Weet je nog...?
Herinneringen aan de kolen.
Middels dit verhaal wil ik graag wat gedachten delen over mijn tijd in Poeldijk.
Ik ben geboren op 29 maart 1957 als eerste zoon van Bep van Koppen (jongste dochter van Jan van Koppen de melkboer) en Antoon Smits (pleegzoon van Jan Paalvast de kolenboer aan de Vaart). Ik had vier zussen: Josca, Anja, Hilde en Liset. We woonden aan de Beatrixstraat 52.
De kolenboer.
Waar ik het hier vooral over wil hebben is mijn herinneringen aan de kolen.
Mijn opa Jan Paalvast woonde aan de Vaart 11 in een huis uit de 17e eeuw. Boven in het huis was een grote zolder wat de turfzolder geweest was. In vroegere tijden werd de turf via schuiten aangevoerd in de haven aan de Vaart. Hier werd het op zolder opgeslagen en verder vervoerd. Hier ligt ongetwijfeld de oorsprong van de brandstoffenhandel die Jan Paalvast op de Vaart had. Op onderstaande foto staat de vader van Jan Paalvast die 92 is geworden.

De kolenopslag was aan het spoor langs de nieuwe weg. Hier lagen drie brandstoffenbedrijven: van Dinten, de Brabander en Paalvast.
In 1946 trouwde Jan Paalvast mijn oma Anna Smits - Huisman, die weduwe was geworden. Hierbij bracht zij haar zoon, Antoon Smits (17 jaar), mee van Zoetermeer naar Poeldijk. Vanaf dat moment werkte mijn vader en opa samen in de kolen.

In de winter kwamen de wagons kolen aan en werden 's ochtends om vijf uur leeg gereden in de kolenloodsen. Werden de kolen vroeger met kruiwagens van de wagon de loods ingereden. Later kwamen de transportbanden die dit werk overnamen. In de wagon liep mijn vader met een rolschop. Dit was een platte bak op een wieltje die je met kolen vulde en hierna naar de rand van de wagon bracht. Toen ik oud genoeg was om te helpen kreeg ik mijn eigen rolschopje.

Vanuit de kolenloods werden de mudzakken met kolen gevuld die op de vrachtwagen gingen en bezorgd werden bij de mensen. Iedereen had wel een kolenhok. Sommigen buiten, maar ik herinner me ook kolenhokken op zolders in den Haag. Hier werden de kolenzakken de trap op gebracht naar 2 hoog. Het was zwaar werk waarbij het kolenstof de longen geen goed deed.
Om de hoeveelheid kolen te bepalen werd een vat gevuld met kolen en deze werd in een zak gestort.

Later kreeg mijn opa een machine die de kolen brak en zeefde in de verschillende kolengroottes en aan de machine konden dan zakken gemaakt worden om de gesorteerde kolen in te doen. Op deze foto sta ik in 1963 te kijken bij de komst van deze machine.

In 1967 gingen de mensen massaal op gas over. Hierdoor viel de noodzaak van een kolenbedrijf weg. Het bedrijf van Jan Paalvast werd verkocht aan Pronk in Hoek van Holland die, door zijn ligging aan de waterweg het nog wat langer kon volhouden.
Ondertussen besloot de gemeente Monster het monumentale pand aan de Vaart te slopen om de Rijnsburgerweg aan te leggen. In het hoofdstuk Ansichten is nog een oud krantenartikel over dit huis te lezen. In 1969 zijn we naar Wassenaar verhuisd omdat mijn vader daar ander werk vond.
( note van Anky: klik hier om dit artikel te lezen )
Hartelijke groet,
Antoon Smits Jr.
Wil je reageren op dit
verhaal... klik hier:
