Een legendarische ontmoeting

Ondergetekende ging dit jaar met het gezin naar Frankrijk voor een fietsvakantie.

Om eerst even de kou en de regen van juni en juli van ons af te schudden hadden we onze tenten opgeslagen in de Franse Provence, in het dorpje Bedoin, aan de voet van de eenzame bult de Mont Ventoux. Zoals gebruikelijk schijnt daar meer dan 300 dagen per jaar de zon, ruikt het overal naar druiven, kersen en abrikozen en zijn daar zeer aantrekkelijke Provençaalse marktjes. Kortom het franse Westland maar dan zonder glas en als er glas is dan zit daar wijn in.

Ik heb hier al eens melding gemaakt van mijn grote liefde voor de fiets en mijn drang om iedere berg op te fietsen die ik zie liggen. Toen de kinderen net geboren waren en we weinig konden trekken was deze streek de ideale vakantiestreek. Als het spul tijdens de siësta onder een grote plataan lag te slapen dan mocht pa Jan er even op de fiets tussenuit.

Jaarlijks ondernam ik dan, op het heetst van de dag,  een klimpartij naar de top van de Mont Ventoux. Steevast kwam ik dan langs het monument van de daar overleden Engelse wielrenner Tommy Simpson. Deze was daar  in 1967, in de bloedhitte in de etappe naar Carpentras in gevecht met Jan Jansen en is daar van zijn fiets gevallen. Men zegt door een overdosis aan doping. Die beelden zijn legendarisch en jaarlijks komen die verhalen tijdens de Tour weer ter sprake. Wielertoeristen die langs dat gedenkteken komen, als ze weer op weg zijn naar beneden, houden daar vaak halt en leggen iets bij dat monument neer. Zoals een lege bidon of een lekke binnenband of een briefje.

Op de ochtend dat ik de klim weer zou gaan doen en benieuwd was hoeveel tijd ik nu weer zou moeten inleveren op mijn klimtijd, vanwege de voortschrijdende leeftijd, las ik eerst nog de krant. Ik had een A.D. te pakken gekregen naast het plaatselijke bakkertje en mijn oog viel op een groot artikel met een interview met de dochter van Tommy Simpson. Die betreffende dag , 13 juli 2007, was het precies 40 jaar geleden dat hij dood van zijn fiets was gevallen, en er zou diezelfde dag bij het gedenkteken op de berg een trap geopend worden die het gedenkteken beter bereikbaar zou maken.

Het artikel had mijn volle aandacht omdat mijn fietsliefde ook begonnen was vanwege de heroïsche Tour reportages en dat van Tommy Simpson had daar zeker toe bijgedragen.

Mijn vrouw en dochters hadden die dag grote zin om naar de Provençaalse markt in Carpentras te gaan om te neuzen en vonden het een goed idee dat ik in die tijd de berg zou doen. Ze weten dat ik alleen naar markten ga als ik wat nodig heb en dat was nogal eens in strijd met het neuzen wat zij zo graag deden. Zij stapten in de hete auto en ik op mijn fiets met open dak.

De klim viel me dit jaar zwaarder dan ooit, liepen mijn remblokjes aan? Hing er iemand aan mijn fiets? Had ik pap in de benen??? Passages van 10 en 11 % zorgden er voor dat ik niet harder reed dan 6 a 7 kilometers  per uur. Een trap op de pedalen overslaan is stilstaan en dat meer dan 2 uur aan een stuk. Maar goed: “ Je moest zo nodig dus niet zeuren ouwe”, zij ik in mezelf.

De eerste 14 kilometers, van de 21 kilometers, dat de klim lang is, gaan door het bos waar ellendige vliegen op je zweetlucht afkomen en in je oog, je neus of je oor kruipen en zoemen. Voortdurend heb je een hand nodig om die krengen weg te meppen. Irritatie kost ook bakken met energie en die was ik zo ook aan het verspillen. Na 14 kilometer kwam ik eindelijk boven de boomgrens, bij het bekende Chalet Reynard, en voelde ik weer een briesje langs mijn kokende hoofd. Mijn helm had ik inmiddels aan mijn stuur gehangen. De laatste 7 kilometers gaan door een kaal en grillig woestijnlandschap van losse keien en een brandende zon boven je. Maar opgeven is het laatste waar een fietser in de klim aan denkt. Het grote weerstation dat op de top staat is dan al goed in zicht en werkt als een magneet.

Toen ik in de buurt van het gedenkteken van Tommy Simpson kwam zag ik daar veel vlaggen en auto’s langs de weg staan, er was daar wat aan de hand. Toen ik het gedenkteken passeerde zag ik dat er een ceremonie aan de gang was en ik zag er een trap die ik daar 4 jaar geleden nog niet had gezien. “Verdikkeme nog an toe, hier heb ik over in de krant gelezen vanochtend “, realiseerde ik me. Ik passeer op dit moment een gedenkwaardig moment. Wat ik nog nooit gedaan had maar nu zonder nadenken deed was afstappen en erbij willen zijn. De ceremonie was net afgelopen, het was 12.50 uur en ik hoorde overal om me heen Engels spreken. Ik sprak een deftige grijzende Engelsman aan en vroeg of dit de onthulling was van de trap. “ Indeed, indeed”, he said. (inderdaad knulletje). Toen ik hem said dat ik hierover in de Dutch Newspaper had gelezen en ook about the interview with de dochter van Tommy, stelde hij me prompt aan die dochter voor.

Ze was ‘glad’ om me te ontmoeten en wist in welke krant dat stond. Ze wilde me ook nog aan haar moeder voorstellen (de weduwe van Tommy Simpson) en die was ook zeer surprised to see me. Zij stelde me weer voor aan Barry Hoben, ook een oude Engelse wielrenner uit die tijd waar zij inmiddels mee gehuwd was.

En daar stond ik dan opeens op een doordeweekse dag met mijn racefiets in de hand (een echte Bontekoe-fiets uit Den Haag) tussen , voor mij legendarische namen en figuren die onderdeel waren van een stuk geschiedenis waar ik zo door gefascineerd was. Ik wilde Barry Hoben nog vragen of hij wist wie Wout van der Berg was, de renner die altijd achterin het peloton reed op de Wateringse Wielerday. Maar die vraag heb ik maar laten lopen. Weet hij veel what the Wateringse Wielerday is.

Enfin, voor het eerst tijdens de beklimming van de Mont Ventoux was ik afgestapt, maar het was de ervaring meer dan waard. Het laatste stukje van de klim was de pap uit mijn benen verdwenen en zat ik nog na te genieten van wat ik zojuist had meegemaakt. Vlak voor de top zat er fotograaf langs de kant van de weg met een telelens foto’s te schieten van alle passerende fietsers. Bij het passeren stak hij opeens een visitekaartje  in mijn hand. Toen ik boven op de top stond uit te puffen van het laatste steile stuk, las ik het kaartje en zag ik dat die fotograaf beneden in het dorp een winkeltje had waar hij me uitnodigde.

 

 

 

 

 

Ik fiets wel veel maar gefotografeerd ben ik zelden en zo mooi als hier was ik nog nooit genomen. Het geeft een idee van de kale top van de berg, de hitte en de steilte van de weg. Een stukje “ Weet je nog…” mengde zich die dag met het moment van NU, alsof er een cirkeltje rond was. Menig ander zal hier misschien zijn schouders over ophalen, maar dat is zo mooi aan een persoonlijke fascinatie. Zo heeft iedereen zijn eigen verhaal en bezieling. Het maakt in feite niet uit wat je bezielt als er maar iets is wat je bezielt. Iets dat je het gevoel geeft dat je leeft. Dat houdt je jong. Hier de foto van mijn bezieling!!

 

Op verzoek van Jan plaats ik een abstract schilderij van Anne van Luijt hier.

Het komt uit haar collectie 'Mont Ventoux en de connectie met fietsen'

©Jan Scholtes