Het stenen tijdperk van de seventies

 

De sixties begon met radio Luxemburg Pat Boon, Cliff Richard , Elvis Presley en Chuck Berry en eindigde zo’n beetje met het  Flower Power tijdperk. Toen begon het decennium van de  lange haren, snorren en bakkebaarden, David Bowie, de Glitter Rock, Genesis, Jack Jersey en de Symfonische Rock.

De seventies eindigden weer in de periode van de Punk, Iggy Pop en the Sex Pistols.

 

In de 10 tussenliggende jaren van de Flower Power tot de Punk , dus van mijn 17e tot mijn 27e jaar,speelt een belangrijke periode van mijn jeugdjaren zich af. Jaren van de middelbare school, stappen, Nederland 3 in Kwintsheul, mijn militaire dienst in Duitsland,verhuizen naar de grote stad, demonstreren, studentenstakingen, popfestivals, studeren.

De jaren van het jongetje, dat op zijn 17e jaar pas voor het eerst van zijn leven in een gemengde klas terecht kwam tot de tijd van de grote anti -kruisraketdemonstraties in Amsterdam en Den Haag. De jongen die in 1980 tijdens rellen, op de dag van de kroning van Beatrix, op het Rokin midden tussen de vechtende partijen  terecht kwam. Dat waren enerzijds de demonstranten tegen de kroning van Beatrix en daar tegenover de massaal aanwezige M.E. Heel Amsterdam was die dagen in een verhoogde staat van paraatheid gebracht, al weken waren er overal in de stad leuzen gekalkt als ‘Geen woning, geen kroning’. Ik had over die kroning zelf niet zo’n uitgesproken negatieve mening, ze zat mij niet in de weg en heb dan ook geen steen uit de straat getrokken. Ik heb wel voortdurend staan springen om de stenen te ontwijken die uit de koers waren geraakt. Ik was gefascineerd door het slagveld waar ik in verzeild was geraakt. Ik had me uit de voeten kunnen maken maar ik wilde niet weg, wat gebeurde daar in godsnaam. Dat hadden wij niet in Poeldijk, dit was nog eens wat anders dan koekhappen en zakkenlopen.

Ik zag, ondanks het geweld,  dat de demonstranten er een enorme grote lol in hadden en ook voor elkaar flink stonden te doen. Ze hadden het jaar ervoor, als kraakbeweging , al veel ervaring opgedaan in veldslagen met de M.E. tijdens de ontruiming van kraakpanden.

Maar met mijn praktische Westlandse achtergrond vond ik het toch een geldverspillende baldadigheid en vond ik het eigenlijk niet kunnen. Ik kon dan wel de hippie, of wat dan ook, uit willen hangen maar als puntje bij paaltje kwam was ik toch altijd weer een nuchtere Westlander.

De seventies hebben me ook voor een belangrijk deel gevormd. Veel dingen waren voor het eerst, de avonturen, de vriendinnetjes, het echte uitgaan, jointjes roken, mijn culturele belangstelling, het reizen, het Westland achter me laten, eindelijk vrij zijn, zo voelde dat, ik wilde weg en wilde leven, ik wilde het allemaal meemaken.

Wanneer je dat decennium op plaatjes ziet dan geeft dat een typisch sfeerbeeld. De kleuren oranje, donkerbruin, gifgroen, paars en bordeaux rood waren veel voorkomende kleuren in de woning. Pitrietenmatten op de vloer, een paar bakken met papyrusplanten, citroenplanten en macrame-werkjes voor de ramen. En waar kwamen in Godsnaam opeens al de letterbakken vandaan die vol werden gezet met kleine prullaria? Nu waren we in het Westland toch wel van de verse bloemen, chrysanten en anjers enzo, maar opeens zag je overal droogboeketten van ‘Dille en Kamille’ of de ‘Xenos’ langs de muur en voor de ramen hangen. Daar werden de tuinders natuurlijk ook niet blij van. En die boeketten die konden toch een tijd meegaan, dat hield je niet voor mogelijk.. De jaren van de zitkuil met de bielzen. Zelf  had ik, toen ik op kamers ging,  bijvoorbeeld een aantal bollen-kisten  op elkaar gestapeld als wandmeubel en mijn zitbank had ik van het grofvuil, langs de straat, weggesleept. Een doek erover en ik zat er weer knappies bij. En natuurlijk op de zondagavonden met vrienden kijken naar het avondje VPRO met  het Simplistisch Verbond van Koot en Bie en ‘Het gat van Nederland’

Dit alles met een aroma van wierookstokjes, kruidenthee, met op de achtergrond de muziek van Roxy Music, Iron Butterfly of Neil Young, weet je wel?

 

De feestjes speelden zich ook in die sfeer af. Dan zaten op de grond en discussieerden  zwaar over de politiek en de oorlog in Vietnam ondertussen lurkend aan de rose of de wat goedkopere pinard. Veel shaggies rokend natuurlijk, want dat was toen nog niet zo ongezond. Dansen was niet cool. Onze vriendinnen droegen omajurken met zwarte maillots en sandalen of zelfs klompen, dat was alternatief, met een band in het haar en reden op hun omafiets. Het waren de beginjaren van de vrouwenemancipatiegolf, Dolle Mina, Baas in eigen Buik. Het was in onze wat linksachtig georiënteerde vriendenkring niet zo gewenst om vrouw-onvriendelijk gedrag te vertonen. Helaas hield dat in dat je niet zo opzichtig achter een vrouw aan kon zitten.

Naar vrouwen fluiten op straat dat was al doodzonde. Ik kan me nog herinneren dat er in de kroeg nogal eens verontwaardigd werd gedaan over het fluitgedrag van bouwvakkers of stratenmakers. Hoe durfden ze, de ‘onderdrukkers’. Ik stond dan vrouwvriendelijk mee te papagaaien maar in mijn achterhoofd dacht ik dan: “ Ik begrijp ze wel,want je bent gewoon echt een lekker ding”, maar ik kreeg het natuurlijk mijn bek niet uit. Alles moest kunnen nietwaar? Nou, niet dus. Zelfs vrijheid was toen aan ongeschreven strenge regels gebonden. In de sixties begon er al wat meer te kunnen en in de seventies moest opeens alles kunnen. Dat gaf  toch vaak een geforceerd gevoel.

Wilde je meedoen en niet als rechts of conservatief beschouwd worden dan hield je dat voor je. Beschouw dat maar als de politieke correctheid zoals die later nog zo lang is blijven hangen.

 

Persoonlijk vond ik die omajurken en die zwarte maillots, klompen of sandalen en omafietsen natuurlijk van een enorme tuttigheid, daar werd ome Jan  nou niet echt opgewonden van. Maar ik heb er toentertijd niet voor uit durven komen. Ik was al blij dat ik ergens bij hoorde en ik denk niet dat ik daar de enige in was.

 

Tegen het einde van de seventies begon de sfeer flink te veranderen, de muziek werd ruiger en de hippiesfeer liep op zijn eind. Ik had mijn studie achter de rug en besloot met een kameraad met de fiets de wijde wereld in te trekken. Voordat ik aan de bak moest eerst nog even dat vrijheidsgevoel echt beleven, door van dag tot dag te leven op

’s Herens  vrije wegen. Een half jaar weg uit dit land en maar zien waar we zouden belanden.  En de lange haren voor mannen? Dat zou nooit meer verdwijnen dat was een verworven recht. Ja, dat dachten we. Maar we dachten zoveel. We wisten echter nog amper wat een computer was. Digitaal gezien was het nog het stenen tijdperk. Wat stond ons allemaal nog te wachten.

 

Terug naar de index van Jan