Weet je nog...?

 

De 'spruiten' uit de Jan Ool !

Ik ben van het bouwjaar 1963. Zoon van Jan Witkamp en Gerda Witkamp-Slieker en uit een gezin van zes kinderen. Ik ben geboren in in de “Jan Olierookstraat” op nummer 43 van de oude huizen die er nu niet meer staan. Deze zijn inmiddels vervangen door nieuwbouw.

Als jongste en nakomertje, ben ik in mijn jeugd flink in de watten gelegd door mijn oudere broers en zussen, die het maar wat leuk vonden zo’n klein broertje erbij. Mijn oudste broer Gerard is immers 16 jaar ouder dan ik en mijn jongste zus Ineke meer dan 6 jaar ouder. Ze noemde ons “Spruiten” omdat het merendeel van de Witkampen in Poeldijk kleine mensen waren. Mijn vader Jan was een uitzondering, want die was de langste thuis in het gezin van Opa Gerrit en ik ben zelf met mijn 1,90 meter nou ook niet echt een “spruit” te noemen. Maar ja, als je een bijnaam had, dan hield je die in de Poelluk, ook al zou je 2,20 meter worden.

 

Ik vond de “Jan Olierookstraat” altijd een warme en gezellige straat. Je kon er in ieder geval lekker spelen, maar ook achter ons huis kon je door de tuin naar de “A.J. van Reststraat” waar veel van mijn vriendjes woonden. Daar zat ik ook het meest. Altijd rondom de sloot bij het weiland van Koos Helderman en natuurlijk vlotje trappen, kikkers vangen en vissen.

 

 's Middags gingen we vaak voetballen op het schoolplein van de huishoudschool. Samen met de broers Ronald en John Greve, Johan Klei, Ruud van Dijk en Rudy Rodenrijs. Paaltjesvoetbal met bakstenen was favoriet. Later gingen we ook hutten bouwen. Eerst tussen de huishoudschool en het tuintje van Greve in, later aan de andere kant op het veldje tegenover de familie van der Klei, waar nu de kinderboerderij staat.

Het was een ongedwongen tijd tot aan mij 13e ongeveer. Toen maakte we kennis met brommers en gingen we eerst crossen op het land van Boer Helderman. Boer Koos vond dat maar niks, want volgens mij werd de melk van de geschrokken koeien zuur. We zijn toen maar uitgeweken naar het terrein van “Veiling-Noord” aan het einde van de “Arckelweg”. Daar reed ik altijd met de brommer van mijn zus Joke, een groene Batavus die we een klein beetje hadden opgevoerd. Iedereen vond dat wel grappig die jonge gasten op die brommertjes. We hadden er een paar zodat we een wedstrijdje konden doen. Jos van Elswijk (het jongere broertje van Marcel) en Erwin van Krieken, gingen dan ook altijd mee. Maar ja, het moest een keer fout gaan en op een warme zomerdag in 1976 reed ik mezelf totaal te pletter op de auto van ene mijnheer Troost die een exportbedrijfje had op “Veiling-Noord”. Bovenbeen gebroken, knieschijf gebroken, zware littekens bij mijn linker oog en drie maanden het ziekenhuis in. Dat was een fikse streep door de rekening, die me later wel in een richting hebben gebracht die ik vooraf niet had kunnen voorspellen. Ik heb nog zowat een jaar op krukken gelopen, maar ging wel door met spelen. Alle vriendjes in de buurt waren er aan gewend dat die krukken altijd meegingen.

     

 

Tot aan de tijd dat ik verkering kreeg, ben ik bevriend geweest met Ruud van Dijk uit de “A.J. van Reststraat” Ik geloof dat hij uiteindelijk in Zeeland terecht is gekomen. Ik ben zelf in Poeldijk gebleven en ben daar nog steeds niet weg te slaan. Inmiddels heb ik zelf twee zoontjes. Leroy van 11 jaar en Jeffrey van 9 jaar. Ik merk dat zij ook honkvast zijn en het veel te gezellig vinden in de Poelluk. Ik heb ooit eens voor de gein gezegd dat we naar een huis in De Lier zouden verhuizen en toen was er gelijk paniek in de tent, dus dat hebben we maar niet gedaan. Inmiddels rommel ik nog wat in de lokale Westlandse politiek, want ik vind wel dat mijn zoontjes in net zo’n fijne omgeving

 moeten opgroeien zoals ik dat heb kunnen doen. Dus daar steek ik een aantal jaren m’n nek voor uit. Inmiddels is er veel veranderd in ons oude dorp. Zo woonden mijn ouders tot 1991 in de “Jan Olierookstraat” en zijn daarna verhuisd naar de bejaardenaanleunwoningen van de “Gantelhof” aan de “Rijsenburgerweg”. Mijn vader is helaas op 24 januari jl overleden zodat mijn moeder er nu nog allen woont. Maar veel mensen zullen hem nog wel herinneren van het rondbrengen van de krant “Het Binnenhof” waar we jaren het agentschap van hebben gehad en waar al mijn broers en zussen de krant voor hebben rondgebracht. Ik woon nu zelf in de “De Backerstaat”  hemelsbreed een paar honderd meter van mijn geboortegrond vandaan. En het voelt nog steeds goed. Poeldijk is ondanks de invasie van veel Hagenaars nog gewoon het Westlandse dorp gebleven en ik hoop dat het ook nog heel lang zo blijft. Ik zal later nog wel eens een verhaal vertellen over vroeger en de dingen die we in de Poelluk hebben meegemaakt.

 

John Witkamp

 Wil je reageren op dit verhaal... klik hier: