Weet je nog...?
( Note van Anky: De foto's die ik kreeg van Jan bij dit verhaal heb ik verkleind geplaatst. Klik er even op en u kunt ze groot bekijken)
Hallo
Poeldijkers.
Bij deze wil ik ook mijn bijdrage leveren aan de schitterende website van
Poeldijk en hun Poellukers. Alleen.. ik ben geen Poelluker maar heb wel wat
Poelluks bloed in mijn aderen of misschien ook weer niet want mijn moeder is
eigenlijk geboren in Naaldwijk aan de Geestweg in 1913. De huisjes staan er nog
steeds maar ik weet alleen niet welk nummer.
Helaas is mijn moeder, Sien v.d. Ende ( Ja zo heette ze met haar meisjesnaam) in
2003 overleden en zij was tevens de laatste van de familie v.d. Ende van de
Verburghlaan no. 1.
Zoals ik van moeder Sien vaak heb gehoord moest ze altijd aanpakken thuis want
stilzitten was er niet bij in huize v.d. Ende. Oma dirigeerde over de meiden en
Opa Jan hield de jongens er wel onder.
Oma Kaatje had op de Verburghlaan no.1 een kruidenierswinkel en verkocht ook
klompen. Die lagen boven opgeslagen op de overloop en al wilde je een paar
klompen passen, dan moest je even naar boven .
Moeder Sien ging ook al heel vroeg in betrekking. Ja, zo heette dat vroeger. Ze
ging werken in Den Haag.
In het begin was het lopen naar Den Haag maar daar kwam na verloop van tijd wel
verandering in. Wat later kreeg of kocht ze een fiets om naar haar betrekking te
gaan . Als ze thuis kwam van het werk dan was het niet zo als nu, dat je zegt
tegen je moeder, ‘ Ik ga even een poosje zitten want ik heb gewerkt’. Nee, dat
was er niet bij in huize v.d.Ende. Er moest thuis ook gewerkt worden en in de
winkel helpen natuurlijk.

Mijn Opa Jan bemoeide zich niet met de winkel, dat was werk voor Oma Kaatje en
de meiden. Opa Jan verkocht in het schuurtje naast het huis ( zit nog steeds aan
het huis vast ) petroleum en hij fokte daar ook konijnen. Op de dag werkte hij
bij Boer Helderman, helemaal aan het eind van de Verbrurghlaan. Daar stond een
houten hek en een schuin klaphekje zodat de koeien er niet uit konden lopen. En
als ik weer in Poeldijk was ging ik hem altijd ophalen en stond dan bij het hek
te wachten tot hij aan kwam . Opa had een transportfiets met een groot
bagagedrager voorop de fiets en daar mocht ik dan altijd op zitten en dan zo
naar huis aan de Verburghlaan .
Ik ben ook vaak blijven slapen bij Oma en dat vond ik altijd heel fijn want ik
kon het wel goed met Oma vinden. Zondags voor kerktijd begonnen dan de klokken
te luiden en hoorde je de voetstappen langs het huis van de kerkgangers. Een
apart gehoor was dat.. wel nostalgie, want dat hoor je toch bijna niet meer. De
meeste mensen komen op de fiets of met de auto.
De Verburghlaan was een rechte straat tot het hek van de boer Helderman. Ik
meende ook nog dat er links van een grote speeltuin was .
De Jan Barendselaan was er toen ook nog niet. Naast het huis van Oma stond een
hek en aan de overkant ook. O ja, de Familie de Ruit woonde daar ook. Achter dat
hek stonden bunkers.
Ik kom nog steeds bij Jan Zuiderwijk die aan de overkant woonde van Oma. Ja, die
huisjes hadden toen ook een tuintje voor het huis. Nu rijdt de bus van
Connexxion door het tuintje van Oma en aan de kant van Zuiderwijk stond een hoge
hegge.

In die tussen tijd, hier nog allemaal vóór, zijn mijn vader en moeder getrouwd
in 1940. Ze trouwde in een jurk van fluweel.. ja dat moet toch wel erg mooi
geweest zijn. Ik heb er nog een foto van. Het gelukkige paar is gaan wonen in
Naaldwijk in de Westlandstraat no. 3 en in 1941 werd hun eerst kind geboren.
Twee jaar later, in 1943, ben ik geboren. Dan heb ik ook nog een zus en die is
in 1949 geboren.

Mijn moeder vertelde ons dat ze met de kinderwagen met ons twee er in ( zie foto
) lopend naar Poeldijk ging via het Poeldijkse padje, en dan in de oorlog . Ze
hebben haar vaak aangehouden om te vragen of ze niets mee smokkelde en ze zei
altijd nee, maar mijn moeder loog dan ook een beetje. Dat mag dan ook in zo`n
tijd.
Onder in de kinderwagen zat een verborgen luikje met een ruimte daaronder en
daar deed ze dan wat boodschappen in. Daar lagen wíj weer bovenop dus was er
niets loos en mocht ze verder lopen. ( Wat een geluk zeg ).
Het Poeldijkse padje was met recht een padje, zo smal was het. Op de fiets kon
je elkaar maar net passeren. Je hoefde de ander niet aan te stoten of je lag in
de sloot. Ook had je vanuit Honselersdijk gezien het laatste bruggetje tegen de
Poelluk aan dat bruggetje had maar een leuning en een zeer steile oprit dus
moest je goed gokken om zonder het water in te duiken er over zien te komen ,
passeren op dat bruggetje was bij voorbaat uit den boze. Als je dat toch deed
dan ging je de Gantel in.
Ik had ook familie wonen in de Sutoriusstraat, genaamd de Fam.v.d. Wilk (
kassebeglazers) Het waren mijn peetoom en peettante Dina en Frans van der Wilk.
Zij hadden een groot gezin, en een van de jongens heette ook Frans. Met hem
gingen we ook vaak naar de groenteveiling. Ik weet nog goed dat ik me kik heb
gegeten aan de pruimen en ik hoef je niet te vertellen wat je daarvan gaat…. aan
de rees dus! Nou ja alles was weer lekker door gespoeld maar lekker voelde het
niet.
Aan de Vredebestlaan net voor dat bruggetje woonde ook familie Vogels. Ome Guus
en tante Martien. Zij hadden toen in de tijd een melkhandel en wat later ook een
kruidenierswinkel. Ook zij hadden ook een groot gezin. Toos en Jan weet ik nog,
de namen van de andere schieten mij niet te binnen.
Aan de Nieuwstraat woonde dacht ik ook een oom van mij: Koos v.d. Ende en tante
Marie. Ik meen dat hij stapel was op duiven. Op de Wateringseweg woonde nog een
oom en tante, Wim v.d.Ende en tante Gon. Ome Wim werkte bij tuinder Kester en
woonde in een oud huisje wat bijna op het fietspad stond. Het was eigenlijk een
rijtje en volgens mij waren die huisjes van Kester. Op latere leeftijd zijn ze
allebei naar Ettenleur verhuisd want mijn tante kwam daar eigenlijk vandaan. Dan
had je nog een zus van mijn moeder wonen in Honselersdijk. Tante Toos en ome
Tinus Hazenbroek en die hield ook zeer veel van zijn duiven. Hij woonde bijna in
het duivenhok. Ja zo gaat dat met duivenliefhebbers. Zij hadden als ik het goed
heb vier kinderen Hen – Toos – Wil - Jan. Hen is van mijn leeftijd ook 1943. Op
Naaldwijk woonde ook nog een oom en tante: Bertha v.d.Ende en zij trouwde met
Koos Dekker. ( vertegenwoordiger van Sosef ) Ze hadden geen kinderen.
Ik heb altijd genoten bij mijn Oma en Opa v.d. Ende ze waren hele aardige mensen
en ik bleef natuurlijk ook wel eens logeren. Bij goed weer aten we in de serre.
De keuken was ook groot genoeg hoor. Ze sliepen zelf in de bedstee in de kamer.
Je ging via de winkel naar de kamer. Ooit stopten wij ik eens onze vinger in
dachten wij in de suiker, maar dat bleek soda te zijn.
Het was in ieder geval heel fijn om in de Poelluk te zijn.
Hartelijke Groeten van
Jan Nadorp.
Wil je reageren op dit
verhaal... klik hier: