De Tour... Parijs, is nog ver!!!!

Hoe ontstaat een passie, en hoe kom je er weer vanaf?

Nu deze dagen de Tour de France de media weer beheerst en ook de harten van veel liefhebbers, komt er ook  een “ Weet u nog “ gevoel bij me naar boven. Mijn eerste ervaringen met de Tour de France waren de wielrenplaatjes die je samen met een plak kauwgom bij kruidenier van der Zeyden  in de Verburchlaan kon kopen. In die tijd van Jacques Anquetil was zijn plaatje dan ook het meest begeert. Ik wist nog weinig van  wielrennen af maar de naam Anketiel viel voortdurend uit mijn mond als ik dubbele plaatjes wilde ruilen. Hep jij Anketiel? Hep jij Anketiel? Ik had nog wel een dubbele Huub Zilverberg of Woutje Wagtmans.

We hadden natuurlijk wel de ronde van Poeldijk en daar was ik altijd wel te vinden. De  geur van de gemasseerde benen, de mooie kuiten van de wielrenners, de glimmende fietsjes, de vlaag wind die langs je waaide als het peloton langs raasde. De speaker die de premies aankondigde, “Bij de volgende ronde drie premies voor de drie eerst aankomende”. Wout van der Berg ( onze zwarte Beatle uit Wateringen) reed toen al bij de amateurs steevast achteraan ‘aan het elastiek’. Het was de tijd van Leo Duindam die steevast iedere ronde met een ronde voorsprong won. De Beul uit het Westland. Op de baan vormde hij ook een koningskoppel met Rene Pijnen. Namen die er ook steeds maar langskwamen en die je alleen al onthoudt vanwege de naam zoals  Bas Maliepaard en Tino Tabak

Als we in de tuin aan het werk waren hadden we steevast de transistorradio op de gevel staan. Telkens als er een tourflits was dan waren we muisstil en we luisterden dan gespannen naar de krakerige uitzending met commentaar van Jan Cottaar en later Fred Racke en nog weer later Theo Koomen. De tijd dat Gerben Karstens veel sprints won, dat Roger Pingeon tourwinnaar was. Er werd gesproken over de hitte, de enorme hoge bergen, de valpartijen, de ontsnappingen en de apotheotische eindsprints waarbij het geluid soms wegviel, de commentator met overslaande stem het verslag deed. En tussen de tourflitsen door was er het onderlinge overleg. Zou hij het halen.? Zouden ze nog ingehaald worden? Je kon het allemaal zelf invullen en dat maakte van de renners uit die tijd mythische figuren. De laatste etappe , een tijdrit , van de Tour dat Jan Jansen won met een paar seconden verschil van Herman van Springel. Dat heeft in ieder geval bij mij grote indruk gemaakt. Ieder jaar volg ik dan ook nog steeds de Tour.

Waar ik ook ben in Europa, ik zoek een cafeetje op om de finish op t.v. te zien, soms sta ik langs de weg,  ik kijk naar de urenlange uitzendingen als ik thuis en vrij ben. Ik kan zelfs zitten kijken als er een ontsnapping is van twee renners en een peloton  dat het wel goed vindt. Waar zit ik nou naar te kijken? Vraag ik mezelf dan af. En dan blijk ik in feite meer oog te hebben voor het landschap dan voor de wedstrijd. Wielrennen is voor mij dan ook veel prettiger om naar te kijken dan naar b.v. een tenniswedstrijd waar ik voortdurend naar twee poppetjes en een veld zit te kijken.

Regelmatig ben ik zelf op mijn racefiets te vinden  in de Alpen of de Pyreneeën om die grote jongens te bedwingen. Al fiets ik op een verlaten bergweg ergens ver boven de boomgrens, het zweet parelt van mijn gezicht, ik zie mijn bruine polsen glimmen van het zweet en ik zie ergens in de verte een andere eenzame ploeteraar klimmen, dan waan ik me in een achtervolging en de reddingshelikopter voor gestrande bergwandelaars die net overvliegt beschouw ik dan als de vliegende camera. Ik waan me in een apotheotische achtervolging en ik geef niet op. Het niet aanwezige publiek juicht me toe en geeft me klopjes op de schouders. Ik sprenkel water uit mijn bidon over mijn hoofd en in mijn achterhoofd hoor ik Theo Koomen tetteren. Die fantasie van mij dat is mijn grootste vriend. Ik kan daarmee iedere denkbare film bedenken  bij wat ik aan het doen ben en daar put ik dan mijn inspiratie en  kracht uit.

Ook dit jaar komen ze toevallig in de buurt bij waar ik met mijn gezin bivakkeer en als het even kan gaan ook mijn kinderen graag weer even een kijkje nemen bij ‘ het spektakel.’ Het liefst in een beklimming waar ze een voor een langs komen en waar je ze al diep in het dal kan zien  aankomen. Doping of geen doping het blijft een mooie sport want heeft er ooit een koekenbakker gewonnen?

Als ik een trainingsritje in de duinen naar Zandvoort maak,dan kom ik nog regelmatig Wout van de Berg tegen. Nog steeds helemaal in het zwart gekleed, het ene oogje toegeknepen en zijn hoofd schuin. Ik roep hem altijd gedag al weet ik zeker dat hij mij niet kent maar hij groet me in het voorbijgaan altijd vrolijk terug . Wout heeft het nog steeds naar zijn zin op de fiets.

Ik denk dat ik hem ooit nog eens zal vinden langs de kant van het fietspad, in een stil duingebied in Noord Holland. Toegedekt door zijn fiets, tussen het helmgras, maar dan met de  beide ogen dicht en een ‘Wout van der Berg glimlach’ rond zijn mond. Heen gegaan. Maar niet door doping. Nee, liefde voor de sport en liefde voor de fiets tot aan het gaatje. Niet in een  stoel achter de geraniums maar in het harnas. Iets mooiers kan ik me niet bedenken.

©Jan Scholtes