Na de bevrijding; afrekening en herstellen.

Militair Gezag ( M.G.)

Zodra Nederland bevrijd zou zijn van de Duitsers, moest er weer een goed landsbestuur komen. In Amerika en Engeland waren door die landen scholen opgericht (School for Military Gouvernement ) die hun mensen daar opleidden om met door hun legers bevrijde gebieden mee op te trekken om in die gebieden het burgerlijk bestuur over te nemen. ( Civil Affairs Officers ).De Nederlandse Regering in Londen wilde dat bestuur zelf ter hand nemen, zij het onder het bevel van de geallieerde militaire bevelhebbers. Zij stelde een Commissie in “ Bureau Voorbereiding Terugkeer” In Londen rekende de Regering dat Nederland een langdurig militairoperatie gebied zou zijn, gezien de goede structuur om het land te verdedigen. De Duitsers zouden -dacht de regering in Londen- Nederland niet zomaar prijsgeven. Nadat het land geheel bevrijd  zou zijn, zou Nederland  lange tijd met geallieerde bestuurders te doen hebben. De Nederlandse Regering heeft daarom bij Koninklijk besluit het apparaat “Militair Gezag” ingesteld. Daarbij een besluit van “Bijzondere Staat van Beleg “.Door dat “Bijzondere” werd de militaire macht wat ingeperkt. Er was veel kritiek op een “Staat van Beleg” waar een bevelhebber veel macht heeft wat meestal gebruikelijk is tijdens oorlog en nood situaties, b.v. In de Meidagen 1940.

De Bijzondere Staat van Beleg heeft geduurd van 19 september 1944 tot 4 maart 1946. De Regering in Londen had daar geen 1e en 2e kamer ter controle van haar werk. Er werden daar “Koninklijke Besluiten” genomen.

Voor hun beleid is na de oorlog door een Enquêtecommissie onderzoek naar het beleid gedaan en verantwoording afgelegd.

De ondergrondse bewegingen vooral de O.D.( Orde Dienst)  wilden in het vacuüm tussen vertrek van de Duitsers en de vorming van een nieuwe Regering het bestuur van Nederland overnemen. Dat was steeds haar doelstelling geweest. Daarover was verschil van mening. Het was wel de wens van de Koningin dat het ondergronds verzet een belangrijke plaats in het opnieuw op te bouwen Nederland zou innemen.

Als chef-staf werd benoemd de overste en tot generaal bevorderde Mr. H.J. Kruls. Veel liep anders dan door de Regering was voorzien. Nederland werd niet in een keer bevrijd. Van af half september woedde een felle strijd in het Zuiden van Nederland. Na de mislukte vorming van een “corridor” met een aanval van uit België en luchtlandingen nabij Eindhoven, Nijmegen en Arnhem om zo over de Rijn bij Arnhem, Duitsland binnen te vallen en naar Berlijn op te rukken, viel het front zo goed als stil. Bijna heel Limburg ( tot aan de westelijke oever van de Maas), Brabant op kleine pockets na en Zeeland werd toen in september/november wel bevrijd.

Het M.G. gezag vestigde zich10 september 1944 in Brussel. Daarna verplaatst op 9 april 1945 naar Breda en naar Den Haag op 8 mei 1945.

Het M.G. had veel taken. Zoals het uitvoeren van het Zuiverings Besluit. Het 1e Besluit Bestuurs voorziening, het Buitengewoon Politie Besluit, het 2e Besluit Bestuursvoorziening. Het M.G. kon bindende voorschriften voorschrijven aan alle burgerlijke gezagsorganen, vorderingen opleggen, censuur op poststukken, huiszoekingen doen, werkkrachten en militairen op roepen. Om maar een paar voorbeelden te noemen

Zij werd geplaatst voor zeer grote problemen. Nederland was nog niet geheel bevrijd. In de maanden oktober en november was in het zuiden ook gebrek aan voedsel. Na bevrijding van Antwerpen en het Zeeuwse eiland Walcheren - dat zo goed als geheel onder water stond - was eind november de Schelde vrij en kon men de haven van Antwerpen met schepen te bereiken en kon de aanvoer van goederen op gang komen. Daar vóór moest alles van uit Normandië in Frankrijk komen.

Oorlogsschade

 Er was door oorlogsgeweld veel vernield en moest weer hersteld worden. Dr L. de Jong schrijft; het was een”Toegetakeld land “ Veel was onherstelbaar vernield. Enige cijfers: (over geheel Nederland): totaal vernield werden 90.000 woningen, 14.000 boerderijen, 1500 scholen, 900 kerken, 250 ziekenhuizen en 390.000 woningen licht tot zwaar beschadigd. 260.000 ha land stond onder water, waarvan 80.000 ha met zout water. 900 Grote en kleine verkeersbruggen en 180 spoorbruggen waren vernield. Van de grote spoorbruggen was op drie na, alles vernield. (De Duitsers hadden deze nodig). Van de transportmiddelen was sinds mei 1940 weinig meer over. Nog maar 20.000 van de 48.000 vrachtauto’s, zij het in zeer slechte staat. Van de 20.000 binnenschepen nog 1.000. Van 28.000 spoorwagons waren er nog 4000 over. Van de diesel en diesel- elektrisch locomotieven was er niets meer. 750 km geëlektrificeerd spoor was geroofd. Havenkaden waren vernield. In de grote vaarkanalen Noordzeekanaal en Nieuwe Waterweg hadden de Duitsers acht schepen als blokkade laten zinken, daardoor bijna geen doorvaart.

Veel is in de laatste maanden van 1944 geroofd door de Duitsers. Naast huisraad bij Joodse mensen die gedeporteerd waren en in Arnhem die geëvacueerd waren, zijn veel fabrieksmachines geroofd. Ook zijn koeien, varkens en paarden geroofd

 Ontheemden, evacueerden, terug kerende en de opvang

Tienduizenden mensen die zowel door de Duitsers als door de geallieerden voor oorlogshandelingen geëvacueerd waren, wilden weer naar hun huis terug. Veel van die huizen hadden schade, of hun huis was helemaal kapot. De grenzen moesten worden bewaakt. Er kwamen zeer veel mensen uit Europa’s bevrijde landen - in Duitsland tewerkgestelden en uit kampen- en landen als België en Frankrijk en vluchtelingen naar het bevrijde gebied. Wel honderdduizenden, die aan de grens werden opgevangen, gescreend, (er waren ook foute bij) gecontroleerd op besmettelijke ziekten, ontluisd en ingeschreven, voorzien van wat kleding, legering, eten en indien mogelijk verder getransporteerd. Er moesten mensen worden geworven voor die taken. Die kregen meestal  een militair uniform.

Zuivering van Bestuursapparaten

Het lagere bestuursapparaat moest worden gezuiverd.: de burgemeesters, gemeenteraden en andere overheidorganen evenals  de Politie. De”Foute” mensen moesten opgespoord worden en gevangen gezet. De B.S. was er al mee begonnen maar die taak lag in feite bij het M.G. ( later kreeg de B.S officieel toestemming ) Overheid organen zoals P.T.T. Post en Telefoon, Brandweer, Scholen, Openbaar vervoer, Waterschappen moesten opgestart worden en van het nodige voorzien. Kolenmijnen moesten zo snel mogelijk op grote schaal produceren voor de komende winter (van uit het Zuiden naar het Noorden was er in 1944 nog geen aanvoer) en de energievoorziening (elektriciteit en gas)moest gaan draaien. Een kwam een radio zender “Herrijzend Nederland “.  Het M.G. kreeg veel steun van de geallieerden. Zoals uniformen, auto’s en benzine. Zij hielpen bij het bevaarbaar maken van de kanalen en herstel van bruggen en spoorwegen. En het aanvoeren van goederen en levensmiddelen die door de Nederlandse Regering in Engeland, in Amerika, Canada en andere landen waren ingekocht. Er waren weinig schepen in Nederland. De Nederlandse koopvaardij schepen stonden ( Er was een vaarplicht ) de gehele oorlog onder bevel van de geallieerden en dienden voor oorlogvoering. Daarom moest gebedeld worden om scheepsruimte. Door het geallieerde opperbevel is zo ver zij konden ruim geholpen. Er werd een omvangrijke organisatie opgezet voor de hongerende provincies in het Westen; voedsel opgeslagen en medische colonnes gevormd, om direct naar Noordelijke provincies op te trekken als de bevrijding daar ook een feit was. Toen 5 mei 1945 de Duitsers in Nederland capituleerden kwamen er  weer veel en andere problemen. Een enorme opdracht.!!

Mensen

Dan nog de mensen zelf. Niet alleen de bevrijde mensen maar ook de ontheemden                                  ( Displacet  Persons ). Blijdschap, werd bij vele bevrijde Nederlanders, overschaduwd door dat men lange tijd niets meer van die ontheemden had gehoord. Men hoopte toch zo gauw een levens teken  van hen krijgen. Evenzo die geëvacueerd waren en ontheemden, zij die familie in het  Zuiden hadden. In kampen of gevangenissen. Familie in Nederlands Indië ,op zee of waar ook; zij wisten niet hoe het thuis was.  Men was in het ongewisse. Bijna een vijfde van de Nederlandse bevolking was van huis weg. Toch maar wat cijfers. 350.000 onderduikers waarvan 16.000 Joden kwamen uit hun schuilplaats. Er waren 850.000 mensen geëvacueerd als gevolg van de strijd in het zuiden en uit kustgebieden zowel door de Duitsers als door de Geallieerden. Daar komen nog eens 200.000 mensen bij  toen in de Hongerwinter meer land onderwater gezet werd ( Walcheren , de Wieringermeerpolder en de Betuwe) en nog meer gebieden elders in het land. Enige duizenden mensen op hongertocht zijnde en niet meer over de IJssel terug naar het Westen konden. Dan ongeveer 50.000 kinderen via de kerken ondergebracht in oostelijke en noordelijke provincies. Door razzia’s opgepakte en de Liese Action  (verplicht melden voor arbeid voor de bezetter van de jaargangen 1905 – 1928) najaar 1944 o.a. Rotterdam 85.000 mannen eind november 1944. Dan 250.000 mannen opgeroepen  in de loop der jaren voor de verplichte  Arbeidsinsatz  in Duitsland en Frankrijk.  Ook nog 12.000 in krijgsgevangenschap in Duitse kampen verblijvende Nederlandse militairen. 105.000  via Westerbork en Vught gedeporteerde Joden. Ook van 80.000 in Nederlands-Indië in kampen verblijvende Nederlanders had men in jaren niets gehoord. De zeelieden varende bij de Koopvaardij en Marine.  Alles bij elkaar (niet allen opgeschreven) een totaal van 1.900.000 mensen. Een vijfde van de Nederlandse bevolking. Men wist niets van elkaar. Dus een “Toegetakeld volk “schrijft  L. de Jong. Er was naast het M.G een “Dienst Repatriëring” gevormd. De dienst moest de mensen uit bevrijde concentratiekampen en gevangenissen opvangen. De dienst werd een mislukking. Zij beschikte niet over vervoersmiddelen. Slechts vier kleine auto’s. De kampen lagen diep in Duitsland sommige in door Russen bezette gebieden. Met de Russen kon men moeilijk onderhandelen.(  misschien speelde dat Nederland pas in 1942 Rusland erkend had, daarbij mee) . De gevangenen waren zeer ontevreden over de hulp die men gaf. De Regering greep in en droeg het werk over aan het M.G. Toen werden de zaken via militaire kanalen geregeld .Dat Duitsland verdeeld werd in vier bezettingszones Amerikaanse, Russische, Engelse en Franse,  gaf ook problemen.

Nieuw leger. Werving “Kort verband vrijwilligers

“Het Bureau Voorbereiding Terugkeer” B.V.T. waaruit het Militair Gezag kwam ,had ook de opdracht  tot vorming van een nieuw op te bouwen leger. “Militaire Voorbereiding Terugkeer  M.V.T”. Nederlands Indië moest van Japanners worden bevrijd. In Engeland was al de “Prinses Irene Brigade. Gevormd uit z.g. Engelandvaarders en Nederlanders uit de hele wereld. Er zijn in Engeland, Nederlandse luchtmacht Squadrons samengesteld. De marine en koopvaardij - de koopvaardij had een “Vaarplicht”- leverde de gehele oorlog al steun aan de geallieerde zaak. In het bevrijde gebied moest men van de grond af beginnen. Het plan was om te beginnen met vrijwilligers te werven. Dat zou sneller gaan dan dienstplichtigen op te roepen; daar was een heel administratief apparaat voor nodig. Vrijwilligers kon men zo inschrijven. In vele gemeenten lag ook de het bevolking register op zijn gat. Men wilde ook gebruik maken van verzetorganisaties. In augustus 1944 verzochten de verzetsorganisaties O.D., L.K.P., en R.V.V aan de regering in Londen om erkenning als geregelde strijdmacht. De eis van de Regering was; de verdere bundeling van het verzet. Prins Bernhard zou dan opperbevelhebber worden van de nieuw te vormen Binnenlandse Strijdkrachten. De Prins deelde de B.S op in Stoottroepen en Bewakingstroepen. In Stoottroepen kwamen zij ,die bereid waren vrijwillig deel te nemen aan de strijd tegen de Duitsers. Vooral leden van de L.K.P. kwamen daarvoor in aanmerking. Bewakingstroepen kwamen hoofdzakelijk uit de O.D. Het stond vast dat de B.S. maar tijdelijk zou zijn.

De Regering wilde nieuwe onderdelen oprichten binnen Landmacht en andere krijsmachtonderdelen. Men kon voor een bepaalde tijd vrijwillig dienst nemen. De toeloop overtrof alle verwachting. Er werd een Commando Limburg en een Commando Brabant gevormd. Het Commando Limburg werkte samen met de Amerikaanse legers Ze liepen patrouilles en wachtposten aan de frontlinie. In Brabant waar men in januari 1945 al 15 compagnieën gevormd had liep de samenwerking met  de Engelse legers niet zo goed.

 

Arrestaties en Rechtspraak

De B.S. was al begonnen met het arresteren van z.g. foute mensen. De eigenlijke bevoegdheid lag bij het M.G. Het M.G. verzette zich er niet tegen. Dat arresteren ging niet volgens de regels. De Regering had gezegd dat zij eerlijk berecht zouden worden. Het arresteren ging er nogal willekeurig. Men arresteerde naar eigen dunken zonder een arrestatie bevel. Als men b.v.om wat te verdienen of een hap eten aardappelen voor de Duitsers had geschild werd men opgepakt. Men had er soms zoveel opgepakt dat men niet eens wist waar men ze laten moest. Er zijn ook excessen geweest in kampen waar men de mensen opgesloten had. Later heeft men de lichte gevallen voorwaardelijk in vrijheid gesteld. De zg. kleine collaborateurs kwamen voor het een tribunaal. Er waren18 van tribunalen De zwaardere gevallen kwamen voor het Bijzondere Gerechtshof; daarvan waren er 5. Het gerechtshof kreeg ook de bevoegdheid tot het opleggen van de doodstraf.190 Doodvonnissen werden uitgesproken,18 werden voltrokken. 200 Duitsers kwamen voor de rechters. 18 Maal is de doodstraf opgelegd waarvan 5 voltrokken. Op 1 juni 1948 was de laatste uitspraak van de tribunalen.

 

Voedsel Aankoop Bureau

 Al in december 1940 heeft de Minister van Economische Zaken Steenberghe,  met de heer Stolk directeur van “Van Stolks Commissiehandel” die in mei 1940 in Amerika was en niet meer naar Nederland terug kon besprekingen gevoerd over het aankopen van voedsel en kleding. Van Stolk kreeg de opdracht om in de V.S. een bureau op te richten. Spoed was gewenst omdat men verwachte dat Amerika ook in de oorlog betrokken zou geraken , en nu nog tegen redelijke prijzen zou kunnen inkopen. Er werden ook in Zuid- Amerika en Canada goederen gekocht. Bijna alles werd in Amerika opgeslagen. In Canada het daar gekochte graan opgeslagen. Door Amerika werd dat alles goedgevonden. Op een enkele uitzondering na (Leer) werd er ook geen beroep op die voorraden gedaan. Aangekocht werd 5500 ton reuzel. Er was geen ervaring met het opslaan van lange duur met reuzel ,maar er werd met behulp van een laboratorium een procedé gevonden zodat men het minstens vijf jaar kon bewaren. Er is  200.000 ton tarwe, 80.000 ton gerst en 12.000 ton rijst gekocht. 570 ton leer,25.000 ton lijnzaad, 400.000 paar schoenen en nog veel meer. In begin 1945 kreeg het bureau op dracht om ook andere goederen te kopen, de lijst werd uitgebreid tot 960 verschillende artikelen. Dit alles werd betaald met goud dat als onderpand diende voor een lening van 100 miljoen dollar.

De eerste verschepingen vonden  plaats in het najaar van 1944 naar  Antwerpen. In 1943 werd een nieuwe wereldhulp organisatie opgericht de UNRRA om ook andere landen hulp te bieden na de oorlog.

Geld zuivering

Onder de Duitse bezetting was een gezonde verhouding in het geldwezen enorm verstoord. Nederland ziet er uit als een lege winkel en een overvolle geldla; zei Minister van Financiën Lieftinck. Er is teveel geld en er zijn geen goederen

In het bezette Nederland was door enkele “Goede”ambtenaren in 1942-1943 rekenschap gegeven en nagedacht over een geldzuivering. Hoe moest die worden uitgevoerd? Men ging te rade bij de heer Trip de afgezette directeur van de Nederlandse bank,  Dr. M. W. Holtrop en Prof.  Weijer. Er werd een commissie gevormd. In de zomer van 1944 was het plan klaar. Een “Financieel Noodbesluit”.   Het bestond uit een bankenmoratorium ( uitstellen van betalingen ) en gelijktijdig buiten omloopstellen van oude bank en muntbiljetten en uitgifte van nieuw geld. Dat kon een belangrijke bijdrage leveren aan een vermogensregistratie om vermogensheffing en vermogensaanwasbelasting te heffen. Alle bankbiljetten moesten worden ingeleverd. Waarna de rekeningen werden geblokkeerd. De bedoeling was om dat alles direct na de bevrijding te laten plaatsvinden. Tijdens de bezetting had men om de zwarte handel tegen te gaan de biljetten van 500 en 1000 gulden moeten inleveren. Ze werden als betaalmiddel ongeldig. De mensen die het plan “Financieel Noodbesluit” hadden voorbereid, weten niet of hun plan de Regering in Londen bereikt had. Het “Financieel Noodbesluit” heeft niet gewerkt zoals bedoeld.

Van Londen uit was moeilijk te overzien hoe men de munten en bankbiljetten moest vervangen door nieuwe. De Minister van Financiën v.d. Broek was geen financieel deskundige ook de Minister president Gerbrandy was dat niet. Samen besloten zij, om als de bevrijding daar was nieuw geld zouden mee brengen als ze in Nederland terug keerden. Dat zou een prachtige demonstatie zijn van bevrijding. Ook de militairen die Nederland zouden bevrijden wilde men nieuw geld geven.

In 1943 werd door de Ministerraad besloten een opdracht te geven om zilver geld te slaan; dubbeltjes, kwartjes en guldens, voor bijna 200 miljoen gulden. Het muntgeld werd verpakt in 40 000 kisten. Aan bank biljetten werd voor 600 miljoen gedrukt.

Het M.G. is begonnen met het uitgeven van het nieuwe geld in het Zuiden. Er was gewaarschuwd om het nog niet uit te geven. De “Wet van Gresham” zou gaan werken als het oude geld nog in omloop was. De wet zegt: “Goed geld wordt door slecht geld verdreven”. De mensen ruilden het zwarte geld om voor het nieuwe en hielden het vast . Het oude geld bleef ook nog als wettig betaalmiddel. Het zilvergeld werd ook naar België gesmokkeld en daar verkocht voor een hogere waarde, om het  zilver. Het Financieel Noodbesluit kon nu niet meer worden uitgevoerd. Er waren twee betaalmiddelen in omloop en Nederland nog niet helemaal bevrijd. De regering zag dat nu ook in en liet de uitgifte van het nieuwe geld stopzetten. Er moest nieuw muntgeld worden geslagen (nu alleen dubbeltjes en kwartjes) en papier geld worden gedrukt, ook papieren guldens en van F2,.50. De geldzuivering werd uitgesteld. Op 26 september 1945 zou het oude en het reeds nieuw uitgegeven geld ongeldig worden. Van af 9 juli waren de 100 gulden biljetten ongeldig. Grotere biljetten waren tijdens de bezetting al ingeleverd. Men kon ze bij banken en postkantoren inleveren en storten op een geblokkeerde rekening.  Het eerst geslagen en gedrukte geld werd vernietigd en munten doorgesneden en omgesmolten.

Zwarthandelaren probeerden het zwarte geld om te zetten in duurzame goederen, kunstwerken, juwelen, antiek, piano’s, landbouwwerktuigen enz. In een t.v. uitzending van “ Andere Tijden” toonde men een brief aan de belastingdienst  waarin geschreven werd dat een boer uit Kwinsheul een stier had gekocht voor F25000- terwijl  de werkelijk geldende prijs zo rond de F500,-gulden was. Ook dat een bakker uit Wateringen die in de oorlog duur brood had verkocht nu zijn huis verbouwd had. Ik wil maar zeggen schreef de briefschrijver.

De geld sanering zou dus op 26 september ingaan. Alle rekeningen werden gelijktijdig geblokkeerd. Op de dagen daarvoor kreeg iedere Nederlander op vertoon van zijn distributiekaart en inlevering 10 gulden oud geld en een distributie bon, vijf  gulden en twee rijksdaalder zilverbons. In deze lagere bedragen heette het geen bankbiljet maar zilverbon. Een paar dagen was iedere Nederlander even rijk  (of arm). Dat duurde tot het eind van de week toe ieder zijn loon kreeg in nieuw geld.

De belastingdienst wist nu ook hoeveel geld een ieder had. ( Bij wet moest het bankgeheim worden opgeheven). Die grote rekeningen hadden werden verplicht geld te reserveren om later de belastingheffing en vermogensbelasting te betalen. Zij kregen een “ Zekerheidsstelling aanslag ” . Zij die veel geld hadden kregen zeer hoge aanslagen. Als men het daar niet mee eens was moest men bewijzen dat men het op een eerlijke wijze verdiend had. (de omgekeerde bewijs last)

Het deblokkeren van de rekeningen ging geleidelijk. Eerst kleine bedragen die geleidelijk werden verhoogd. Pas in 1952 is de laatste blokkade opgeheven

Radio Herrijzend Nederland

Op dinsdag 3 oktober 1944 om 12 uur begon vanuit Eindhoven “Radio Herrijzend Nederland” met uitzendingen o.l.v. van H. v.d. Broek. Medewerkers van Radio Oranje in Engeland verleenden ook hun medewerking. De eerste uitzendingen verliepen niet vlekkeloos er waren veel storingen. Toch werden de programma’s , die voorlopig alleen vanuit het Zuiden werden uitgezonden goed beluisterd. Althans voor zover men de mogelijkheid had, omdat er weinig ontvangtoestellen waren en bij tijden zelfs geen stroom. Het was ook de enige snelle nieuwsbron. Het accent lag op informatieverstrekking. Men wilde naast veel gesproken woord ook wel muziek uitzenden maar men had geen grammofoonplaten. Een oproep aan de bevolking bracht 2500 platen op.

Toen in mei 1945 geheel Nederland was bevrijd ging de zender “Nederland in den overgangstijd “ heten. Zij bleef uitzenden tot in 1947.

Thuis hadden we een radio gehuurd voor 50 cent per week. Tussen 18.00 en 19.00 uur luisterde ik veel naar de mededelingen over de opbouw en herstel van Nederland. van noodbruggen die gelegd waren of het herstel van bruggen en spoorbanen, voedsel rantsoenen die verhoogd werden en herstelde havenwerken.. Het ging de goede kant op.

In tegenstelling tot wat men had verwacht kwamen de politieke partijen en zuilen weer terug. Men dacht dat er een nieuw Nederland zou komen met een grote rol voor het voormalig verzet. Dat is niet gebeurd.

Nieuwe overheidsorganen

Direct na de bevrijding werd er een Noodregering gevormd. Voor de lagere overheden werden de bestuurders voor zover ze niet “fout “ waren geweest, die posten bezet door mensen die de functies al in mei 1940 hadden.

De eerste verkiezing na de bevrijding werden in 1946 gehouden voor; Tweede Kamer op 17 mei 1946 op 30 mei voor de Provinciale Staten en op 26 juli voor de Gemeenteraden. Het kon niet eerder omdat de administratie van de burgerlijke stand nog niet op orde was. Bij de uitslag van de Tweede Kamerverkiezing bleek dat er van een vernieuwing geen sprake was. De zuilen waren weer terug. De KVP kreeg 33% (zetels) de PvdA 29% de AR 13 %. De CHU. 8 % en de Communisten 10 % de Tweede Kamer bestond toen uit 100 leden (zetels). Er was vanaf 23 jaar stemplicht. De Nederlandse Bisschoppen vonden dat de katholieken min of meer de plicht hadden om op de KVP. te stemmen.

De regering had heel veel te doen. Het devies was soberheid. De distributie bleef nog voor veel artikelen. Kleding en schoeisel en gebruiksartikelen bleven schaars. De lonen laag. Een werkweek van ruim 50 uur. In maart waren de eerste Nederlandse troepen in Ned. Indië geland. Woningnood. We waren er nog lang niet. Maar …. we hebben het nu toch goed.

Na de oorlog werden de eerste elf naoorlogse woningen in 1948/49 gebouwd in de Julianastraat en in de Sportlaan negen . In Poeldijk waren voor het laatst in 1940 door de woningbouwvereniging 12 woningen in de Julianastraat gebouwd

Ton van Lier

Informatie uit “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” L.de Jong