Het knapenkoor Deo Sacrum, het jaarlijkse tripje

Kathedraal, radiostudio, speeltuin, Jantje met een gat in zijn broek

Ik heb het genoegen gehad een zestal jaren lid te zijn geweest van het knapenkoor Deo Sacrum. Toen ik lid werd stond het koor nog onder leiding van Sipke de Jong. Een bekend dirigent die , naar ik meen, heden ten dage ook nog steeds dirigent is van het matrozenkoor in Den Haag.

Na een jaar nam deze afscheid en kwam Jos Vranken jr. voor het koor te staan. Een man met ondernemingszin en dat had tot gevolg dat we als koor overal op gingen treden. We kregen korte groene broekjes en een wit overhempje met een dito groen strikje, witte kousjes en zwarte schoenen als kostuum. Dat was verder voor een jongetje uit Poeldijk wel interessant want zodoende kwam je nog eens ergens. Ik heb er leren zingen, heb er zelfs nog de zilveren speld gehaald en ik mocht de bladmuziek omslaan tijdens het zingen.

In het laatste jaar dat ik lid was van het koor zal ongeveer 1965 geweest zijn. Ik kreeg de baard in de keel, zoals dat heette, en ik mocht mijn korte broek inleveren voor een lange grijze en mocht het koor verlaten.

In dat laatste jaar was het jaarlijkse reisje naar Brussel. Voor mij was het ít eerste bezoekje aan het buitenland. Wat mij opviel was dat over de landsgrens de koeien er precies hetzelfde uitzagen als bij ons in Nederland. Wat me ook nog bij is gebleven is het Atomium in Brussel. Dat gebouw stond er toen pas 9 jaar  (gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Brussel 1956) en glom nog als een hondenkeutel in de maneschijn. In die stad  traden we op in de bisschoppelijke kathedraal, een indrukwekkende grote kerk.

Op het dagprogramma stond ook nog een bezoek aan de speeltuin maar voordat we ons daar uit konden leven moesten er eerst nog wat radio-opnamen gemaakt worden in de studio. Drie stukken moesten er slechts opgenomen worden. Alles bij elkaar misschien hoogstens 15 minuten zangwerk.

Ik kan me nog herinneren hoe de moed mij in de schoentjes zonk toen we die stukken ik weet niet hoe vaak moesten overdoen. Telkens rende Jos Vranken weer naar boven naar de regiekamer en kwam dan weer terug met de mededeling dat er weer een stukje opnieuw moest worden over gezongen. Hopeloos werden we er van want we zagen onze speeltuintijd zienderogen slinken. Het leek wel een eeuwigheid te duren.

Leuk hoor als je een bekend koor bent maar de speeltuin was voor ons toch leuker. Eindelijk op het einde van de middag mochten we eindelijk weer naar buiten de bus in en hup naar de speeltuin.

Veel tijd hadden we niet meer en het was zaak alle attracties in een zo kort mogelijke tijd allemaal te doen. Maar wat gebeurde. De eerste keer dat ik van de glijbaan naar beneden suisde glee ik onder aan de baan over een spijkertje en haalde zo mijn hele broek open, een gigantische winkelhaak, zo wist een verstandige zangmoeder te vertellen. Ik voelde me voor schandaal lopen. Sterker nog ik durfde helemaal niet meer te lopen, ze konden zo mijn onderbroek zien. Ik liep wel wat voorzichtig quasi nonchalant met mijn hand voor het gat maar dat was niet te doen, zo groot als dat was. Mensen dachten dat ik naar het toilet moest en op die manier mijn poepje aan het ophouden was.

Ik heb de rest van de dag op een bankje gezeten en heb geen attractie meer gedaan. Een lieve zangmoeder poogde nog wel met een veiligheidspeld de inkijk wat verminderen maar het leed was al geschied. Hoogst verontwaardigd was ik. Hier had ik de hele dag mijn best voor gedaan.

Toen we een aantal weken later onze noeste zangarbeid op de radio hoorden kon ook dat mijn verpeste speeltuin bezoek niet verzachten. Ik voelde me geen bekende radio artiest. Integendeel door al het gedoe zong ik zeker een toontje lager, of was dat de baard in de keel.

©Jan Scholtes