Weet je nog...?
Schorsietrappen in de winters van weleer.
Nu de winter zo'n beetje ten
einde is en ik het gevoel heb met wel een heeeel lange herfst te maken te
hebben, gaan mijn herinneringen naar de winters van weleer.
Wij van de firma Scholtes, woonachtig hoekje Kaas en Broodlaan, woonden vroeger
nog langs onverharde weggetjes.
De Vredebestlaan was een weggetje wat nog niet bestraat was. Er groeiden nog
struiken en bomen langs de kant van het water. De Casembrootlaan (het Kaas en
Brood)
was een weggetje dat vanaf de Vredebestlaan de woesternij in ging. Ons tuin lag
als een streep langs deze laan. Er kon maar net een auto of tractor overheen. Om
de haverklap
werden er grote putten in het wegdek gereden door het zware verkeer en dat moest
dan weer opgevuld worden met as-sintels die uit de stookketel kwamen.
Langs de Casembrootlaan lag toen nog een slootje. De laan was zelf ongeveer 2
1/2 meter breed en menigmaal moest de kraanwagen van Luyendijk komen om een
gestrande oliewagen uit dat slootje te trekken. Er gebeurde niet veel in
Poeldijk maar zo'n takel klus was voor ons altijd een evenement.
Dat slootje diende voor ons ook als een vangplek voor kikkers en salamanders of
om er dammetjes in te bouwen. Dat laatste was iets waar Delfland nooit zo blij
mee was.
Welnu, in de winter kwam het vaak voor dat dit slootje dichtgevroren was en wij
hadden bij ons in de buurt iets wat wij het 'Schorsietrappen ' noemden.
Dit hield in dat er eerst iemand alleen van de kant af op het ijs sprong en met
een stap weer aan de overkant van het slootje stond. Dat was om te kijken of het
ijs sterk genoeg was.
Als dat het geval was dan gingen we met twee tegelijk. Was het ijs dan nog niet
kapot dan gingen we met de armen bij elkaar op schouders met drie man tegelijk
naar de overkant.
Dat werd zo steeds spannender. Het ijs begon met steeds meer man tegelijk
vervaarlijk door te buigen en te kraken. Het kwam er nu op aan wie het de
volgende keer nog weer durfde.
De kunst was om dit met zoveel mogelijk man tegelijk te doen. Er stonden altijd
veel kinderen uit de buurt omheen, want wie ging er nu het eerst door het ijs??
Wij als kleine snotneuzen hadden wel heel wat jongetjes nodig om ook maar een
barst (deuk) in het ijs (in een pakje boter) te trappen.

Het werd pas echt leuk als de grote gasten uit de buurt aan de klus begonnen.
Met hun grote zware lijven begon het ijs vaak al heel snel te buigen en te
barsten.
In de winter van 1963 was het water tot op de bodem bevroren en heeft een knaap
bij ons uit de buurt het volgehouden om toch telkens het ijs kapot proberen te
krijgen.
Het lukte hem pas toen het na een maand eindelijk begon te dooien. Hij was
gewend dat het ijs toch niet meegaf. Het ijs was bedekt met een grote laag
water. Toen
hij op het ijs sprong gleed hij direkt uit op zijn poepert. De klap was groot
genoeg om finaal door het ijs te zakken. Het was voor hem even een maand
ploeteren geweest
maar hij had het toch voor elkaar gekregen. Huilend om zijn moeder ging hij naar
huis om droge kleren aan te trekken. Echte helden bestonden toen nog.
De Friezen mogen dan wel het Firljeppen hebben, wij Weslanders hadden ons
Schorsietrappen.
Hopend op ooit nog eens koude winters en Bruegeliaans ijsplezier, verbijf ik.
Met vriendelijke groet
Jan Scholtes