Collectieve straf maatregelen die de bezetter toepaste.

 

 

Deze strafmaatregelen waren:

Wachtdiensten.

Het opleggen van zoengeld.

Verbod om op bepaalde tijden buitens huis te gaan.

Het verbeurd verklaren van radio ontvangtoestellen.

Het verbeurd verklaren van huisraad.(van hen die opgepakt en naar een kamp gestuurd of ondergedoken was)

Daarnaast waren er heel veel verboden te veel om op te noemen. Het Joodse volksdeel werd het zwaarst getroffen.

Collectieve maatregelen van wachtlopen of boeten, waren meestal het antwoord op sabotage daden tegen de bezetter.

 

Al die straffen werden opgelegd door de Rijkscommissaris Seyss -Inquart en Rauter de hoogste politie baas in Nederland. Zijn titel was Höhere SS und  Polizeifüher.

 Onder hem vielen verschillende politie diensten. De  Sicherheitspolizei, verdeeld in Staatspolizei (Politike  zaken) en de Kriminalpolizei ( Criminele zaken)

Dan was er nog de Ordnungspolizei (ook wel Grüne Polizei) belast om op te treden bij ordeverstoringen, razzia’s, transporten en executies.

De Feldgendarmerie behandelde militaire zaken. De Nederlandse politie viel ook onder Rauter voor de uitvoering van haar gewone taak.

Het Duitse politie regiem in Nederland was vóór alles een hard optreden.

 

Wachtdiensten

Als er in een plaats (gemeente) een distributiekantoor of bevolkingsregister was overvallen, of sabotage gepleegd aan spoorrails, of wel doorsnijden van militaire telefoonkabels, werd naast geldelijke boeten voor die plaats, ook een verplichting tot wachtdienst voor kwetsbare objecten gelast. In de meeste gemeenten was het voor een periode van zes tot acht weken. Voor deze wachtdiensten werden mannelijke inwoners van die gemeente op geroepen tot het verrichten van de wachtdienst. Hij die bij het object dienst had werd ook verantwoordelijk gesteld voor eventuele van calamiteit.

 

Zoengeld ( Süheneleistung)

Zoengeld was een boete die aan een gemeente werd opgelegd als er sabotage was gepleegd. De gemeente dient dat bedrag van de boete over de inwoners van de gemeente in overeenstemming met hun belastingaanslagen, hoofdelijk om te slaan.

N.S.B.ers, de in Duitsland te werkgestelde of in Nederland wonende buitenlanders uit Duitsland bevriende landen zoals Italië en Hongarije en buitenlanders uit neutrale landen waren vrij gesteld van betalen van zoengeld.

Het geld moest meestal binnen 8 dagen na de ontvangst van de aanslag ( zoengeld ) aan de”Oberkasse van de Rijkscommissaris” te Apeldoorn worden overgemaakt.

 

 

Dit had niets met zoengeld te maken. Een ludieke ansichtkaart uit de bezettingstijd

 

 

 

Zo zijn in Naaldwijk in maart en april 1941 aanslagen gepleegd, door op verschillende dagen de W.S.M. locomotief en goederen wagens te laten ontsporen. Dat gebeurde aan de Grote Woerdlaan, de Kleine Woerdlaan en de Rolpaal. Na enig onderzoek wijst het op sabotage. Op 26 april wordt brand gesticht in de veiling Zwartendijk en nog de zelfde nacht in een loods van de veiling in Poeldijk. Er wordt een onderzoek ingesteld en een beloning uitgeloofd van .250,=  voor aangifte van de daders. De daders worden niet gevonden. De burgemeesters van het Westland waarschuwen de ingezetenen voor deze onbezonnen daden en de niet te overziende schade en andere gevolgen.

 

Waren die daden onbezonnen? Je moet om een oordeel daarover te geven, je verplaatsen in die tijd. Vele mensen wilden de bezetting van de Duitsers niet accepteren. Al vielen nare maatregelen in het begin nogal mee. In het begin van de bezettings jaren was het beleid van de bezetter; vriendelijkheid. Maar er waren toch al vervelende maatregelen tegen de Nederlandse bevolking en alles wat mis ging gaf men de Duitsers en N.S.B.ers de schuld.

 Men ging men tegenwerken. Soms maar kleine pesterijen. Zoals in de weg lopen van Duitse militairen, spuwen vlak voor een Duitser, de verkeerde weg wijzen, tong uitsteken, het kalken van allerlei leuzen tegen de N.S.B. op de weg en muren, het dragen van een witte anjer op de verjaardag van de Prins en een bloemen hulde bij het paleis Noordeinde en nog vele van die  pesterijen.

 

Drie jonge mannen uit Naaldwijk Herman Lucas, Wim Neervoort en Dirk Voskamp en Theo Trompert uit Rijswijk wilden verder gaan. Zij dachten er over om sabotage te gaan plegen ( het avonturen karakter en durf zal ook wel mee hebben gespeeld.) Zij wilden de uitvoer van tuinbouwproducten naar Duitsland tegen gaan ( In feite exporteerde men voor de oorlog graag naar Duitsland het was een goede afnemer van onze tuinbouwproducten). Maar ja, het was nu onze vijand.

In deze periode was er nog geen goed georganiseerd verzet. Georganiseerd is ook niet alles want een georganiseerde groep is zeer kwetsbaar als er één gearresteerd zou worden liep de gehele groep gevaar. Maar als er een georganiseerde groep met een goede leider is, komen er opdrachten waar over is nagedacht, over de gevolgen, het nut van een aanslag, en het risico voor zich zelf en anderen.

 

 Verdere onderzoeken naar de daders in Naaldwijk lopen op niets uit. Enige maanden later worden zij door loslippigheid van een gedetineerde in het Huis van Bewaring in Den Haag toch verraden. Er werd in Naaldwijk weer een onderzoek ingesteld en op 27 januari 1942 zijn de drie Naaldwijkers gearresteerd, Trompert een dag later. Op 5/ 6 en 10 maart 1942 komen de vier voor de rechter. Herman Lucas wordt ter dood veroordeeld en andere tot zware gevangenis straffen.

 

De gemeente Naaldwijk moet op 28juni 1941 voor die aanslagen een Zoengeld

 ( boete) betalen van fl.20.000.De gemeente vraagt om administratieve hulp bij de belastingdienst, maar daar kan niet aan worden voldaan. Alle belastingplichtigen die op 24 april in de gemeente woonachtig zijn ± 3200 moeten betalen. Bedragen van 0,50 tot ruim 80.= Er zijn al vele in die tussen tijd verhuist, en moeten worden opgespoord. Zij die in Duitsland werken en N.S.B.ers zijn vrijgesteld (de kring leider van de N.S.B. wordt om een ledenlijst gevraagd. Na de oorlog is van de lijst gebruik gemaakt om N.S.B.ers te arresteren) Er moeten aanslagen worden verstuurd en lijstenaangelegd. Uit het archief blijkt dat het heel veel werk is geweest.

 

De brandschade aan de veiling “Zwartendijk” werd door de brandverzekering betaald. Later moest dat worden terug betaald en werd het betaald uit het zoengeld.

In Poeldijk werd ook een onderzoek ingesteld.De politie man van Asten nam getuigen verklaringen op van Van Bergenhenegouwen en Juffrouw Olsthoorn. Zij hebben om 22.15 uur twee fietsers weg zien rijden. Er werd verband gelegd met de brand in veiling Zwartendijk. De schade bedraagt 323,33. Ook dit bedrag eerst door de verzekering betaald moet worden terug betaald en betaald van het zoengeld.

De gemeente Monster krijgt ook op 28 juni 1941 voor de brandstichting in de veilingloods van de groente handelaar Schut een zoengeld te betalen van 18.000.

Hoofdelijk om te slaan voor hen die op 27 april in de gemeente Monster staan ingeschreven. Het laagste bedrag wat berekend werd was 2,04 daaronder werd niet geïnd. Monster had dus minder betalende dan Naaldwijk maar wel hogere bedragen voor hen die moesten betalen.

Er kwamen in de gemeente Monster vele verzoeken om kwijtschelding. Meer dan in Naaldwijk. Ik denk omdat de bedragen hoger waren. Kwijtschelding werd bijna altijd afgewezen.

In  vele gemeente heeft men zoengeld moeten betalen. Zoals Amsterdam na de “ Februari  Staking” 15.000 000. Na telefoonkabel sabotage in Enschede 50.000 en in Hummelo 10.000. Alkmaar 50.000

 

Wachtdiensten en uitgaansverbod “Spertijd”

 In de nacht van 27 op 28 november 1943 werd er in Naaldwijk een roofoverval op het bijkantoor van het Arbeidsbureau aan de Stokdijkkade gepleegd.

De bezetter heeft de z.g. “Z Karte”( Zurúckstellungs) ingevoerd. Iedere werkgever werd verplicht een kaart in drievoud in te vullen met gegevens van zijn werknemers van 18 tot 45 jaar waarop ook tijden, wanneer een werknemer niet gemist kon worden. De bezetter wist nu ook wanneer de werknemer wel gemist kon worden. Hij kon dan worden opgeroepen voor de “Arbeidsinzet”. Door de overvallers werden 6000 van die  in gevulde “Z”kaarten meegenomen. Weet niet of de overvallers wisten dat de de  betreuende Dienststelle deel twee van de kaart had. Dus een duplicaat

De Sicherheitspolizei stelt een onderzoek in. Als voorlopige straf worden wachtdiensten in gesteld voor diverse objecten voor de avond en nacht en tijd als er niet gewerkt wordt in het weekeind.

Tevens wordt er een uitgaansverbod op gelegd van 16 december 1943 t/m 12 januari 1944. Vanaf zeven uur avonds op werkdagen en vanaf zes uur avonds op zon en feestdagen. Alle openbare gelegenheden moeten gesloten blijven tijdens die periode.

Op 9 januari komt de verordening tot het betalen van 40.000 aan zoengeld. De gemeente begon de procedure van inning opnieuw.

 

In 1947 staat in de krant een bericht van de Schade Enquête Commissie dat men een aanvraag kan doen om het betaalde zoengeld terug te krijgen bij de gemeente. Er zijn in het archief diverse aanvragen uit het hele land. Als de gemeente het geld van de commissie krijgt wil zij het gebruiken voor de verdere bouw van Maasdijk.

 

Het verbeurd verklaren van radio ontvangtoestellen.

Voor de oorlog bestond er geen registratie van radiotoestellen. Er was er wel een registratie waar bij verkoop de handelaar de prijs moest invullen om prijsontduiking tegen te gaan. Dit was alleen ter bescherming van de handel. De overheid had daar geen bemoeienis mee.

Op 1 januari 1941werd de “Luister vergunning en luistergeld” ingevoerd. Na de oorlog liep dat gewoon door,tot dat het verwerkt werd in de belastingaanslagen. De P.T.T. hield de administratie bij. Men kon nu zien wie een radio bezat.

Het was ter controle op het inleveren niet gemakkelijk om bezitters per gemeente te bepalen omdat de registratie op alfabet was en niet op plaats. Begin 1941 hadden 1.100.000 een luistervergunning en nog 300.000 van de draadomroep (de kabel)

Vanaf juli 1940 was het verboden om naar geallieerde zenders te luisteren. De Duitsers probeerde dat te verhinderen doormiddel van stoorzenders die een naar geluid uitzonden op die golflengten.

Het luisteren naar de verboden zenders werd soms zwaar gestraft en namen ze het toestel in beslag. Ook als reactie op anti Duits gedrag legde men beslag op de radio. Op 15 mei 1943 werd bekend gemaakt door Rauter dat hij alle radio ontvangtoestellen verbeurd verklaard had en moesten op politie bureaus en postkantoren worden ingeleverd. Alles werd netjes geregistreerd.

Wat is er gebeurd met die toestellen? De ruime 800.000 ingeleverde toestellen gingen naar enkele duizenden depots. Daarna naar 30 grotere depots gebracht. Dat alles, opslag, vervoer en verpakking moesten de Nederlanders betalen.

Seyss-Inquart gaf later toestemming 50.000 toestellen vrij te maken voor de weermacht en in Duitsland door  bombardementen getroffen Duitsers. Nog later gingen er nogmaals  250.000 naar Duitsland. 100.000 zijn na de bevrijding teug gegeven. De rest 400.000 is door aanslagen, bombardementen en ander oorlogsgeweld verloren gegaan.

 

Het verbeurd verklaren van huisraad.

Hiermee werden de Joden het zwaarst getroffen. De Joden werden door z.g. Kolonnen  uit hun huizen gehaald. Die Kolonnen bestond uit Nederlanders, een ambtenaar van Lippmannn-Rosenthal voor het in beslag nemen van waardevolle voorwerpen ( sierraden, schilderijen, kostbare boeken). En leden van de afdeling Housraterfassung die ook meekwamen. Zij registreerden de verdere meubels en huisraad. Als dat gebeurd was werden de mensen meegenomen en naar kamp Westerbork gestuurd in afwachting te worden doorgestuurd naar kampen in Oost Europa.

De sleutel van het huis ging naar de Zentralstelle für jüdische Auswanderung

Later kreeg de Einsatzstab Rosenberg de sleutel om de inboedel uit het huis te halen.

In eerste instantie werden de inboedels door Hitler ter beschikking gesteld  aan          Alfred Rosenberg de minister voor de bezette Oostgebieden. Ook andere Duitse instanties  hadden wel interesse in die inboedels. Zij wilden de inboedels toewijzen aan getroffenen van de gebombardeerde steden in het Roergebied. Daar is ook het meeste naartoe gegaan. Voor het vervoer naar Oost Europa waren de problemen te groot. N.S.B.ers hebben ook getracht wat huisraad in te pikken

Het leeg halen van de woningen werd uitbesteed aan de verhuis Firma “Abraham Puls”

Men spraak over woningen “Pulsen” als ze werden leeggehaald.

Er werden 29.000 woningen in ons land leeggehaald in augustus waren er al ruin 600 binnenschepen en 100 spoorwagons naar Duitse steden overgebracht.

Nederlander hebben zich ook schuldig gemaakt door goederen uit verlaten Joodse woningen te halen. Slechte huizen bleven leeg staan en werden dicht gemetseld. Er waren gemeenten waar ze evacués in de iets betere woningen onderdak gaven. Dat gaf na de bevrijding soms problemen als de mensen terug kwamen.

In de mooie woningen trokken N.S.B.ers en andere Duitsgezinden. N.S.B. makelaars waren de bemiddelaars. Die kon men na de bevrijding makkelijker uitzetten ( als ze zelf niet vertrokken waren)

 

 

Het in gijzeling nemen van belangrijke Nederlanders

Methoden om daders van een sabotage daad of overval op te pakken was het in gijzeling nemen van onschuldige belangrijke Nederlanders of wel “Notabelen uit een gemeente waar zulke daden gepleegd waren. Gedreigd werd deze gijzelaars fusilleren indien de daders zich niet melden. Het was voor de daders van een aanslag of overval een enorm dilemma. Melden of niet. De dood van een onschuldige op je geweten hebben? Of na de melding een hele verzetsgroep te moeten verraden.? De melders werden dan steng verhoord en ook gemarteld. Daar hadden ze vreselijke methoden voor. Ze dreigden ook je gezin of ouders gevangen te nemen. Dat hield men niet lang vol. Als je het even uit kon houden konden de collega’s die je verraden ging onderduiken.

 

Voor een voorgenomen bomaanslag op 7 augustus 1942 op een trein met Duitse verlofgangers, die overigens mislukte door een voortijdige ontploffing, doordat een op de fiets passerende baanwachter die met zijn trapper achtereen draad bleef hangen en een vroegtijdige ontploffing veroorzaakte. De Wehrmachtbefehlshaber Generaal Christianse eiste dat 20 gijzelaars van de 1000 die in Brabant gevangen zaten zouden worden gefusilleerd. Christianse had echter geen zeggenschap over de gijzelaars. De verantwoordelijkheid lag bij Seyss-Inquart.Werd na herhaalde oproepen aan de daders zich te melden geen gehoor gegeven zouden na veel gekibbel onder verantwoordelijke er vijf gijzelaars worden gefusilleerd in plaats van de geëiste 20. Vanuit de protestantse kerken werd hevig geprotesteerd, zonder resultaat.

De gefusilleerde waren

Willem Ruys. Directeur generaal, Rotterdam

Graaf E.O.G. van Limburg Stitrum, Arnhem

Mr. Robert Bealde. Rotterdam

Christoffel Bennekers . Hoofdinspecteur van politie Rotterdam

Baron Alexander Schimmelpennink v.d.Oye. Noordgouwe

Deze mensen waren de eerste gijzelaars die op 15 augustus 1942 in de bossen bij Goirle nabij Tilburg gefusilleerd werden.

 

In het Westland werden in het najaar van 1944 mannen opgeroepen om voor de weermacht aan verdedigingswerken te werken. Om de 10 dagen moest men 3 dagen werken voor de weermacht aan verdedigingswerken. De “Spitters”. Men moest een schop meebrengen. Je mocht ook een vervanger zoeken. Op een gegeven moment kwamen uit de gemeente Monster te weinig mensen  op het werk. Men had te veel vrijstellingen. En er waren er, die eenvoudig weg niet gingen. De gemeente bestuurders werden daarvoor verantwoordelijk gesteld. De heren A.C. van Ruyven en van A.J.van Rest (voormalig wethouders ) werden in gijzeling genomen. Er was geen gemeenteraad meer. De gemeenteraad is op 12 augustus 1941opgeheven. Er waren geen politieke partijen meer en geen verkiezingen. De raadsleden werden ontslagen en de wethouders, ambtenaren van de burgemeester. Het land werd bestuurd volgens richtlijnen van   “verordeningen” van de bezetter.

Van Ruiven en van Rest werden later weer vrij gelaten maar voor straf het huis uit gezet.

 

Ton van Lier

 

Informatie uit “Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. L de Jong

Historisch Archief Westland.

“ Gemeente Naaldwijk 1940- 1945. Drs. C.J.M. Bentvelzen. P.A. Smit. Drs. P.A. Vreugdenhil