Op de koffie bij.. .. Ton van Lier

 

Woensdag 11 juli 2007 hadden we een afspraak bij Ton van Lier. Wij dachten dat hij veel te vertellen
had voor de rubriek ''op de koffie bij'' en daar zijn we niet in teleurgesteld. Want vertellen kon hij.. we hebben ons in ieder geval geen moment verveeld. 'Eerst een kopje koffie', zei hij 'en kom dan maar op met jullie vragen'.
We kregen er een heerlijk stuk appelgebak bij die, zo zei hij, door hem zelf was gebakken.
Dat is niet het enige wat hij deed, want met enige trots vertelde hij dat hij het huishouden nog helemaal zelf doet. We kregen meteen een heel verhaal te horen over het wassen van de vitrage.
Tijdens het gesprek dwaalden onze blikken ook naar de tuin. Prachtig, we hadden nog nooit zoveel Fucia's bij elkaar gezien. De een nog groter en mooier dan de ander. Allemaal zelf gekweekt! Onze complimenten hoor.
Ondertussen bekeken wij wat foto's aan de muur, want wij zijn natuurlijk wel nieuwsgierig. Ook daar kregen wij uitvoerig uitleg bij.
Hij vertelde dat hij al zijn herinneringen aan het opschrijven was en dat het bijna een heel boekwerk was geworden. Zo kon het gebeuren dat hij bij een vraag van ons zijn laptop pakte en even in zijn verhaal (verleden) dook. Hij heeft een ijzeren geheugen gezien het feit dat hij alles in details heeft opgeschreven. 

Waar bent u geboren en waar heeft u uw jeugd doorgebracht?

Ik geboren in de Sportlaan, nu Jan Olierookstraat, op nr 41 op 8 december 1930. Mijn vader was Anthonius van Lier-, mijn moeder Adriana Zuiderwijk. Na mij werden nog 5 broers en 6 zusters geboren; Piet †, Annie, Lida, Sjaak † Jan, Wil, Riet, Ben, Bep, Plony † en Nico.
Na een korte tijd in de Sportlaan gewoond te hebben zijn we verhuisd naar de Voorstraat, boven de kruidenierswinkel van de Coóp Ons Doel (Haka merknaam ).
Dit verhuizen is waarschijnlijk geweest omdat de huur in de Sportlaan te hoog was. Het was immers crisistijd. In de Voorstraat hebben we niet lang gewoond, Piet is daar geboren en het werd daarom te klein. Moeder –naar haar verhalen- had ook veel moeite om mij in het gareel te houden. Ze vertelde, dat ik bij onbewaakte ogenblikken van alles uitspookte. Ik kroop in het theekastje. Een kastje met veel glas en glazen deurtjes zo tussen de kopjes en schoteltjes. Op de overloop stond het H.Hartbeeld op een klein tafeltje. Ook de kinderwagen stond daar. Op een keer had ik dat beeld in de kinderwagen gelegd en was er mee gaan rijden, tot aan de trap……..Onze Lieve Heer donderde met kinderwagen en al zo naar beneden .
We verhuisden naar de Sutoriusstraat 47. Daar had ik meer speelruimte. In dat huis beginnen mijn eerste herinneringen.
Tussen de achterkant Sutoriusstraat en achterkant Sportlaan was een zeer breed pad “de sloot” noemden we dat. Later is die versmald. Daar speelden we. In de Sportlaan stonden veel huizen leeg ,er was speelruimte genoeg en vriendjes ook. Om er wat te noemen van ongeveer mijn leeftijd; Gerard Lipman, Jan Cornel, Niek Veerkamp
Koos Krouwer, Bert Greeve, Sjaak Albregts. Ook meisjes speelden met ons. Op jonge leeftijd zijn er twee meisjes overleden Rietje Greeve (8 jaar) en Annie Krouwer (9 jaar) kort achter elkaar. Dat maakte een enorme indruk op de buurt.
Van andere buurten kwamen er ook kinderen op de “sloot” spelen. Er waren verschillende poorten tussen de huizen. In de Sutoriusstraat de poort van Lipman,de poort van Vloetman en in de Sportlaan de poort van Kouwenhoven, deze was overdekt dus fijn als het regende. Wij woonden dus in de poort van Lipman.
Het huis in de Sutoriusstraat was zeer vochtig. De WC (plee) stonk door het hele huis. In de Sportlaan stonden toen veel huizen leeg . Dus weer verhuizen. Het werd Sportlaan 58. Augustus 1937. Voor mij veranderde niets het was de zelfde buurt. Het was daar prettig wonen een echte WC ,mooie keuken en een betere trap naar boven.

 

Wat was uw beroep en sinds wanneer oefende u dit uit?

Hebben jullie even, want ik heb heel veel dingen gedaan in mijn leven!
Teveel om hier allemaal op te schrijven,koeien melken, druiven krenten,, bieten uitdunnen en schoffelen. Maar ook karnen en helpen bij het kaas maken.
Eind 1943 huurde Piet van Vliet een klein boerderijtje aan de Middelbroekweg in Honselersdijk. Er zaten wat varkens en een stamboek dekbeer. Bijna elke dag ging ik op de fiets die beesten voeren. Ik had net fietsen geleerd,
was te bang om over het Poeldijksepad te gaan reed daarom over de Nieuweweg naar Honselersdijk.
Wat later vroeg Ome Jo Zuiderwijk of ik bij van Paassen in de tuin zou willen werken. Dat ben ik gaan doen. Het beviel me niet. Ik moest bloemkool stronken uitsteken in een bloedhete kas. Ben toen weggelopen. Door Bernhard Jansen (uit Kwintsheul) werd ik gevraagd om voor Mevr. Spitser melk te gaan bezorgen.Ik kreeg een bakfiets met houten wielen (behalve de achterband) en kreeg de wijk Nieuwe weg. Voor het Poeldijksepad en de Plaats had ik een transport fiets.
Daarna Bernard Jansen helpen in dorp. Ook heb ik nog op de tuin samen met mijn vader bij de zusters in Monster gewerkt. Bij Rein Bot tabaksbladeren kerven en toen Piet van Vliet met een verbrijzelde been in het ziekenhuis kwam te liggen, ben ik daar weer koeien gaan melken.
In augustus 1947 had ik er opeens genoeg van dat boerenknechtje zijn. Op een zaterdagavond zat ik in de bus uit De Lier toen de conductrice bij mij kwam zitten en al pratende zei ze 'Kom bij ons werken'! Dat leek me wel wat.
In die komende week leerde ik alle sectie grenzen (vijftig ) uit mijn hoofd. Die conductrice had gezegd dat dat het moeilijkste zou zijn. Ik gaan solliciteren.
Ik kon direct beginnen en moest de formulieren even invullen en de voorwaarden werden me verteld. Je moest b.v. 0,8 cent per passagier aan de chauffeur afstaan. Fooi gehad of niet. Later werd dat verhoogd tot 0,1 cent.
Toen hij bij het invullen de geboorte data vroeg schrok hij wat. 'Je bent veel te jong'... Ik mezelf verdedigen. "Ik ken alle secties en ben in het Westland bekend". Nee hoor, het gaat niet door. Ik had dus geen werk. 's Avonds stond er een chauffeur aan de deur, of ik de volgende ochtend toch wilde komen. Loon f 9 – per week en een uniform. Kreeg een tas, kaarten, tang en wisselgeld en werd op de lijn Den Haag - Hoek van Holland gezet. Het was een verbouwde leger truc G.M.C. een opstap balkon en binnen vier lange banken. Ik vond het een pracht job. Er reden nog een paar vooroorlogse oude bussen. Ik moest dan, als ik de kaartjes verkocht had de versnellingspook in zijn versnelling houden omdat hij er steeds uitsprong. Er was niet veel goed bus materiaal. Naast de oude bussen,
wat omgebouwde legerauto’s , zes of acht trekkers met oplegger. Daarin werden dik honderd mensen in geperst. Het was altijd druk en moesten veel mensen laten staan bij de haltes. Er kwamen in het najaar van 1947 heel mooie nieuwe bussen met 48 zit- en 15 staanplaatsen. Heerlijk om daar op te conducteur te zijn.
Maar zo als altijd aan goede dingen komt ook een eind. De bussen werden omgebouwd voor één mans bediening er kwam een voor instapdeur bij.
De directeur riep mij bij zich en zei dat hij een leuk baantje voor me had. Ik werd negentien jaar en kon poetser worden nachts in de garage, want om buschauffeur te worden moet je drie en twintig jaar zijn.
Zodra ik die leeftijd had, mocht ik meteen terug komen. Ik heb bij de W.S.M. gewerkt van 11 augustus
1947 t/m 16 november 1949.

Verder nog bij Albert Hein gewerkt en toen een oproep voor militaire dienst. Na mijn diensttijd ben ik gaan solliciteren, bij de melkfabrieken in de buurt Naaldwijk Delfland, Loosduinen De Sierkan, Den Haag Leerdam en van Grieken. Overal een 'nee, misschien in het voorjaar of zomer'. Dan maar proberen bij de Laboratoria van de ( ik had
toch wat geleerd in de scheikunde) Delftse Calvé en Gist en Spiritus fabrieken. Nop. Zelfs met een getuigschrift en aanbeveling van de kampcommandant , het mocht niet baten. Ik ben toen bij Martien Zwinkels( M.A.G) aan de Middelbroekweg gaan spitten.
Op 27 februari 1952 werd ik aangesteld als 2e Melkontvanger. Heel zwaar werk. Daarna nog bij andere melkbedrijven in Loosduinen en Naaldwijk werkzaam geweest.
 Op 11 november 1960 ging ik bij V&D werken in het magazijn levensmiddelen .Ging daar wel minder verdienen. Maar ze zeiden dat je hier wel doorgroei mogelijk heden had. Ik ben tot aan mijn V.U.T leeftijd bij V&D blijven werken in verschillende functie's en locatie's.

Hoe zag een normale werkdag er uit?

Ik beschrijf de dag van tweede melkontvanger.
's Morgens na wat schoonmaak werkzaamheden moest je de boel in gereedheid brengen voor de ontvangst van melk. Die werd aangevoerd in bussen van 40 liter. Je moest ze legen in een bascule. Iedere boer zijn melk werd dan gewogen en een monster van genomen.
Dan trok je de klep open en stroomde de melk in een vijf duizend liter bak waarna de melk gecentrifugeerd, gepasteuriseerd en gestandaardiseerd wordt. Er werd in ploegendienst gewerkt: 's morgens dienst van vijf tot twee en avond dienst van twee tot het werk klaar was. Officieel tot tien uur maar het werd soms wel een uur. Altijd op de fiets door weer en wind. Omdat ik tweede man was moest ik steeds invallen in andere diensten. Zij namen altijd vrij op zaterdag of op maandag ochtend je moest dan des nachts om twaalf uur beginnen.

Welk plekje in Poeldijk is u het dierbaarst?

Dat is toch wel de kerk, zei Ton. Daar is mijn huwelijk ingezegend op 3 Februari 1961. Mijn kinderen zijn daar gedoopt en daar was uitvaartmis van Netty, mijn vrouw.

Weet u nog een leuke anekdote uit uw jeugd?

Ja hoor , ik weet er wel een:
Wij mochten achter het huis spitten en graven. Zo groef ik eens een diepe kuil met de kolenschop in de hoek van het tuintje tegen de buren van Dijk . Opeens….. rolden er eierenkolen de kuil in. Ik holde het huis in en riep naar mijn moeder: "Ik heb een eierenkolenmijn in de tuin gevonden !!!" Het bleken eieren kolen van de buren te zijn.
En nog een:
Op een zondag 1937 of 38 was er op het weiland bij het patronaatsgebouw een groot kerkelijk feest met veel bruidjes. “De Graal”, Congregaties en ik weet niet al wat waren erbij..Er was een z.g. Plechtig Lof . Het was een hele Manifestatie .Er werd gebeden gezongen en gepreekt en er was een processie. Ik mocht daar niet komen.
Thuis blijven en me vervelen. Ik had een ouderwetse grammofoon- radio- hoorn . Tijdens dat feest bij de preek lag ik op bed met die hoorn uit het openstaande raam boven op bed door die hoorn keihard boe te roepen. Dat geluid werd enorm versterkt. Mijn moeder die bij de plechtigheden was, hoorde dat ook .Ze dacht, dat doen zeker die
Protestanten die kunnen dat feest niet hebben. Iedereen ergerde zich. Toen het afgelopen was en moeder dichter bij huis kwam, merkte ze dat ik het was.
Wat er toen gebeurde weet ik niet meer. Maar het voorval weet ik nog of het gisteren was.


Wat zijn uw hobby's?

Ik fiets graag,ik maak meer kilometers op de fiets dan in de auto. Ik houd van klassieke muziek, en bridgen. Maar twee hobby's steken daar bovenuit en dat zijn natuurlijk zijn fuchcias!
In het voorjaar van 1986 zei Ton: Pa ik heb een tuin gekocht. Hij had al meer gezegd dat hij wil voor zich zelf wilde beginnen. Netty en ik waren trots. Met september kon hij er op aan het werk. Hij wilde trosanjers gaan telen. In het begin ging ik in mijn vrije tijd helpen de tuin voor de anjerteelt in orde te maken. De verwarming moest verlegd worden. Steun materiaal geplaatst en er moest gepoot worden. Toen alles gepoot was bleef er een half warenhuis kapje over. Vroeg aan hem of ik daar wat mocht gaan hobbyen. Goed zei hij: de anjers trekken daar toch krom. Ik had thuis een stuk of zes verschillende fuchsia’s die wilde ik overhouden. In het voorjaar van 87 heb ik bij een kwekerij 150 verschillende gestekte plantjes bijgekocht . Daar weer stekjes van gesneden. Planten die ik over hield (eerst gaf ik ze weg) verkocht ik voor een zacht prijsje. Je moest toch bloempotten en potgrond kopen. Ik had daar een kweektafel van 30 vierkante meter. Aan die hobby veel plezier beleefd.

De andere hobby mag ik van Ton geen hobby noemen maar een grote interesse! En dat is de tweede
wereldoorlog. Hij neemt ons mee naar boven en laat ons een kamertje zien met wel honderden boeken over de tweede wereldoorlog. Indrukwekkend om te zien wat hij daar allemaal heeft staan. En ook allemaal gerangschikt en genummerd, zodat hij makkelijk iets terug kan vinden. Hoe die interesse is ontstaan komt weer in een speciale aflevering over de oorlog in de rubriek 'Weet je nog' en dan bij de special 'Poeldijk in de oorlogsjaren'.

Dan doet Ton nog vrijwilligerswerk in het gemeentearchief in Naaldwijk. Hij vertelt daar het volgende over:
In 2003 werd mij door Quirien Van Vliet (Contrans) gevraagd om wat te vertellen van de begin periode van het bedrijf. Men wilde t.g.v. het 60 jarig bestaan van het bedrijf een boek uitgeven. Dat zou door iemand geschreven en samengesteld worden. Dat leek mij wel leuk. Die iemand was, Peters Smit van het Historisch Archief Westland. Ik kende hem al omdat ik wel eens om informatie had gevraagd over de Tweede wereld oorlog. Een hernieuwde kennismaking. Het boek kwam in oktober 2004 uit.


 

In 2005 is het plan opgekomen bij de K.B.O. om de 60 jarige herdenking van de bevrijding te “Gedenken en te Vieren” dat was ook het motto van die thema middag. Men had ons gezegd dat er in het historisch archief een boekje zou zijn over de bevrijdingsfeesten in Poeldijk. Ik ben daar gaan vragen. Er was wel wat, maar niet
wat we zochten. Peter Smit vroeg: Zou je hier vrijwilligerswerk willen doen. We hebben een paar dozen met oorlogsverzamelingen zei hij, zou je dat willen archiveren? Een nummer geven en het in een zoek programma willen zetten in de computer. Dat leek mij wel iets en er ook direct mee begonnen. Van toen af werkte ik op het “Historisch Archief Westland” in het gemeentehuis te Naaldwijk.
Op 14 juni 2007 hebben de vrijwilligers van het Historisch archief Westland de Loftrompet gewonnen. Bijzonder leuk. Het archief zou niet bestaan zonder de vrijwilligers.

 

 



Het is al vrij laat als wij uiteindelijk naar huis gaan. De avond is omgevlogen en met heel veel informatie nemen we afscheid van Ton. We hadden nog veel langer door kunnen praten met hem,dat weet ik zeker. Maar voor vanavond was het wel voldoende. Bedankt Ton voor je gastvrijheid en je boeiende verhalen.

Ton heeft heel veel herinneringen opgeschreven en dat is bijna een boekwerk geworden. Marianne en ik hebben het al mogen lezen en zeker omdat Ton zoveel details weet, is het geheel boeiend en toch luchtig om te lezen. Daarom heb ik met Ton afgesproken dat ik het in delen op de website ga publiceren, voor de liefhebbers. Zeker de mensen van de generatie van Ton, zullen veel herkennen. De oudere jongeren en daaronder kunnen veel leren over vervlogen tijden ...We wachten op het eerste deel van Ton.

 

Inmiddels is het boek klaar en in zijn geheel te lezen op de website.