Toneelgroep De Bromtol
 Reünie Soos ‘ 67

Onlangs kreeg ik een flyer in mijn handen gedrukt met daarop een uitnodiging voor de reünie van Soos ’67. Een jongeren sociëteit die voortkwam uit The Juuls en waar een zekere kapelaan Harry de Jong bij de oprichting ook nog zijn bijdrage aan had geleverd. Ja, ja het was toen al zo’n blitze tijd dat je Harry tegen een kapelaan mocht zeggen. Het was midden jaren 60 en voorheen was er bar weinig voor jongeren te doen. Er waren wat dansgelegenheden zoals in Hoek van Holland Hotel America, je kon netjes op dansles en veel jongeren gingen op stap in Den Haag naar onder andere Jocotel, (dat was in de Houtrust rotonde), de crypte van de Pauluskerk en dat soort gelegenheden. Maar midden jaren 60 was de tijdgeest niet meer tegen te houden. In de kerk traden bandjes op in de Beatmis, en in bijna ieder dorp ontstonden jongerensociëteiten die van alles organiseerden, van culturele uitjes, thema avonden en dans en sociëteitsavonden en schaatsen op de Jaap Edenbaan. Toen nog bijna de enige kunstijsbaan in Nederland. 

Voor zover ik weet was Soos ’67 de enige jeugdsociëteit met een eigen toneelgroep, De Bromtol.. Een toneelgroep die  ongeveer 11 a 12 jaar heeft bestaan. Ik heb het geluk gehad daar ongeveer 8 jaar onderdeel van te hebben mogen zijn. Op een bepaalde tijd waren we zelfs een grote concurrent van St Genesius. We speelden soms wel twee stukken in het seizoen en hadden daar redelijk veel succes mee. Het klapstuk dat we hebben mogen brengen was, wat mij betreft, het blijspel “ De tante van Charley”, een klassieker met veel verkleedpartijen. We hadden grote decors en we hadden qua kostuums het beste van het beste gehuurd, het mocht wat kosten. Het was het eerste stuk dat we in de Leuninkjes (ik vertik het om Leunin..jes te schrijven) hebben gespeeld en het was twee avonden uitverkocht. Dat stuk hebben we ook nog voor andere verenigingen en in verzorgingshuizen gespeeld.

Dat spelen in verzorgingshuizen was altijd grote pret. De mensen reageerden daar altijd anders dan jonge mensen. Het kon heel lang stil blijven in de zaal met nauwelijks enige reactie en dan hoorde je plotseling een dametje op de eerste rij heel hard aan haar buurvrouw vragen: “Wat zegt tie?!!!!!!!”. Dan hadden we het niet  meer van de lach en dat kon dan soms wel de hele avond zo doorgaan.. Ik heb het een keer meegemaakt dat we zo aan het dollen waren dat 4 mensen die op het toneel hadden moeten staan rollend van het lachen achter de coulisse lagen. Het was dan aan degene, die nog op toneel stond, de taak om dat vol te spelen tot ze weer bij waren gekomen. Onze regisseur Henk van Tol stond dan met ingehouden lach, tussen de coulisse, maar te gebaren: “ Jongens niet lachen, niet lachen, doorspelen”. Wij hadden een toffe avond en de mensen zeiden altijd dat ze ook ontzettend genoten hadden. Zo sneed het mes aan twee kanten. Achteraf kan ik me verbazen over het enthousiasme dat we opbrachten. In de winter hadden we 1 tot 2 keer in de week repetitie en iedereen kwam altijd trouw. Er was altijd veel te lachen. Een van de gangmakers in de groep Nico van Leeuwen zong regelmatig in de pauze “ Leve de man die het bier uitvond, van je Hieperdepiep Hoera” van het Cocktail Trio, met zijn bierflesje aan de mond en zijn pink licht opgetrokken. Nico was vaak een van de laatste die iets met zijn tekst deed, hij stond telkens nog weer met zijn tekst in de hand op de repetitie tot wanhoop van Henk van Tol de regisseur Henk (brom)Tol riep dan: “ Niiico je tehekst!!!” en dan zei Nico heel droogjes en onverstoorbaar: “ Ja Henk bij de voorstelling, komt helemaal goed”, en Nico hield altijd zijn woord en dat was dan ook zo.

Na afloop van de repetitie  nodigde gezelligheidsmens Henk ons regelmatig bij hem thuis uit voor een  borrel, dan kroop hij steevast achter de piano voor de Boogie Woogie en dan was het feest en gezellig. Henk organiseerde ook veel andere zaken zoals dansavonden voor gehuwden en was in de tijd van de autoloze zondagen (1973) ook Sinterklaas. Ik herinner me nog een foto met Henk als Sinterklaas achter op de fiets op weg naar zijn kindertjes op een doodstille weg. Het was een prettige sfeer om de oliecrisis te overleven.

Ons jubileumstuk van Toneelgroep De Bromtol, waarvan het programmaboekje op deze Poeldijk site te zien is op deze website bij 'Verenigingen'  vond ikzelf eigenlijk helemaal niks. We hadden heel modern onder leiding van Maarten Levenbach zelf wat decorstukken in elkaar getimmerd en brachten een door Maarten Levenbach (de broer van de in Frankrijk nog steeds zeer populaire zanger Dave) zelf geschreven toneelstuk, waarvan de titel luidde: ”Het gebeurde in het Westland”. ( een variant op de toen heel populaire  film “Once upon a time in the West”. We hadden veel reclame gemaakt en er waren ook veel mensen op afgekomen maar ik vond het vlees nog vis en met mij vonden veel mensen dat. We hadden er een Haags bandje bijgehaald en een  achtergrondkoortje van Deo Sacrum (ja, ja swing, swing)voor de liedjes want het was een Musical en we hadden wat dansjes ingestudeerd.(choreografie ha, ha) .

Het leukste en origineelste van het hele project was de plaatopnames die we hebben gemaakt van de liedjes in dit stuk in de blindenbibliotheek in Den Haag. Ik kan het mis hebben, want zo goed ben ik niet op de hoogte, maar ik denk niet dat Reza van de Firecats dat voor elkaar heeft gekregen. (laat het me weten)

Het was de tijd van het experimentele theater en die zin kan je niet zeggen dat we niet geëxperimenteerd hadden. Enfin, het was midden jaren 70, de tijd van Bram in de communie van Paul van Vliet, lang haar, bakkebaarden, een snor weet je wel en alles moest kunnen als het maar modern was. Het was niet modern om het niks te vinden, jullie weten hoe dat ging in die tijd, en dan hield je je mond want ’t moest kunnen.

Dat was tevens de tijd dat ik al in Den Haag woonde, bijna klaar was met mijn studie en plannen maakte om een grote fietsreis door Europa en Afrika te gaan maken. Dat was de tijd, 1977 -1978 dat mijn Soos beleving eindigde. Ik heb er vaak en met heel goede gevoelens aan teruggedacht en ik heb er in mijn werk en andere creatieve bezigheden veel profijt aan gehad. Het plezier om op het podium te staan, de improvisaties e.d. het heeft voor mij wel vormend gewerkt.

En dan nu 13 oktober 2007 een reünie van alle mensen die op de een of andere manier wat met Soos ’67 gehad hebben. Het begin is alweer 40 jaar geleden, de belhamels van toen hebben inmiddels alweer een heel leven achter de rug van liefde, verdriet en wat al niet meer en zitten misschien al in de pre-V.U.T . Naarmate het verder achter me ligt begin ik het meer te waarderen. Het speelde zich toch allemaal af in een belangrijke ontwikkelingsfase van ons leven. Daarom zal ik er zeker zijn op de reünie in de Leuninkjes (dat Leunin..jes wil nog steeds maar niet lukken) U ook?????

©Jan Scholtes