Weet je nog...?
Gewoon gedag zeggen. Toch
????????
Hoewel Poeldijk maar een paar kilometer van Den Haag af ligt is er een wereld
van verschil. Toen ik in 1976 voor het eerst op kamers ging in deze stad, was ik
in de veronderstelling dat ik toch wel weer snel terug naar het Westland zou
gaan. Niets is minder waar gebleken.
Ik herinner me nog dat ik aanvankelijk in mijn straat de mensen die ik op het
trottoir tegenkwam begroette. Niemand reageerde er echter op mijn begroeting en
dat maakte me wat onzeker. Wat deed ik fout? Daar heb ik me echter niet zo lang
mee bezig gehouden want voor je het weet valt het je niet meer op. Ik ben echter
toch blijven groeten in de veronderstelling dat het hun probleem was. Ik
ontdekte dat wanneer ik nog wat enthousiaster begroette dat ik dan alweer wat
meer sjoege terug kreeg. Ik zou ze wel eens leren die Hagenezen.
Nou
was mijn eerste kamerverhuurder wel gelijk een ontgroening voor me. Het was een
afgekeurde scheepskok die eigenaar was van een kast van een huis. De hele dag
zat hij met een krat bier aan de voeten, pilsje in de hand in de opening van de
keukendeur te kijken wie er allemaal in en uit liepen. s’ Nachts kon het nog het
beneden nog al eens spoken, werd er gevochten en geschreeuwd en was er politie.
Daar had ik geen zin in dus ik was na een maand alweer op zoek naar een andere
kamer.
Toen ik die gevonden had meldde ik mij af bij de scheepskok. Daar was hij niet
erg blij mee, hij zei zelfs dat hij er erg verdrietig van werd, hij had namelijk
net een advertentie geplaatst en nou moest hij er weer een plaatsen.
Hij vloog op me af joeg me de trap op met een blaffende herdershond achter mijn
broek en begon boven een robbertje met me te stoeien, de hond vrolijk blaffend
om ons heen.
Kijk dat moet je niet doen, dan is het niet gezellig meer. Ik ben onder de dwaas
vandaan gekomen en ben de
volgende
dag met een bot broodmesje in mijn jaszak, langs gegaan om mijn spulletjes op te
halen. Met mijn vrienden Ab en Rokus hebben we de hele boel toen met een
besteleend ingeladen en afgevoerd naar het volgende zolderkamertje. De
scheepskok was niet thuis en later heb ik vernomen dat hij uiteindelijk toch is
opgepakt voor allerhande rottigheid.
Daarna , heb ik me eigenlijk erg senang gevoeld in de stad. Dicht bij alles,
toneel, bioscoop, veel vrienden en gezellige kroegen. Ouwe Droog kwam me zo
zachtjes aan ook wel de neus uit.
Er waren gezellige winkelstraten in de buurt en binnen de kortste keren kenden
de winkeliers me en overal een o.h. praatje, toen werd het net weer een dorp.
Ik ben nu al weer vele malen in Den Haag verhuisd, maar toch wel altijd in de
buurt van het zand en het strand gebleven. Straatfeesten zijn hier schering en
inslag en ik weet wel niet wie van wie is, maar dat mag de pret niet drukken.
Hier wordt er niet gevraagd “Hoeveel meter pijp heb jouw vader op z’n tuin?”, of
“Hoeveel schoorstenen hebben jullie op de tuin?” en of het een kouwe tuinder of
een stooktuinder was.
Als ik nu nog eens naar het Westland ga dan sta ik vanaf Loosduinen tot Hoek van
Holland vast. Westerlee is een halve dag reizen. Ik zie bijna geen kassen meer
maar alleen maar bedrijfspanden. Het Westland zit potdicht en doordeweeks mot je
d’r dus niet meer wese. Terwijl ik hier woon in een rustige buurt.
Nou
ja, rustig. De Haagse Beeklaan is een nogal lange en beruchte laan. Aan het
andere eind van de laan wil nog wel eens geschoten en gestoken worden. Mijn
familie dacht dan dat we daar trillend voor onder de dekens wegdoken. Nee, wij
wisten het niet en we horen het niet en als ik eerlijk mag zijn, Ik hoef het ook
niet te weten.
De oude Drees is nog mijn overbuurman geweest, die heb ik nog tot op hoge
leeftijd de krant zien lezen achter zijn stengelplanten.
Inmiddels wordt er in het Westland ook flink ingebroken en hoef je de achterdeur
ook niet meer open te laten staan. Daar is er ook wrijving tussen de
bevolkingsgroepen.
Maar
als ik op mijn werk in het ziekenhuis weer eens een Westlander tegen het lijf
loop dan is het gelik weer eige. He, joh van wie ben jij d’r een?. En ik moet
eerlijk zijn. Westlanders zijn geen zijkers ze willen werruku en snel weer
opknappuh, niet lullen maar poetsen. Als je wat van ze vraagt dan geven ze
altijd net een beetje meer want dat zal wel beter zijn om op te knappuh. Dan is
het toch nog dat familiegevoel van mensen die weten wat plukken en krenten is.
Die je vader en moeder nog gekend hebben en die, asse ze naar huis toe gahn wel
thuis effe de groetuh zalle gahn doen.
Kijk, en dat maakt dat ik me nog steeds een Westlander voel. Gewoon gedag
zeggen, daar is nog nooit iemand aan dood gegaan. Toch?????
