszijde bomen tot aan het riviertje de Gantel. Er was in die dagen geen brug om aan de overkant van de Gantel bij boerderij Volbergen te kunnen komen. Wel en doorwaadplaats zoals eerder genoemd bij Gantellust.
In 1630 werd deze boerenhofstede verkocht aan Prins Frederik Hendrik, en vormde een onderdeel van de Nassau-domeinen. Prins Hendrik liet de Nieuwe Vaart graven en de Rijksstraatweg (Nieuweweg) aanleggen dwars door het voormalige Tymer van Volbergen- land. Frederik Hendrik ontsloot hiermee het paleis in Honselersdijk met een aansluiting via Poeldijk naar Den Haag. Al in de jaren zestig van de zeventiende eeuw kampten de eens zo rijke Oranjes voortdurend met financiële tekorten. Telkens weer vielen ze terug op hun Westlandse bezittingen om hun aanzienlijke schuldenlast te verlichten. Dit alles leidde ertoe dat deze bezittingen op den duur weer overgingen in particuliere handen.
Door het graven en het aanleggen van een nieuwe vaart en de Rijksstraatweg was de boerderij Volbergen in twee gedeelten gesplitst. Het gedeelte oost van de Rijksstraatweg werd verkocht aan baron Tuijl van Serooskerken. Deze baron heeft het land vele jaren als boerenland verhuurd.
Rond 1870, toen de baron zijn bezittingen eens kwam bezoeken, zag hij, dat er in Poeldijk nogal wat tuinen werden aangelegd. Hij kwam toen met het plan om zijn grond te verkavelen en er vier tuinen van ongeveer vier hectare groot van te maken. Vanaf de Gantel werd er, aan de oostkant een hoofdsloot gegraven. Aan de westkant langs de Rijksstraatweg voor afwatering en afscheiding een smalle sloot. Er werden vier tuinderswoningen gebouwd, elk met een schuur. De tuinen werden aan diverse families verpacht en rond de eeuwwisseling aan hen verkocht. De eerste tuin vanaf de Gantel werd eigendom van Klaas van der Knaap De volgende tuin kwam in handen van Janus Vreugdenhil. De derde tuin kwam in het bezit van Klaas Thoen. Deze Klaas was rond 1900 een voortvarend man, naast tuinder ook koopman in groenten en fruit en bovendien vertegenwoordiger van een glashandel. In 1920 verkocht hij een hectare van zijn toch grote tuin aan Willem van Luijk. Door de tuin van Klaas Thoen liep een pad, waarover men de vierde tuin kon bereiken. Deze tuin kwam in handen van Dolf Mulder. Later, omstreeks 1900, werd zijn enige zoon Maarten eigenaar, en rond 1920 is de tuin overgegaan aan Dolf van der Knaap. Op deze tuinen werden in het begin van de twintigste eeuw veel glas gebouwd.
Het gedeelte west van de Nieuwe weg met boerderij van Tymer Volbergen kwam later in het bezit van de familie van der Klugt. Zij verkochten de boerderij in 1875 aan de kamilie Kok.Omdat de gebouwen en boerenhoeve in slechte staat verkeerden, liet de nieuwe eigenaar, de boerderij afbreken en de vele hectaren grond verkavelen ten behoeve van tuinderijen gelegen langs de Nieuwe Vaart (Weg). In 1890 vestigde zich, op de plaats waar vroeger de boerderij van Volbergen stond, de scheepsmaker Maarten Reijgersberg. Hij werd in de volksmond Maarten Blikkie genoemd, omdat hij dikwijls te dun plaatijzer voor het repareren van de tuinderschuiten gebruikte. Deze scheepswerf floreerde echter goed, vooral omdat er steeds meer schuiten nodig waren. Na de Tweede Wereldoorlog woonde en werkte er een kleinzoon van Reijgersberg, Maarten van Zeijl. Scheepmaker Van Zeijl kreeg de tijd tegen, vooral omdat door ontsluiting de tuinen per auto bereikbaar waren, waardoor het aantal schuiten sterk terugliep.
In de buurt waar eens de laan naar de Tymer van Volbergen boerderij lag, ligt nu een weg die de naam ‘Jupiter’ draagt. De naam Tymer van Volbergenlaan zou hier, historische gezien, een betere naam geweest zijn.
De Kaas en Brood-boerderij.
Nu gaan we naar de boerderij van de familie Casembroot, waarnaar de gelijknamige Casembrootlaan is vernoemd. De boerderij is gelegen aan de tegenwoordige Vredebestlaan. Het was een zeer grote boerderij die zich uitstrekte vanaf het begin van de toenmalige Varkenslaan (Vredebestlaan) tot aan de woning van de vroegere melkboer van Koppen. De achterscheiding was de Boomawatering.
De boerenhoeve lag op 500 meter afstand van de tegenwoordige Nieuweweg. Via een laan met aan het begin een brug over de Oude Molensloot, de tegenwoordige Nieuwevaart, was de hoeve bereikbaar. Langs die laan groeiden, volgens de kaart van Kruikius, aan weerszijden twee rijen iepen. Dat moet toen zeker een schilderachtig geheel geweest zijn.
Eén van de eerste bezitters, in 1378, was Philips Ansemszoon. Deze boerderij kwam op 22 oktober 1579 in bezit van Leendert Casembroot. De familie Casembroot, was van Vlaamse herkomst. Leendert was raadsheer in het Hof van Holland, evenals zijn gelijknamige zoon. De kleinzoon van Leendert werd commissaris-generaal van de landsvloot en was belast met de werving van bemanning en officieren.
De oudste dochter van de kleinzoon van Leendert Casembroot trouwde met Adriaan van Dinteren. Eveneens een Zuid-Nederlandse, maar nu van Limburgse afkomst. Zij zorgde dat het landgoed Casembroot in handen van deze familie kwam. Onder de eigenaren kwam een hofmeester, een commies van de landsmagazijnen te Maastricht en een burgemeester van Maastricht voor.
Toen de nalatenschap van Van Dinteren in 1739 over zeven kinderen verdeeld moest worden, werd de hoeve als één geheel verkocht aan Cornelis Janszoon Heinsbroek uit Hillegersberg, voor de prijs van F 9.700,-.
Op 2 juni 1770 werd alles weer verkocht en werd Pietersz van der Houwen eigenaar van de boerenhofstee. In 1820 werd deze weer doorverkocht aan de familie van der Zalm. Deze splitste in 1880 het land in tweeën waarna Jan van der Zalm in de vroegere Casembrootwoning bleef wonen en zijn broer Leen op het westelijk deel ging boeren, waar hij een boerderij liet bouwen aan het begin van de Varkenslaan (Vredebestlaan)
Dit westelijk deel is in 1901 in het bezit gekomen van Leen van der Berg afkomstig van de Zwartendijk. Vanaf die tijd zijn de vroegere Casembroot-landerijen verkaveld en verkocht voor tuinderijen. In de Casembrootboerderij heeft nog jarenlang de Poeldijkse families van der Bos en de familie Heppe gewoond. George Heppe heeft daar jarenlang een smederij gehad. De woning is later gesloopt door de voormalige tuinder Cees Scholtes. Op de plaats waar eens de boerderij Casembroot stond ligt nu een waterpartij langs de Casembrootlaan.
Boerderij CuBa
De Poeldijkse boerderij CuBa lag aan de Monsterseweg en stond getekend op de kaart van Kruikius van 1712. De boerderij lag in het gebied dat in vroegere jaren ‘De Poel’ werd genoemd.
Het land van boerderij CuBa strekte zich uit van de tegenwoordige de Zeeuwlaan tot aan de Musschenheul en vanaf de Gantel tot aan de Monsterseweg. De boerenwoning was omvangrijk met zijn stallen en hooibergen.
Dirk Willem Friendhof was rond 1730 van dit alles de eigenaar. Later kwam de boerderij in handen van de familie Cuyper-Barendse. Deze bewoners hadden tijdens een verbouwing hun combinatienaam ‘CuBa’ afgekort op een steen in de voorgevel van de boerderij aangebracht. De laan naar deze boerderij werd sindsdien in de volksmond Cubalaan genoemd.
Na de familie CuBa, kwam deze boerderij in het bezit van Leendert van der Klugt, die er woonde tot omstreeks 1885. De boerderij werd toen verkocht aan Jozef Hoek uit Wateringen. Hoek is er maar kort boer gebleven, tot 1902. Hij kon het financieel niet opbrengen. Door verkoop kwam de boerderij in het bezit van de heer Van der Berg, directeur-eigenaar van kwekerij ‘Nieuw Honsel’ in Honselersdijk. Deze liet het land van de boerderij verkavelen tot elf tuinen van welke allen via een vaarsloot goed bereikbaar waren. Tijdens het graven van de vaarsloten brak bij de polderjongens de pokken uit. Zij sliepen tijdens hun ziekte in een dichtgemaakte hooiberg. Na de epidemie moest de hooiberg geheel worden verbrand. Een Poeldijkse vrouw, Rominicus Hulspas, was door de pokken besmet geraakt en gestorven. Zij had namelijk de kleren van de polderjongens gewassen.
De na verkaveling verkregen percelen tuinland werden geleidelijk verkocht aan oa. Rosenwald, Noordam, Roel Kuivenhoven, Koos de Zeeuw, Jan Persoon, Jac. Valentin, Kerbert, Van Schouwen, Mulder, Lelieveld en Koppert.
De boerenwoning ‘CuBa’ werd tot twee tuinderswoningen verbouwd, hetgeen het einde betekende van de CuBa woning. Later werden er ook huizen langs de Cubalaan gebouwd en werd het postadres Monsterseweg. In 1961 heeft de gemeente de Cubalaan als officele benaming aangenomen.
