Rob de Nijs op het ‘Landje van Luyk’

Het landje van Luyk, een stuk grond waarop de tuin van dhr Luyk heeft gestaan en dat een tijd leeg heeft gelegen speelt in de herinnering van veel mensen, uit de lagere school generatie van de jaren 50, een grote rol. Het was natuurlijk een fantastisch plekje midden in het dorp, vandaar dat natuurlijk die tuin daar weg moest zodat er huizen op gebouwd konden worden. Er lagen nog wat slootjes met daarin salamanders en in het voorjaar kikkerdril, in het midden was een soort voetballandje en er lagen ook nog bergen kleigrond of iets dergelijks waar je met je fiets op kon crossen en dus natuurlijk ook op je ‘pepernoot’ terecht kon komen.

Het was in feite het onofficiële ‘plein’ van het dorp. Na de kerstperiode vond daar bijvoorbeeld ook vaak de grote kerstbomenverbranding plaats. Vanuit alle richtingen kwamen de kinderen dan , en ik denk ook wel volwassenen, met kerstbomen aanslepen. Als op het afgesproken tijdstip er een grote mensenmassa zich verzameld had en de kerstbomenstapel een enorme hoogte had bereikt dan ging de fik erin. We moesten vanwege de hitte dan wel vaak allemaal een paar stappen achteruit doen. De boze geesten van de donkere winterdagen werden dan voor goed het dorp uitgejaagd en het nieuwe verse jaar kon beginnen.

 

In de periode van begin jaren zestig heeft Circus Boltini, het enige echte Nederlandse circus, er een aantal malen zijn tenten opgeslagen. Wat me fascineerde was de snelheid waarmee dat hele circus er opeens stond en de volgende dag ook weer helemaal was vertrokken. Het enige wat je er dan nog van terug vond was de plek met zaagsel waar de piste was geweest. Verder leek het alsof het er helemaal nooit geweest was. Het was volgens mij ook de eerste keer dat ik echte Pygmeeën /Lilliputters zag. Nou dat was wel echt circus. Het was dan al snel zoeken naar de vrouw met de baard of met de drie borsten, want die zouden daar dan ook wel rondlopen. En natuurlijk altijd in de bagger. Het leek wel of de duvel ermee speelde maar mijn associatie met het circus is altijd met regen en een bagger-entree.

Het circus had een impuls nodig vond directeur Boltini en er moesten wat meer nieuwerwetse acts in de piste gebracht worden. In die tijd waren Johnny Lion en Rob de Nijs de idolen van de teenager van die tijd. Ze hadden in die tijd  beide een hit. Die jongen van Lion (van Leeuwen) had een hit met ‘Sophietje’ zij dronk ranja met een rietje en Rob de Nijs (wie kent hem niet) had een hit met ‘Ritme van de regen’ (erg toepasselijk in dat circus) en Rob werd begeleidt door zijn groep ‘The Lords’. Het had natuurlijk allemaal niets met circus te maken, behalve meneer Lion dan misschien, maar meneer Boltini  kreeg de tent er wel tot de nok toe mee gevuld.

Ik zelf was nog niet zo van het uitgaansleven en ik was heftig onder de indruk van al die gillende meiden die ineens vanuit alle hoeken van de tent tekeer gingen. Meiden die ik zondags netjes in de kerk had zien zitten stonden als loopse poezen te krijsen en te zwaaien met alles wat ze maar in hun handen konden krijgen. Dat alles om maar de aandacht van hun idolen te krijgen. Ik had deze jongens al wel eens op de televisie gezien in een of ander jeugdprogramma, ‘Moef GaGa’ of zoiets. Dit was denk ik de eerste keer dat ik beroemde mensen van de televisie in Poeldijk in levende lijve aanschouwde, buiten onze koningin dan, want die was al eens in een escorte door de ‘Jan Baar’ gereden nadat we , naar mijn gevoel, uren hadden staan wachten met onze vlaggetjes.

Ik weet nog dat er zoiets door mijn hoofd speelde van: “ Hoe hebben die beroemde mensen de weg naar Poeldijk kunnen vinden? Zij weten nu dus ook waar Poeldijk ligt en als ze ergens anders in de wereld zullen optreden, dan zit ergens Poeldijk ook nog in hun hoofd. Voor mij was Poeldijk toen ook pas echt op de kaart gezet en het maakte mij ook wel een beetje trots op mijn dorp.

Eenmaal ben ik blijven hangen om mee te maken hoe dat afbreken er nou aan toe ging. Tijdens de laatste act van de avond zag ik namelijk al door de planken van de tribunes dat er al mensen dingen aan het afbreken waren. Mensen met zwarte haren en grote snorren  en die spraken ook niet echt Westlands. Toen het publiek uit de tent was werden er rondom de tent de touwen losgemaakt, de planken van de tribune waren in no time gestapeld, nota bene door de clowns en de mensen van de trapeze acts die ik daar opeens in een overall aan het werk zag. Ze lieten het grote groen wit gestreepte zeil hydraulisch zakken en ik kon opeens weer de achterkant van de huizen van de Sutoriusstraat  zien. Toen moest ik naar huis want het was toch al laat geworden. Het eerste wat ik de andere ochtend deed was kijken of ze misschien nog bezig waren. Maar het enige wat ik zag was een baggerterrein met veel diepe karrensporen en resten stro met in het midden van het terrein een  cirkelvormige zaagsel plek. Dat was gisteravond het heilige der heilige, daar hadden leeuwen en tijgers gelopen en de clowns hadden ons doen lachen en niet te vergeten Rob de Nijs en meneer Johnny Lion. En die zouden vanmorgen natuurlijk ook een keer wakker worden en bij zichzelf nadenken : “Waar was ik gisterenavond eigenlijk ook al weer? En dan zouden ze  zich weer herinneren “ Oh ja in Poeldijk”.

Fantastisch toch.

©Jan Scholtes