
Met kerstmis mag de zon niet schijnen.
Kerstmis dient zich altijd aan in een wolk van straatverlichting, kerstliedjes op de radio. ‘Wat zullen we eten’ en ‘wie zullen we uitnodigen’ sfeer. De dag na het Sinterklaasfeest staan overal in de stad plotseling de kerstbomenverkopers weer op de kruispunten.
De
winkels zijn versiert, de dagen worden alsmaar korter, er worden steeds meer
kaarsjes aangestoken en de gordijnen gaan steeds vroeger dicht. Op de televisie
zijn de programma’s met de jaaroverzichten en de terugblikken van wat er
allemaal gebeurd is in het afgelopen jaar. Bij dit jaarlijks terugkerende
gebeuren resoneren telkens weer mijn jeugdherinneringen over kerstmis op de
achtergrond mee.
Vroeger was het
opzetten van de kerststal bij ons altijd een ritueel. De dozen werden van zolder
gehaald en wij mochten helpen met de opbouw. Kijken wie nog wist waar de
beeldjes allemaal moesten staan en wat elk beeldje voorstelde. Met name de
beeldjes van de drie koningen gaven aanleiding tot discussie. Welke beeldje was
nu wie en welk geschenk bood nou wie aan bij het kribbeke. Ik weet nog dat het
ging om goud, myrre en wierook en de koningen heetten Gaspar,
Melchior,
Balthasar (Gerards). Het aansteken van de kaarsjes en het spelen met het
kaarsvet, het houtwol bij de schaapjes en de herders en het engeltje dat boven
de ingang van het stalletje hing met een spandoek waarop de tekst ‘Hosanna in
Excelcior’. De hele kamer rook naar brandende kaarsen. We hadden nog geen
centrale verwarming en het kon flink fris zijn in de rest van het huis maar als
je de kamer in kwam dan was het er warm, geurig en voelde het geborgen.

In de tijd dat we nog maar een televisie kanaal hadden, begin jaren zestig, en de kerk nog driemaal per zondag vol zat, heb ik voor mijn gevoel het meest intense kerstgevoel gehad. In die tijd zat ik op het knapenkoor van Deo Sacrum en met kerstmis werd er altijd flink ‘uitgepakt’. We hadden dan een orkest bij het koor en een solist en zongen dan een mooie mis van Mozart. In een kerk vol met bloemen, wierook, kaarsen en een adventskrans waarop 4 kaarsen brandden. De kerk zat in de nachtdienst bomvol en het leek wel alsof er een glazen stolp over Poeldijk was. Het hele dorp ademde voor mijn gevoel kerstmis. Beneden in de kerk stond de grote kerststal met voorin het engeltje dat met het hoofdje knikte als je er wat geld in gooide.
Wanneer we na de
nachtmis rond middernacht thuiskwamen dan kwamen we in een huis waar de kaarsjes
brandden, de tafel in de woonkamer feestelijk was gedekt met het mooiste
servies, dat ook op communiefeesten werd gebruikt, en op de pickup stond de
kerstplaat van de Wiener Sanger knaben. Oh Tannenbaum, oh Tannenbaum met tussen
de liederen door kerkklokken. De hoes van die L.P. (dat is een langspeelplaat;
dit voor de jongeren onder ons) met een foto van een bergdorpje in de sneeuw bij
nacht met warme straatverlichting, staat ook in mijn geheugen gegrift. Na de
nachtmis gingen we aan tafel en in de kerstnacht aten we dan een broodjes
maaltijd met heerlijke vleeswaren en met muisjes.
Krentenbrood met spijs en
eierkoeken en het fonkelend glimmende bestek dat voor de gelegenheid uit de kast
was gehaald vergrootte nog meer het feestgevoel. Als we dan de volgende dag opstonden en
de zon scheen, er was geen wind en het was ook niet koud dan was het moeilijk om
die donkere kou en sneeuw sfeer van de L.P hoes vast te houden. Dan had het net
zo goed Pasen kunnen zijn. We moesten dan echt het huis verduisteren door de
gordijnen wat dicht te houden om de kerstsfeer vast te houden.
In de middag was
er op de t.v. het Grote Kerstcircus en waren er films waar de knusheid , de
belletjes, de dingdongs en het familiegevoel vanaf droop. Gelukkig waren de
dagen kort en werd het snel weer donker, gingen de kaarsjes weer aan en gingen
we weer aan tafel. We aten vlees wat we anders nooit aten en sloten af met
heerlijke chipolata pudding van de warme bakker. Dit alles natuurlijk weer onder
de klanken van de Wiener Sanger knaben. ’s Avonds kropen we weer bij elkaar voor
een spelletje of er was op t.v. wel weer iets kerstverhaalachtig of ‘The Sound
of Music’, want die mocht ook nooit ontbreken.
Enige dagen na
kerstmis op 28 december was er een feest en dat heette: “ Het feest van de
Onnozele Kinderen”. Nu was ik in die tijd nog niet zo taalvaardig maar het klonk
in mijn oren toch wel erg onnozel en ik dacht dat dit het feest was van de
mongooltjes. Ik heb er nooit navraag naar gedaan, ik vond ook wel dat die
kinderen recht hadden op hun eigen feest.
En dan roken we al
weer gauw de oliebollenlucht die uit het achterschuurtje naar binnen drong. Daar
werden er zoveel van gebakken dat we tot Drie Koningen wel vooruit konden. Naar
mijn herinnering waren die bollen steviger en niet zo vet als die weke
luchtbollen die er tegenwoordig te koop zijn.

Je kan van het geloof zeggen wat je wilt, en ikzelf heb in mijn pubertijd flink mijn kont tegen het kribje gegooid wat het geloof betrof, maar achteraf hebben al die rituelen en gebeurtenissen die met zoveel klank, kleur en geur gepaard gingen toch een sfeerrijke herinnering achtergelaten van mijn jeugd.
Prettige dagen voor iedereen en voor wie dat wenst mag dat ook wel Zalig zijn.
