Hoofdstuk V

 

Torenzigt - Torenzicht

 

In het Registrum Memoriale van de Batholomeus parochie Poeldijk staat vermeld dat er even buiten Poeldijk, ‘de eerste woning naar Wateringen toe’ een kanunnikenhofstede heeft gestaan wiens tuin tot in de Poeldijk strekte. Het ‘Conventshof van Pouldycke’ als uithof van het klooster ‘De Leeuwenhorst’ te ’s-Gravenhage. De hofstede, met landbouwbedrijf en daarbij behorende gebouwencomplexen, was gelegen in de Kleyne Vogelaer, tussen de ‘Heeren Wegh’ en de Gantel. Junius schrijft hierover -daar is, en niet, daar was een genootschap van Kanunniken-. Deze Kanunniken zullen in de wandeling waarschijnlijk de naam van monniken gedragen hebben want het pad vanaf de Poeldijckse cappelle naar de kanunnikenhofstede op de Ganteldijk was Monnikenpad genaamd.

                                           

Deze hofstede zal vermoedelijk de plaats zijn geweest waar van 1620 tot 1912 het voornaamste bouwwerk heeft gestaan dat ooit Poeldijk sierde, het kasteelachtige landhuis ‘Torenzicht’.[i] Het stond aan de oostzijde van het dorp, net over de Wittebrug tussen de Wateringseweg en het riviertje de Gantel.

In 1562 was de hofstede in het bezit van Leendert Willemsz. en door nieuwe aankoop bijna 65 morgen groot. Voor 1600 vermeldden de bronnen als eigenaar Claes Pietersz. van Dijck, een vermogende herenboer. Deze Van Dijck verkocht in 1607 boerderij met land door aan Jan van Buijren (Bueren) uit Den Haag, landsadvocaat en zijdelakenhandelaar. Jan van Bueren liet de vroegere kanunnikenhofstede slopen en er in de jaren van 1607 tot 1620 een prachtig landhuis in Hollandse Renaissancestijl bouwen. 

Om het landgoed Torenzicht binnen te komen moest men door een hek. Er lag een dam in de sloot, die het geheel van de Wateringseweg afsloot. Om bij het gebouw te komen moest men door een laan van taxusbomen. Het landhuis bestond uit een voorhuis met drie kamers, twee kelders, vier zolders en een vliering. Dan volgden de grote keuken en het achterhuis met een zolder, waar het personeel sliep. Daar achter was nog de boes (een aanbouw van glas) en een paardenstal. Aan het huis bevond zich een hoge zeshoekige uitkijktoren die met een gemakkelijke trap van binnenuit te beklimmen was. Was men eenmaal boven, dan had men een prachtig uitzicht over de hele streek. W.L. Kruijk heeft eens als Poeldijkse jongen de toren moge beklimmen. Hij beschrijft zijn uitzicht als volgt: “Zelf heb ik enige malen boven op de trans gestaan. Het was in het begin van mei toen overal in de omtrek de toenmalige boomgaarden in bloei stonden. Langs de kronkelende Gantel stonden veel pruimenbomen. En men zag daar tussendoor de witte zeilen van de oude Westlandse schuiten, die volgeladen met de Westlandse producten, visa versa varen. In die jaren realiseerde men dit niet zo. Maar toch heb ik nog dikwijls heimwee naar die tijd. “.

Willem Kruik gluurde in zijn jongensjaren vaak door de grote kelderramen; er was dan een grote kelder met gewelven, ondersteund door verschillende pilaren. De kelder werd veelal gebruikt om er fruit en andere producten in te bewaren. Rond het kasteeltje stonden hoge bomen en voor de rest veel fruitbomen. Alleen achter het huis lag een stukje open grond waar bloemen en groenten voor de familie werd geteeld. Vlak langs de Gantel heeft nog een paviljoentje of theehuisje gestaan. 

Gezelschappen van dertig à veertig personen konden daar niet alleen op de vele stoelen zitten, maar tegelijkertijd van eten en drinken worden voorzien.

Op 29 januari 1700 werd het fraaie landhuis met bijbehorend land openbaar verkocht. Het kwam nu voor 7400 gulden in handen van een Poeldijker, Ary Claesz. van der Voort, die zelf daar bouwman (boer) was.  Twintig jaar later verkocht Van de Voort het landgoed aan zijn plaatsgenoot Cornelis Pietersz. van der Valck, herbergier van de ‘Hollantsche Tuyn’, tevens tuinder en landeigenaar. Cornelis Pietersz. van der Valck ging in het landhuis wonen en liet er omheen een model tuinbouwbedrijf met vele soorten fruitbomen aanleggen.

De eerste vermelding van de naam ‘Torenzicht’ werd gedaan toen zijn dochter, Catharina van der Valck, werd gedoopt. Zij werd op 14 mei 1723 in het doopboek opgetekend met  de tekst ‘geboren op ‘t Torenzicht bij Poeldijk’. Deze Cornelis Pietersz. van der Valck had in die jaren ook een geheel nieuwe boerderij laten bouwen op de plaats van de oude middeleeuwse hofstede Arckelsteijn in de Dijkpolder. Het huwelijk van zijn zoon Pieter van der Valck bleef kinderloos. Via een nicht Maria van der Marel, kwam Torenzicht op 11 juni 1799 in handen van Leendert Klaasse Enthoven. Leendert was de zoon van de bakker Nicolaas Enthoven. Torenzicht bleef daarna in handen van de familie Enthoven. De laatste bewoners waren de weduwe Enthoven en haar bedrijfsleider Jan Middelburg met zijn vrouw.

Rond 1910 was Torenzicht zo in verval geraakt dat de eigenaar aan restaureren dacht. Maar de kosten waren zo hoog, dat deze daarvan terugschrok. De bekende historicus J.C. Overvoorde drong er bij de regering op aan om spoedmaatregelen om dit waardevolle monument te beschermen. In 1912 werd Torenzicht toch gesloopt. De funderingen liet men zitten en de kelders met grond bedekt. Het vrijgekomen land werd publiek verkocht en afgemijnd door de gebroeders Jan en Piet Bom. Piet was de langste van de twee, daarom werd hij ‘dunsteel’ en zijn broer Jan ‘eenpitter’ genoemd. Deze gebroeders Bom waren verwoede leden van het parochiekerkkoor. Bij de bouw van de nieuwe kerk doneerde deze familie Bom de grootste van de drie kerkklokken. Deze werd, in vroegere jaren, alleen geluid als er een gegoede was overleden. En werd in de volksmond de ‘tomatenklok’ genoemd. De familie Bom lieten dicht langs de weg een prachtige villa bouwen, met het opschrift ‘Torenzicht’. Daarin woont tegenwoordig de familie Van Rijn. Het land waarop Torenzicht had gestaan werd later gekocht door Martien Enthoven een geranium kweker. Voordat Martien er in 1988 nieuwe glasopstanden liet bouwen werd er een archeologisch onderzoek gedaan naar het fundament van Torenzicht. Tijdens de opgraving werd er niet alleen de fundering van Torenzicht blootgelegd, maar ook sporen van de oude boerderij van rond 1400 waargenomen oa. de haardplaats en een zwaar muurwerk van een grote kelder.

Jammer dat de geschiedenis van Torenzicht in 1912 zo’n wending heeft genomen. Het zou cultureel gezien voor het dorp Poeldijk een grote meerwaarde betekend hebben.

Een slachthuis

Poeldijk was vroeger ook een slachthuis rijk. In het jaar 1926 werd op de oude tuin van Jan Kruijk naast de conservenfabriek ‘De Coverin’ aan de Monsterseweg in Poeldijk, een slachthuis gebouwd. Opgericht door het gemeentebestuur van Monster. Het werd een openbaar slachthuis met de volle goedkeuring van de Inspecteur van Volksgezondheid. Het slachthuis werd op 1 april 1927 geopend. Drie gebroeders Scholtes uit Poeldijk kregen later vergunning van de gemeente Monster om tegen het slachthuis aan een vleesverwerkingsbedrijf en een grossierderij in vleeswaren te bouwen.

Dit leidde tot grote problemen. Want in het jaar 1938 haalde Poeldijk het nieuws in alle landelijke dagbladen over geknoei met vleeswaren. De drie gebroeders Scholtes werden voor de rechtbank gedaagd. Hen werd ten laste gelegd dat zij in de jaren 1936 en 1937 hun medewerkers opdracht hadden gegeven allerlei afgekeurd afval uit de afvaltonnen van het slachthuis te halen. Dit afval moest door hen worden gebruikt bij de bereiding van erwtensoep, gehakt, en worst.

Deze zaak kwam aan het rollen doordat ontslagen personeelsleden uit de school klapten en het voorval bevestigden bij de kantonrechter. Een directeur van het vleesverwerkingsbedrijf werd veroordeeld tot acht weken, een tweede directeur tot vier weken hechtenis en de derde werd vrijgesproken.

Dat de directie van het openbaar slachthuis betrokken was bij de overtredingen met die van zijn buurman bleek na het verhoor van de keuringsarts. Deze was tegelijkertijd directeur van het slachthuis. De rechter kwam daarna tot de conclusie dat dit alles werd veroorzaakt door concurrentie in het slachtwezen tussen Naaldwijk en. Monster.

De gemeente Monster wilde haar voordeel halen uit het feit dat er naast het slachthuis ook een vleesverwerkingsbedrijf aanwezig was.

En het hoeft dan ook niet zo heel veel verwondering te wekken, dat de gemeentelijke overheid buitengewoon soepel was tegenover de firma Scholtes. De grossierderij nam naast het openbaar slachthuis een bevoorrechte positie in. Men kreeg een sleutel van het slachthuis, zodat men, zonder dat er op het abattoir toezicht aanwezig was, toegang had tot het gebouw.

Hierbij komt, dat het B. en W. van Monster de dierenarts (tegelijkertijd directeur) om onnaspeurlijke redenen verving door de bouwkundige van de gemeente. Deze was op vleesgebied een volslagen ondeskundige. Daarbij werd de opzichter vervangen door een tuindersknecht. Dit alles heeft er toe bijgedragen dat er geknoeid kon worden.

Het oordeel van het Openbaar Ministerie was dan ook dat de fout schuilde in het beleid van de gemeente Monster.

Het gevolg was verstrekkend. Niet het moderne slachthuis in Poeldijk werd aangewezen als gewestelijk abattoir, maar wel het veel minder goed geoutilleerde slachthuis in Naaldwijk. Betrekkelijk snel moest het Poeldijkse slachthuis, bij besluit van Gedeputeerde Staten, worden gesloten. De gebroeders Scholtes vertrokken naar Hazerswoude-Rijndijk en bouwden daar een moderne vleesverwerkingsfabriek. Na enige tijd werden beide gebouwen, slachthuis en vleesverwerkingsbedrijf verkocht aan de firma Welling, die er een vleesverwerkingsfabriek startte. Dit ging enkele jaren goed, maar mislukte eveneens. Het gebouwencomplex werd later door de aangrenzende  Poeldijkse Groenten- en Fruitveiling aangekocht en verder als koelhuis uitgebouwd. De weg die langs het gebouwencomplex leid wordt nog steeds de Slachthuiskade genoemd.

 

Sociaal cultureel Centrum De Leuningjes

 

De muziekvereniging Pius X die al jaren boven in het St. Vincentiusgebouw haar oefenruimte en clubhuis had, kreeg eind jaren zestig van het kerkbestuur te horen dat de exploitatie van het St. Vincentiusgebouw onrendabel was. Men was gedwongen tot de verkoop van het gebouw over te gaan. Vaak ontstaat een geluk bij een ongeluk en dat was ook zo in Poeldijk. De bloemenveiling werd opgeheven en de leden van de Poeldijkse bloemenveiling werden lid van de Coöperatieve  Centrale Snijbloemenveiling Westland In Honselersdijk.

De Poeldijkse bloemenveiling werd in 1970 verkocht voor de prijs van 300.000 gulden aan de gemeente Monster. Een bestemming voor het gebouw was er toen nog niet. De gemeente ging het gebouw gebruiken als  autostalling en opslagplaats voor openbare werken. Verscheidene jaren mocht Pius X van het gebouw gebruik maken. Jaren achtereen hield Pius X er haar concerten. De vereniging had zelfs een podium gebouwd van de aanwezige bloementafels.

De gedachten groeiden om één hal, nee de gehele oude veiling te kopen.

Pius X zocht contact met de besturen van andere Poeldijkse verenigingen die ook met ruimtegebrek te kampen hadden. Dit waren onder andere het kerkzangkoor Deo Sacrum, de bibliotheek, toneelvereniging St Genesius, en de voetbalvereniging. Wethouder Rien de Backer werd in de arm genomen. Deze raakte er al snel van doordrongen dat ruimte voor het verenigingsleven noodzakelijk was. Hij stelde voor om met de vijf verenigingen een stichting te vormen, wat ook gebeurde. De stichting kon daarna het Veilinggebouw voor één gulden van de gemeente kopen. Er werd een architect in de arm genomen om een plan overeenkomstig de verlangens van de verenigingen op tafel te leggen. De gemeente stelde een bedrag beschikbaar om de administratieve bezigheden van deze zaak te bekostigen. Er werden financiële acties op touw gezet om een startkapitaal te verwerven. Uiteindelijk kwam het tot de verbouwing  van de vroegere bloemenveiling, tot ruimten voor een bloeiend verenigingsleven in Poeldijk: het sociaal cultureel centrum ‘De Leuningjes’, met de gemeente als geldverstrekker.

  

Voor die exploitatie sloot de stichting een pachtcontract met de firma Droog uit Naaldwijk. Later overgegaan in Zuijderwijk & Partners. Het cultureel centrum kreeg de naam ‘Leuningjes’, genoemd naar een vroegere, hoog opgetrokken brug rustend op vier palen met aan weerszijde een brugleuning waartegen men kon leunen.

Aanvankelijk moest het gebouw ook voor binnensport fungeren. De sportclub Verburch ging echter zelf over tot de bouw van een eigen sporthal, waarna de sport uit de Leuningjes verdween.

Poeldijk beschikt nu sinds 1976 over een fijne ambiance voor haar sociale en culturele ontplooiingen. Een concertzaal met schouwburgmogelijkheden, over vergaderruimten en een ontmoetingscentrum. Het biedt het Poeldijks verenigingsleven een thuis met de mogelijkheid om in het voetlicht te treden.

St Vincentiusgebouw

 

Als laatste in de rij van de markante gebouwen komen we terecht bij het vroegere Poeldijkse parochiehuis het ‘St Vincentiusgebouw’ gelegen aan het begin van de Voorstraat. In 1905 werd van Willem van Paassen, die ‘De Pruis’ werd genoemd, door de St. Vincentiusvereniging een stuk land aangekocht. Hierop bouwde de vereniging een parochie huis welke het St. Vincentiusgebouw werd genoemd. De vereniging had namelijk een aanzienlijk legaat ontvangen van Dorus v.d. Berg die ‘De Bisschop’ werd genoemd. Hij had zijn bijnaam te danken aan de vroomheid die hij uitstraalde. Jarenlang hing het portret van D. v. d. Berg, met naast hem de vertrouwde tabakspot, in de bestuurskamer van het gebouw.

Het gebouw gaf onderdak aan het Poeldijkse R.K. verenigingsleven en werd bovendien de gelegenheid voor het houden van bruiloften, koffietafel bij uitvaarten, recepties, cursussen, tentoonstellingen, fancy fairs, zittingen van boerenleenbank en veiling, vergadering, en toneel. Het gebouw werd in de volksmond ‘Het Bondje’ genoemd. Kees Brabander is tientallen jaren de conciërge van dit parochiegebouw geweest. Kees zijn vrouw hielp veel tijdens bijeenkomsten. Zij liet zich door de jeugd niet om de tuin leiden. Als zij koffie schonk, gaf ze de jongens er eigenhandig een koekje bij, dit om te voorkomen dat er twee koekjes gepakt zouden worden.

De jongens die een ambacht wilden leerden, moesten in die dagen naar een neutrale ambachtschool elders. De patronaatscommissie, de vroegere benaming voor rooms-katholieke jeugdbeweging onder leiding van priesters en leken, vond het beter deze leerlingen in Poeldijk ambachtsonderricht te geven. Op de negende juli 1910 werd de koninklijke goedkeuring gegeven om op de bovenverdieping van het St. Vincentiusgebouw een ambachtstekenschool op te richten.

 

Afbeelding van het reglement ambachtstekenschool 

Het schoolgeld bedroeg vijftien cent per week. Als leraar werd benoemd P.S.J. Boin. Tijdens het eerste lesjaar waren er o.a. de volgende Poeldijkse leerlingen, Jan van Veen, Frans van Veen, Wim van Veen, Gerard Toussaint, Cees Hagen, Jan van Luijk, Gerard Delfgauw, George Delfgauw, Wim Knaap, Henk Knaap, Niek Veerkamp en Wim van Rijn.  Dat dit ambachtsonderwijs zijn vruchten afwierp is  wel bewezen. Al deze leerlingen zijn, voor het merendeel, de ambachtslieden van Poeldijk geworden. Later, toen er meer ambachtsscholen kwamen, raakte dit plaatselijke onderwijs in verval en werd ten slotte geheel opgeheven. De ruimte werd daarna als vergader-en ontspanningsruimte gebruikt voor vooral de Jozefgezellen. Jonge mannen in de leeftijd van 15 tot 20 jaar vermaakten zich o.a. met  kaarten, biljarten, tafeltennis en sjoelen 

 

Na de Tweede Wereldoorlog werd er zondagsmiddags, in de benedenzaal, aan achttienjarige meisjes en jongens in het Bondje dansles gegeven door mevrouw Ruijvenkamp  met pianomuziek van Adrie de Lange. Velen denken nog terug aan de taferelen die zich op de dansvloer voordeden. De jongens stormden bij het begin van een dans op de beschikbare meisjes af om hen ten dans te vragen, en altijd bleven er wel een paar meisjes over. Deze muurbloempjes probeerden zich dan een houding te geven en keken geïnteresseerd naar al die foxtrottende paren. Zich intussen afvragend: wat is er mis met mij. Op de zondagavond was het er vrij dansen, van 20.00 uur tot 22.00 uur. Menig meisje en/of jongen heeft tijdens de dans in Poeldijk hun partner leren kennen. Al had men wel een bewijs van goedkeuring van de pastoor nodig om de danszaal binnen te komen.

 

Midden jaren vijftig ging men in veilinghallen dansavonden organiseren. Dit waren de jaren van de geboorte van de rock ‘n roll, ontstaan uit de rhythum ‘n blues en de country and western. De  rock ‘n roll onderscheidde zich van de bestaande muziekgenres door zijn rauwheid en onstuimigheid. Door de (dans) film rock around the clock  (1956) met Bill Haley verspreidde deze muziek zich spoedig over de wereld en bereikte ook het Westland. De jongeren raakten massaal in de ban van deze nieuwe muzieksoort en leefden zich enorm uit op de dansvloer, terwijl de oudere generatie er met de nodige weerzin kennis van nam.

Het vroegere St. Vincentiusgebouw is thans, aan het einde van de twintigste eeuw, als hotel/motel in gebruik.  Het buitenaanzicht, met gedenksteen, is gebleven. Laten we er op toezien dat dit  historische gebouw waaraan vele Poeldijkers nog dierbare herinneringen hebben voor de toekomst behouden zal blijven.   

 


 

               

Index Boek        Volgende hoofdstuk