De calculerende katholiek

 

Door de jaren heen hebben de melkfabrikanten sterke slogans bedacht om hun product te promoten om zodoende niet in de grote melkplas te verdrinken. Melk de witte motor is er zo eentje. Je ging al rennen bij het idee dat je een glas melk zou gaan drinken.

 

In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw was er ook een aansprekende  reclamecampagne, in de Okki of de Taptoe, die ons aan het drinken van melk moest brengen. Dat was de melkbrigade. Dit hield in dat eenieder die een heldhaftige daad had verricht dit kon melden aan de melkfabrikant. Deze heldhaftige daad werd dan op heldhaftigheid beoordeeld en als deze, volgens de beoordelaars, stoer en dapper genoeg was geweest dan kon je melkbrigadier worden. Als tastbare beloning hiervoor werd er dan een vignet van textiel met een grote letter M per post afgeleverd en dit mocht je dan door je moeder op de mouw van je jas of trui laten naaien als eeuwig en zichtbaar bewijs van je heldhaftigheid. En welke jongen van ‘ de gestampte pot’ wilde dat nou niet.

 

Maar er moest dan natuurlijk wel eerst iets heldhaftigs verricht worden en daar begon direct al het probleem. Want, wat is heldhaftig en wanneer is het genoeg heldhaftig om die zo begeerde letter M op je mouw gespeld te krijgen??  Daar ging dus nogal wat tijd inzitten.

  • Boodschappen doen voor de buurvrouw was normaal dus niet heldhaftig.

  • Mijn vader in de tuin helpen was een vanzelfsprekendheid.

  • Voor het hele gezin de aardappelen schillen dat deden we allemaal wel eens en was een plicht.

Nee, het weigeren om dat allemaal te doen dat leek mij wel heldhaftig maar ik bedacht toen al snel dat mijn moeder dan zeker niet die letter M op mijn mouw zou willen naaien. Enfin, het dreigde in de vergetelheid te raken omdat iets heldhaftigs doen in een wereld waarin je al heldhaftige dingen aan het doen bent , niet zo opvalt.

 

Totdat op een dag mijn jongste zusje en ik op een ‘stoepie’ aan de waterkant aan het spelen waren. Dit stoepje was niet zo groot en we zaten er beide op ons knieën met een plankje in het water. Op het plankje hadden we een rechtop stokje getimmerd en dat was dan een schoorsteen. We speelden ’zie ginds komt de stoomboot’. En dat ging zo fanatiek , dat we allebei als eerste bij Sinterklaas wilden zijn als de boot aan zou meren. Mijn bijdehante zusje was er het eerste bij met als gevolg dat zij pardoes, door mijn gedrang, in het water tuimelde. In een reactie pakte ik haar bij haar jasje of armpje beet en kreeg ik haar weer op het droge. Grote schrik natuurlijk en ook wel schuldgevoel bij deze Dappere Dodo, dat kunt u zich wel voorstellen. Ik begeleide mijn huilende druipende zusje naar huis voor de broodnodige verschoning en vertelde moeder wat er gebeurd was. Wat ik er niet bij vertelde was dat het mijn schuld was geweest dat ze in het water was gevallen. ’s Avonds in mijn bedje bedacht ik me dat ik toch wel een heldhaftige daad had verricht door mijn zusje te redden en dus schreef deze aanstaande Melkbrigadier de volgende dag een kinderbriefje met daarin alleen maar “ Ik hep me zusje uit ut water geret” en gaf dat af bij de melkboer. Hij zou het met de lege flessen meegeven naar de fabriek.

 

Ik moet u eerlijk zeggen dat ik nog niet eens meer weet of ik ook inderdaad nog een mooi M vignet opgestuurd heb gekregen. Het zal wel niet, hoewel ik nog wel weet hoe hij er uitzag. Waarschijnlijk zal ik deze trofee  wel bij iemand anders op de mouw hebben gezien. Een blauw ovaal met een grote melkwitte M erin. Wie heeft hem nog bewaard?

Maar sinds ik in de race was voor deze prijs begon ik toch wel last van mijn geweten te krijgen. Eerst je zusje, weliswaar niet expres, in het water duwen en vervolgens daar een heldhaftigheidprijs voor opeisen vond ik toch ergens een beetje misschien wel erg ietsje laf. In ieder geval heeft deze trofee mijn mouw nooit gesierd en was dat we het geval geweest dan had misschien mijn jongste zusje hem er wel afgetrokken, want zo klein als ze was, vond ze het steeds toch maar niet eerlijk als ik hem wel gekregen zou hebben.

 

Dit had nou een goede zonde geweest om bij de maandelijkse biecht ter beoordeling voor te leggen aan de kapelaan. Maar de schaamte hierover was zo groot dat ik dat niet durfde. In plaats daarvan zal ik wel opgebiecht hebben dat ik thuis heel veel speculaasjes  uit de koektrommel had gejat. ‘Heel veel’ was namelijk ook erg en daar kreeg ik vast wel een extra ‘strafweesgegroetje’ voor. Had ik toch nog een beetje boete gedaan. Vervolgens zou ik biechten dat ik gelogen had en dat zou me dan nog een extra ‘strafonzevadertje’ ,ter geruststelling, opleveren. Zie hier de calculerende katholiek. Ik had dan wel geen mooie grote M op de mouw gekregen, ik had ondertussen wel de kapelaan een leugen op de mouw gespeld. Hoe schoon kan je zieltje zijn?

©Jan Scholtes