Zwembad Elzenhagen

 

Zwembaden waren vroeger niet zo dik gezaaid in het Westland. In Wateringen was er een en in Naaldwijk, naast de CCWS lag er nog een ander groot buitenbad namelijk zwembad Elzenhage. Dat zwembad moet je nu zo ongeveer midden op het veilingterrein van de huidige grote Bloemenveiling voorstellen, tegenover de tennisbanen aan de andere kant van de Elzenweg, die er nu nog liggen.

( Note van Anky: de twee foto's op deze pagina zijn afkomstig van www.inoudeansichten.nl )

 

Het waren twee grote buitenbaden, een diep en een ondiep, en een kikkerbadje met in de hoek van dat badje een groen kikker die water uit de bek spoot.

Achter die baden was een grote grasveld, de zonneweide en direct na de ingang kwam je op een stuk waar de verkleedhokjes waren en daar was ook het afdak waaronder men de haak met kleding kon ophangen. De meisjes kleedhokjes waren links en de jongenshokjes waren rechts. Zoals alles in onze jeugd ging alles gescheiden.

Als je met je handdoek tussen de snelbinders achter op je fiets al bij de fietsenstalling aankwam dan hoorde je buiten al de vele stemmen en het schreeuwen en lachen van de kinderen. Daarbovenuit hoorde je altijd de stem van de badjuf die met haar barse stem door de microfoon over het terrein schalde.

Midden tussen de baden stond het hokje waar de beide badjuffen resideerden. Ze zaten er op een hoge stoel achter de microfoon en zij regeerden daar met strakke hand en hielden alles in de gaten.

Regelmatig hoorde je de badjuf met de barse stem, wij noemden haar altijd ‘het manwijf’, luid door de microfoon iemand naar zich toe roepen. Dat ging dan zo ongeveer als volgt: “ Wil dat jongetje met die zwart geel gespikkelde zwembroek daar aan de overkant, die net uit het water komt, even naar me toe komen. Nee, niet jij maar dat jongetje dat naast jou staat die nu net doet of hij mij niet hoort. Ja, jij daar, sta nou maar niet zo onnozel te kijken, je weet dondersgoed dat ik jou bedoel. Nou, komt er nog wat van of moet ik je zelf komen halen?”

Als diegene, die bedoeld was, erg dapper was en de gespeelde onschuld bleef spelen, dan kon je de juf, in haar korte broek en haar geblokte kuiten, over de brug naar de overkant zien benen om in hoogst eigen persoon het betreffende ventje tot de orde te roepen. Vanuit alle kanten was de aandacht van de zwemmers dan gericht op wat er ging gebeuren. In feite vonden we het allemaal wel een festiviteit en waren we benieuwd hoe de afloop van de terechtstelling zou zijn. Dan zag je haar  weer uit het gepeupel op de zonneweide  tevoorschijn komen met tussen haar duim en wijsvinger het oor van de dader. De dader zelf spartelde daar dan achteraan, het hoofd scheef en met een van pijn vertrokken gezicht. In het hok van de badjuf werd recht gesproken, de microfoon stond meestal nog wel open en dan hoorde je haar in dat hok tekeergaan tegen het slachtoffer. ‘Wie hij wel niet dacht dat hij was, dat hij de eerste paar weken niet meer gewenst was en dat hij per direct zijn zwemkaart kon komen inleveren want jongetjes zoals hij daar werd ze heel  erg verdrietig van’

Zo werd de orde gehandhaafd en dat werkte dus in feite wel prima, toen hadden we geen last van rotgozertjes die voortdurend de sfeer konden verzieken. Aanpakken die handel en je kop houwen.

Dan op een vast tijdstip op het einde van de middag klonk het steevast: “ Willen alle

A-kaarten en diegenen die 30 cent betaald hebben zich nu gaan aankleden en laat het me geen tweede keer moeten vragen”. Een half uurtje later konden de B-kaarten en diegenen die 50 cent betaald hadden zich gaan kleden.. En zo was er altijd een ordelijke aftocht van de meute.

 

Omdat de zwemlessen altijd vroeg in de morgen waren en het zwemwater dan nog koud was heb ik nooit de behoefte gehad om zwemles te gaan nemen. “s Morgens vroeg zag ik ze bij ons vaak voorbij fietsen langs de Nieuweweg met hun handdoekje achterop, tegen de wind in op de fiets naar Naaldwijk voor de zwemles. Ik had wel eens wat afgekeken hoe dat moest en achter de ketting in het ondiepe bad had ik mezelf de eerste zwemslagen aangeleerd. Toen ik dacht dat ik wel kon blijven drijven was het natuurlijk wel de sport om dat eens in het diepe bad te gaan proberen. Zo ver mogelijk uit de buurt van het hok van de badjuf ben ik toen zo nonchalant mogelijk het water in gesprongen en heb toen een eind ‘gezwommen’. Prompt werd ik, toen ik uit het water klom en de kleur van mijn zwembroek zichtbaar werd, geroepen.: “ Ja, die jongen die net uit het water kruipt, ja jij met die rode zwembroek, hier komen jij”. Verdorie, nou was ik de sigaar en mijn hart bonkte in mijn keel.. Ik draalde nog wel wat maar ze liet me geen enkele ruimte en als ik niet gauw kwam dan zou er wat zwaaien. Dat geloofde ik direct en schoorvoetend liep ik over de brug naar haar hok. Enfin, de zwemkaart inleveren, want ik zwom als een hond, en drie weken geen toegang tot de zweminrichting wegens het verkeren in het diepe zonder in het bezit te zijn van een rechtmatig zwemdiploma.

 

Ik voelde me wel gestraft maar ik ging toch met een wat opgewonden gevoel uit het zwembad weg. Ik had het aangedurfd om toch in het diepe te zijn geweest. Ik had een regel overtreden en voor een brave jongen zoals ik voelde het ook wel lekker brutaal dat ik ook eens tegen de regels in had gehandeld en een risico had durven nemen. Dat ik gesnapt was dat vond ik niet eens zo erg. Ik was de eerste niet en nou hoorde ik ook bij de deugnieten. Dat voelde wel goed en dat gaf me een zekere kracht. Bovendien was ik in het diepe niet bang geweest en had ik gevoeld dat ik niet zou zinken. Ik kon zwemmen. Weliswaar als een hond, zo lelijk, maar honden verdronken nooit. Weer wat ontdekt….

 

©Jan Scholtes