Het Rijke Roomse Leven

  Het misdienaarschap

In de kerk zat ik me vaak te vervelen. Het enige wat mijn  verveling verdrong was het gebeuren rond en op het altaar. Daar ik toen blijkbaar al een doenerig typje  vond ik het ook wel eens leuk om deel te nemen aan dat spektakel. Daarvoor moest ik me opgeven bij de familie de Vreede die woonde aan de Gantel net over de brug. Ik zat al op het jongenskoor van Deo Sacrum en daarvan kende ik Gerard en Piet de Vreede.

Bij hen thuis werd ik ingewijd in de hele Latijnse lithurgie  en leerde ik wat ik allemaal moest antwoorden als de priester iets in het Latijn had gezegd. Niet dat ik er iets van begreep maar dat gaf niet, als het maar zo ongeveer klonk zoals het moest. Ik leerde wanneer ik moest bellen tijdens de lithurgie, hoe ik water en wijn moest inschenken en hoe ik de tafel (het altaar) moest dekken en afruimen, en wanneer ik het boek van de ene kant van het altaar naar de andere kant moest dragen. Waarom dat laatste nou moest weet ik nu niet meer maar mijn moeder wilde vroeger ook af en toe wel eens voor de verandering de meubeltjes op een andere manier neerzetten.

De hele Heilige Mis was natuurlijk een mooi ‘ toneelspel’ en in die tijd waren er nog veel toeschouwers ook die er op afkwamen.

In die tijd mocht je drie uur voordat je ter communie ging  niets eten. Dus het gebeurde eens dat ik met mijn lege maag bij een ochtendmis moest ‘dienen’. De mis begon met het Mea Culpa (de geloofbelijdenis) waarbij wij diep voorover gebukt op onze knieën zaten. Wanneer ik dan overeind kwam kreeg ik het zwart voor de ogen en ging ik zo’n beetje van mijn stokje en moest ik door de koster afgevoerd worden naar de sacristie. Einde oefening.

Het gebeurde ook vaak dat we onder schooltijd moesten ‘ dienen’ bij bruiloften en begrafenissen. Bruiloften waren een feestje want dan kregen we vaak een zakje bruidsuikers na afloop. Begrafenissen was over het algemeen ook geen probleem tot ik een keer moest ‘ dienen’ bij de begrafenis van een vriendinnetje van mijn zusje. Ik moest met het kruis voorop lopen naar de begraafplaats en aan de kop van het graf staan tijdens de begrafenisceremonie. Ik had me al lang in zitten houden en toen kon het echt niet meer houden en barste in huilen uit toen de kist ging zakken. Stond ik daar met mijn jurk aan en met een kruis in mijn hand. Ik hoorde achteraf dat er nogal wat aanwezigen bang waren geweest dat ik zo het graf in zou lopen / vallen.

Tijdens de verbouwing van de kerk in 1964 was er doordeweeks Mis in het Vincentiusgebouw (het Bontje). Op een dag moest ik dienen terwijl mijn eigen klas klassenmis had. Mijn eigen klasgenootjes zaten in het zaaltje en zaten bekken naar ons te trekken zodat wij als misdienaars de slappe lach kregen. We probeerden dat natuurlijk binnensmonds te doen en achter onze handen, maar het hield maar niet op. De priester had dat natuurlijk door maar ging gewoon met de mis door. Na afloop hebben we ontiegelijk op onze falie gekregen en wij schaamden ons natuurlijk diep en zouden het nooit meer doen etc. etc. Dat kostte ons onze basisplaats in het misdienaren corps en we werden een maand lang niet meer opgesteld. Een andere leuke bijkomstigheid was het misdienaren dagje uit. Wij gingen nooit met het gezin op vakantie want dan waren de tomaten gaar. Ik moest het hebben van het voetbalkamp, het dagje uit met het zangkoor en het dagje uit  met de misdienaars. Zo kwam ik toch nog aan mijn trekken en ik kwam nog eens ergens dan alleen maar Poeldijk. Het Roomse Leven, ik heb me er later enorm tegen afgezet en nu ik er op terugkijk ben ik toch blij dat ik het heb meegemaakt vanwege de franje, de muziek, de geuren, de kleuren en de feestelijke cultuur die er omheen hing.

 

©Jan Scholtes