Het passiespel              door klas 5 in 1963 o.l.v. Meester Treurniet

 

Mijn eerste toneel ervaring stamt uit mijn tijd in de vijfde klas van de lagere school.

Zoals er nu in het laatste jaar van de basisschool steevast een musical wordt opgevoerd zo speelden wij met Pasen het passiespel . Althans dat was in ons jaar (1963) zo. We hadden de bar koude elfstedentocht met winnaar Reinier Paping net achter de rug. Volgens mij deed de hele klas mee en de rollen waren al verdeeld. Ik was ‘Volk’.

De repetities speelden af zich op de zolder van de Bartholomeusschool . Volgens mij was er een trap naast het kamertje van het hoofd van de school, meester Verschoor, die naar de stoffige en  voor ons mysterieuze zolder leidde. We waren daar op een plek waar we normaal niet mochten komen.. Over de hele lengte van de school konden over die zolder lopen. Het was er vol verwarmingspijpen waar je over kon struikelen of je hoofd tegen kon stoten. We hadden er gein in om over de zolder te lopen en dan precies daar op de plek te gaan staan waaronder je dacht dat je stoel en je lessenaartje stond. Boeiend natuurlijk maar er was natuurlijk niemand die kon verifiëren of je het ook goed had. Maar dat stoorde ons niet, ik voelde me al bevoorrecht dat ik er mocht lopen. De tekst die wij telkens op het juiste moment dienden uit te roepen, samen met nog meer Volk, was : “ Aan het kruis met hem, aan het kruis met hem, naar Golgotha”. en “Barabas, geef ons Barabas”, en dat dan het liefst zo gelijk mogelijk anders was het natuurlijk niet te verstaan. De rest van de repetities, waar geen volk bij gewenst was, hebben wij waarschijnlijk in verveling doorgebracht. Ik meen me te herinneren dat Aad Kester, van de Wateringseweg de rol van Jezus speelde.

De opvoering was in de Goede Week voor Pasen in het Bontje aan de Voorstraat  We kregen allemaal een jurk aan en onze gezichten werden gepoeierd, die geur van sminck kan ik me nog herinneren. het voelde allemaal enorm interessant ook al speelde ik alleen maar Volk.

Wij van het Volk moesten lang wachten. We mochten pas opdraven als Pontius Pilatus op toneel stond. Tussen de coulisse door konden we het spel blijven volgen. Het was daarachter natuurlijk een enorm onrustige boel met zoveel knaapjes en regelmatig was er een regeljuf (waarschijnlijk juffrouw Brakmeyer of Borgmeyer van de tweede klas) die ons, met boze ogen en de wijsvinger voor de mond, maande om ons rustig te houden. Toen dat niet zo werkte, werd heel het Volk in een kamertje achter het toneel gezet met de deur dicht, we verstoorden n.l. het laatste avondmaal en we hadden nog wel zo geleerd om onder het eten de mond te houden.

Eindelijk konden we opkomen en mochten we de tekst, die we zo braaf in ons hoofd hadden gestampt, uitroepen terwijl we nieuwsgierig de zaal in stonden te kijken op zoek naar de plek waar onze ouders zaten. Alles ging natuurlijk ongelijk, door elkaar en weinig geconcentreerd, zoals dat het gewoon Volk betaamd. “ Barabas,  laat Barabas vrij” gooiden wij er nog een keer uit en toen mochten we weer in ons hok achter de coulisse en de deur sloot zich weer achter ons. Toen dachten we dat we klaar waren en we wilden ons weer omkleden maar toen moesten we toch nog een keer het toneel op omdat de mensen allemaal stonden te klappen. Die waren zeker ook blij dat Jezus dood was. In feite was het zaalpubliek natuurlijk ook Volk, net als wij.

Enfin, een opvoering en het zat erop. Dat vond ik wel zonde. En dat met Pasen, zonde he?

©Jan Scholtes