Het Rozen Hoedje

Het was nog in de tijd van het luisteren naar Radio Luxemburg op de zaterdagavond, er was nog geen kindertelefoon en kinderen voor kinderen moest nog uitgevonden worden, dat wij van de Firma des ‘s avonds na het eten op de knieën neerzegen om Het Rozen Hoedje af te raffelen.
Het heeft lang geduurd voordat ik erachter kwam dat dit niets met een hoedje te maken had. Het Rozen Hoedje was in feite het rozenhoedje en dat was weer de rozenkrans, hetgeen ook weer niets met rozen te maken had maar wel alles met een kralenkrans.
Een beetje onderlegd Rooms Katholiek weet dat ik het hier heb over een gebruik dat heden ten dage in een verre staat van onbruik is geraakt.
Het ritueel bestond uit het zo snel mogelijk afraffelen van ‘ onzevaders ‘, ‘weesgegroetjes ‘ en de oefeningen van geloof, hoop en liefde. Ik zal nog wel een onderdeel vergeten zijn maar het voornaamste heb ik wel genoemd.
Dit ritueel diende ook op de knieën uitgevoerd te worden. Eenieder leunde daarbij met de ellebogen op de stoel waar hij / zij daarvoor de maaltijd had genuttigd. Daar de firma voor de kleinsten van het gezin een afgezaagde schoolbank achter de eettafel had bedacht lagen wij als twee jongste aan het zitgedeelte van zo’n houten schoolbank.
Het prettige was dat wij in de keuken een grove kokosmat hadden liggen (want die gaan zo lekker lang mee) alwaar wij na afloop van het ritueel allemaal het reliëf van deze prachtige kokosmat in onze knieën hadden afgedrukt gekregen.
Mijn jongste zus en ik hadden tijdens dit dagelijks ritueel met onze nagels een heel mooi figuur in het houtwerk van de schoolbank gekrast. Dan schoot de tijd een beetje op. Met een half oor luisterden we naar de prevelementen van onze vader en moeder en de rest van de firma.
Het was wel opletten geblazen natuurlijk anders werd je tot de orde geroepen. Als een dreun eindigde op “ kwade amen” dan hadden we een onzevader achter de rug en als een dreun eindigde op “dood amen” dan hadden we een Wees gegroetje achter de rug.


Het kwam natuurlijk niet in me om dit dagelijks ritueel ook maar tegen iemand te vertellen van buiten de firma. Volgens mij waren wij de enige in het hele Westland die ons hieraan bezondigden.
Ik zou een ieder die dit leest willen uitnodigen om te reageren of het bidden van de rozenkrans ook bij hen in het gezin dagelijkse kost was.
Ik vond het in ieder geval een volstrekt nutteloze bezigheid, ik kreeg er geen roeping door en kreeg ook in de verste verte geen stichtelijk gevoel in mijn lijf. Het was lijden op die kokosmat en hopen dat er niemand aanbelde of via de achterdeur binnenkwam.
In zo’n situatie wilde ik niet aangetroffen worden.
En ja hoor. Op een zekere zaterdag had een aanstaande zwager het ongeluk dat hij wat al te druistig naar mijn zus toe wilde en zodoende te vroeg met de deur in huis viel. De hele familie lag in grote devotie op de kokosmat, mijn jongste zus en ik waren weer vlijtig in de houten leuning van de schoolbank aan het krassen, een paar andere zussen lagen met elkaars voeten in de clinch de weesgegroetjes op hun vingers af te tellen, toen onze jonge man in de deuropening verscheen.
De prevelementen hielden even op, een hoofdknik was voldoende om de a.s. schoonzoon op de knieën te krijgen en de rest van het festijn met ons mee te vieren. Het was ginnegappen en zweten tegelijk. Dit had ik niet mee willen maken. Er was, zoals gezegd, nog geen kindertelefoon om mijn beklag te kunnen doen.
Anderzijds bewonderde ik de standvastigheid van mijn ouders dat zij geen gene hadden om voor hun ding op te komen. Maar het was hun ding en niet het mijne / onze.
Hoe dit geheel uiteindelijk een stille dood is gestorven kan ik u nu niet meer melden. Het zou best kunnen dat met het aanzwellen van het regiment aanstaande schoonzoons het in stand houden van dit ritueel onder een te grote druk kwam te staan. Wilde mijn ouders niet het risico lopen om met een even groot regiment aan dochters over te blijven moest de markt niet verpest worden door afschrikwekkende gebruiken. Zoiets gaat natuurlijk rond in voetbalkantines en aan biljarttafels.
Enfin, het Rozen Hoedje blijkt een kralenkrans te zijn en is een gebruik waar ik met een zeker amusant gevoel op terug kijk. Wie maakt dat nu mee in zijn leven. Wij van de firma zijn er in ieder geval niet slechter door geworden, maar ook niet beter moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen. Het was voor ons een zeer nutteloos tijdverdrijf, een ritueel zonder inhoud. Of misschien dat het samen lijden op die kokosmat een echte firma van ons heeft gemaakt.
Het heeft trouwens ook nog een ander voordeel dat ik hier ook niet onbenoemd kan laten. Je hebt wel weer een verhaal.
 

©Jan Scholtes