Weet je nog...?

 

Als oudste jongen van een gezin van 6 kinderen ben ik opgegroeid aan de voorstraat 143. Mijn opa had dat huis in 1938 laten bouwen en zo zijn mijn ouders er ook in gaan wonen.

Mijn vader had een bedrijf aan de plaats, want er mocht in die tijd van de landheer geen huizen worden gebouwd, vandaar. Aan de voorstraat hadden we veel contact met de families  Grimbergen, van der Voort en Kester.

Toen ik naar de kleuterschool ging, had ik veel contact met Gerard Grimbergen, maar deze moest naar het kostschool evenals mijn broer Gerard. Met Loek en Kees van der Voort die ook naast ons woonden, speelden we vaak bij hen in een van de drie druivenserres achter hun huis. Deze familie verhuisde naar de Wen en het contact  verwaterde daarom.

Inmiddels gingen ik veel om met neef Martin van 'de Plaats', en de jongens van Daan van Dijk de koster. We hadden bij Martin thuis een hele grote hut gebouwd met schoorsteen en al.

Ook gingen we wel eens helpen op het graf bij vader Daan, een graf delven of schudden. Dat was  een mooie tijd. Wij hadden wel het voorrecht wat Ton van Bergen niet had; het klimmen in de toren. Geweldig was dat! Vooral het laatste stuk wat met ladders beklommen moest worden die wel 10 meter lang waren, was wel eng in z’n tijd.

Zo kwam ik als 9 jarige jongen in contact met kapelaan Genemans, die vroeg of ik misdienaar wilde worden. Nou was dat in de tijd dat iedereen een vaste plaatsen had in de kerk. Als jonge jongen kon je dus iedere keer weer opstappen als de kerkganger op het laatste moment binnen kwam. Op het altaar was voldoende plaats, dus aanvaard en we zaten eerste klas.

Kapelaan Kolp was ook een fijne man maar dat Genemans wegging vonden we niet zo leuk. Toen kwam kapelaan van de Akker. De man had altijd sandalen aan en zweetvoeten. Vooral als je moest bukken was dat niet altijd leuk, maar je dacht 'Het is voor het goede doel'...

  Ik heb ook de wisseling meegemaakt van deken Dijselbloem naar

Pastoor Nicolaas en daarbij ook kapelaan de Jong.

 In deze tijd werd je vanwege je leeftijd acoliet.

(Je werd acoliet als je naar de middelbare school ging  op 11- 12 jarige leeftijd en je alleen op zondag bij de dienst hielp. Je werd officieel gevraagd en dat hield in dat je ook soms voorlas met de bede. De inwijding werd gedaan door de vicaris van de bisschop in Rotterdam, die toen net was geļnstalleerd omdat het bisdom Haarlem in die tijd over geheel Zuid- en Noord-Holland ging.  In 1960 of 1961 werd het apart en het bisdom Rotterdam werd opgericht.)

Nou toen veranderde er heel wat. De kerk ging op de schop, kerken in de veiling en heel veel bruidjes met een dikke buik... dat was wat die tijd.

Deken Nicolaas hield van veranderingen, evenals kapelaan de Jong die voortaan maar 'Harrie' moest worden genoemd. Het 40 urengebed ging eraf, wat een heel groot feest was zondag na afloop, wat voor ons weer betekende dat we niet zoveel meer snoep kregen. Waar de koster heel erg streng in was dat we geen wijn mochten drinken. Ook al stonden die flessen in de omkleedruimte ( soms zonder kurk ). Regel matig kwam hij bij je staan om, denk ik later, je te controleren. Dit heb ik tot mijn 18é jaar gedaan. Toen was het over met de acolieten en werd de schooljeugd meer betrokken met de diensten.

Inmiddels waren we wel verhuisd naar de Plaats. Er mocht toch een huis gebouwd worden, en op de tuinbouwschool bij meester de Boer wel veel kattenkwaad uitgehaald.

Kortom ik heb goede herinneringen aan Poeldijk. Of ik er zou willen wonen, dat houdt me niet bezig. We wonen nu al 28 jaar in Naaldwijk met veel plezier. Mijn vrouw tennist al 15 jaar bij Verburch en ik 'spin' er 1 x per week.

De 'Poeluk' laten we dus niet voor wat het is en met bepaalde festiviteiten weten we de weg..!

Hans zwinkels 

 

 Wil je reageren op dit verhaal... klik hier: