Van overvloed en armoede, naar schaarste en distributie, tot hongersnood

 

 

Wel een van het meest ingrijpende en een stempel op het leven voor mij en heel velen, was wel de Hongerwinter 1944-1945. Na wat voor informatie uit geschiedenis boeken, -zelf wist ik nog veel maar het gaat ook om juiste cijfers en toe drachten- schrijf ik ook over eigen belevenissen. Zelf beleeft en van anderen gezien.

Voor 1940 was Nederland een rijk land. Nederland had een enorme goud voorraad bij de Nederlandse bank. Al het papiergeld was gedekt door goud. Op de bankbiljetten stond dan ook; “De Nederlandse bank betaald aan toonder”Er werd wel armoede geleden omdat de meeste mensen geen geld hadden om wat te kopen.

Er was werkeloosheid en hij die werkte verdiende niet genoeg om een beetje redelijk bestaan te hebben omdat de lonen laag waren en de steun aan werklozen minimaal. Luxe goederen kopen was er helemaal niet bij. Ook het bedrijfsleven had het in vele takken bijzonder moeilijk.

Het begon donderdag 24 oktober 1929. De beurs in New York storten in. De dinsdag daarop gingen grote fortuinen verloren ook van Nederlanders die in Amerikaanse fondsen speculeerden. Het sloeg over naar Europa. Het vertrouwen in de toekomst verdween. Productie van goederen werd ingekrompen. Die inkrimping leidde tot werkloosheid, werkeloosheid tot minder vraag, en mindere vraag tot verdere inkrimping van productie. Het was een vicieuze cirkel steeds verder omlaag tot ver beneden het nul punt .

In bijna alle bedrijven ging men verliezen leiden. Het werd een gouden tijd voor het communisme en socialisme en welke isme(s) wel niet meer. Ontevredenheid had een voedingsbodem. Zo ook in Duitsland, dat bij het “verdrag van Versailles”in 1919    aan strenge banden was gelegd. Het Nationaal Socialisme kreeg veel aanhang. Gek genoeg ging het toen de Duitsers beter door hun grote werk projecten. Bijna iedere Duitser liep achter de N.S.D.A.P. aan. Erg genoeg zaten er ook zeer nare gevolgen aan. We kennen ze allemaal.

 Na wat annexaties van gebieden van naburige landen door Duitsland, kwam het 0p 1 september 1939 tot oorlog met Duitsland’s buurland Polen. De Nederlandse  regering zag die oorlogsdreiging. Daarom werd in 1938 al besloten om de goud voorraad in veiligheid te brengen. In mei 1940 lag 80% van de voorraad in het buitenland, voor een waarde van ± 887miljoen gulden. Op 10-11 mei 1940 is nog voor 166 miljoen naar Engeland getransporteerd. Er was op 10 mei 1940 nog voor 228 miljoen gulden in Nederland ( de prijs van goud was toen F.1647,50 per KG.) 22miljoen aan goud lag op de bodem van de Nieuwe Waterweg. Die 22miljoen had men met een loodsboot van Rotterdam naar Engeland willen overbrengen maar de boot liep op een mijn in de Nieuwe Waterweg en zonk. Inclusief het goud van het egalisatie fonds, is 253579 KG  in veiligheid gebracht. Nederland wilde zoals in de 1ste Wereldoorlog neutraal blijven. De regering had er wel geleerd, dat door de blokkades weinig goederen konden worden geïmporteerd. Nederland zou wel last van de oorlog krijgen. Van de met elkaar in oorlog zijnde landen mocht Nederland geen handeldrijven. Er moest veel van overzee worden aangevoerd. De Nederlandse regering had dat gevaar  aan zien komen.

In 1938 had Nederland een voorraad buitenlands graan beschikbaar voor slechts een maand. (60 % van ons broodmeel bestond uit buitenlands graan) Er was maar voor een dag veevoer op voorraad in de Rotterdamse haven. De regering heeft toen besloten om voor dat de oorlog uitbrak grote voorraden van import goederen te laten aanleggen zoals rijst en andere graanproducten, veevoeders, spijsolie en vetten, olie en smeermiddelen, rubber, brandstoffen zoals kolen en petroleum,

onmisbaar om eten te koken. De regering had dat aanleggen van voorraden geheel in eigen hand om speculaties tegen te gaan. Petroleum had men nodig om te koken. Men kookte in de winter op kolen kookfornuizen en in de zomer op petroleum stellen. Ieder gezin had wel een één, twee, drie of vier pitspetroleum stel. Toen er geen elektriciteit meer geleverd werd had men ook petroleum nodig voor verlichting z.g. olielampjes. Op 15 mei 1940 had de regering een voorraad goederen voor mens

en dier tussen de 1.2 en 1,3 miljoen ton, dat was gelijk aan 80 tot 90 % van de binnenlandse oogst. Men had dus een voorraad voor bijna een jaar en nog een oogst van dat jaar tegoed, zes oogsten voor de hele oorlog van 5 jaar! Dat alles zo goed verliep kwam omdat de regering alles in handen had, aankoop, verscheping,

betaling, en opslag. Wel moest er wat veranderen in het gebruik van al die voorraden. Dus distributie. Een ander eet patroon. Er moesten meer aardappelen worden verbouwd  en geconsumeerd omdat dat aan calorieën per hectaren meer opbracht dan graan. Broodmeel kreeg een andere samenstelling. Voor de oorlog bestond broodmeel uit 60% buitenlandse en 40% binnenlandse tarwe. In de loop van de oorlog werd er rogge, gerst, erwten en aardappelenmeel in verwerkt. Eind 1942 was

er geen buitenlandse tarwe meer, men ging steeds meer rogge verwerken. De veestapel moest worden ingekrompen. Het aantal runderen bedroeg een kleine 2.700.000 miljoen stuks. Men overwoog dat met 20 % te verminderen. Koeien eten meest gras. Maar de helft van de varkensstapel bijna 1.300.000 miljoen moest geslacht worden (en naar Duitsland getransporteerd)en de kippen tot de helft teruggebracht. Dit omdat deze dieren veel graan producten aten.

In 1930 is de Landbouw Crisis Organisatie (LCO) ontstaan uit verschillende crisis maatregelen. Alle landbouw producten werden onderworpen aan verordeningen zoals productie, afzet en prijsvorming. Die voorschriften en verordeningen konden gebruikt worden voor ons distributieapparaat.

 

Eind augustus 1939 mobiliseerde Nederland het leger. Ook mijn vader werd opgeroepen. Hij werd gelegerd in Druten.

Iedere Nederlander kreeg een rijksdistributiekaart. Op 16 oktober gaat suiker in de distributie. Dit was nog niet zo nodig, maar de regering wilde zien of het distributie apparaat werkte. 10 mei 1940 valt Duitsland ons land binnen. Na het bombardement van Rotterdam en de dreiging dat nog meer steden zullen worden

gebombardeerd capituleert ons land. De bezetting door Duitsland begint.

Thuis hadden we al een aardig gezinnetje. Vader moeder en 5 kinderen in november kwam de 6de. Moeder verkocht de suikerbonnen ( voor ons kreeg men meer

suiker op de bon dan we normaal kochten) voor een kwartje per bon. Het was een welkome aanvulling op karige vergoeding van vader. We kregen een deel van zijn week loon, en verminderd met zijn menage geld ( legering en voeding in het leger). We konden toen niet eens de belangrijkste levensmiddelen kopen. Bij de bakker kocht moeder z.g. misbaksels ,zwart verbrand brood of misvormd voor één dubbeltje. Zij die wel geld hadden konden gaan hamsteren, wat op ruime schaal is gebeurd.Er kwam een ruilhandel. Zo van,wie ruilt bruine bonen tegen koffie of thee. Toen het voedsel tekort nijpender werd ging men als er niets eetbaars te ruilen was, waardevolle dingen te ruil aan bieden.In uiterste nood ook bv. linnengoed. Of een konijn tegen aardappelen.

Na suiker kwamen de peulvruchten op de bon gevolgd in juni 1940 door brood en meelproducten (broodbonnen werden thuis niet verkocht) koffie en thee. Vlees, vleeswaren melk en eieren volgden spoedig.

In vele gezinnen ging men tweemaal per dag warm eten er waren toen er nog voldoende aardappelen .

Ook gebruiksartikelen gingen op de bon of je moest een vergunning hebben om te kopen. Ook brandstoffen. Er kwamen steeds meer surrogaten en andere

vervangings middelen. De Duitsers vorderden ook voorraden grondstoffen die men van regeringswege had aangelegd. Let wel geen graan. Behalve in de winter

1944- 1945. Ook werden vervoersmiddelen gevorderd zoals auto’s, paarden autobussen, trams. Binnenvaartschepen al eerder (om te verbouwen tot landings-

vaartuigen voor de invasie in Engeland). Bedenk dat Nederland ook het Duitse bezettingleger in Nederland moest voeden.

Die het konden betalen gingen een varken houden, weet nog dat Grabel van Bergenhenegouwen elke middag met een emmer langs de huizen ging om kliekjes en schillen op te halen voor zijn varken. Als je een varken had geslacht ( je moest een vergunning hebben) kreeg men geen vleesbonnen voor een bepaalde tijd.

Men proberden bij tuinders een stukje grond te krijgen voor groente,aardappelen en peulvruchten te verbouwen. De opbrengst was laag, door gebrek aan kunstmest.

Er was ook minder grond in Nederland om wat te verbouwen door inbeslagname van gronden voor  het stellen van  inundaties en spergebieden. Er was doordat er geen import was ook een gebrek aan van kunstmest.  In de steden ging de gemeente over tot het omspitten van plantsoenen om aardappelen te verbouwen. Toen ook de aardappelen in april 1941 op de bon gingen kwamen hele horden stedelingen naar het Westland en naar andere land en tuinbouwgebieden om wat eetbaars bij te kopen. De politie en controleurs van de C.C.C.D ( vele waren N.S.B.er)moeten dat zien te voorkomen en namen het gekochte voedsel in beslag. Voedsel en geld kwijt!  In wezen ontrok de koper en verkoper het voedsel aan de distributie…Maar wat doe je als je honger gaat voelen? Erger was de clandestiene handel en slachten om geldelijk gewin. Dit werd bij ontdekking zwaar gestraft soms met opsluiting in het concentratie kamp “Erica” in Ommen.

Het werd een drukke tijd voor Piet Bogaards de kleermaker in de Verburghlaan. Men lied daar als je het zelf niet kon, maar wel betalen, vooral oude winterjassen en kostuum keren, zodat ze er weer als nieuw uit zagen.Er kwamen voor dames houten schoenen in de handel. Een houten zool met wat linnen van boven. Als men geen fietsband meer had, na het vele oplappen, kon men repen gesneden oude autoband om de velg leggen of men verlengde de voorvork en zette als je het kon bemachtigen en wieltje van een kinderstep in. Voorbakfietsen een zeer veel en intensief gebruikt transportmiddel waren er houten wielen met een stalen band er om in de handel.

Doordat men voor het uitbreken van de oorlog toch al niet veel geld had om als iets versleten was te vervangen en het maar uitstelde kon men nu door de schaarste

het niet meer vervangen. Als iemands oude fiets kapot ging had je niets meer en kon pas na de oorlog een nieuwe kopen. En als je fiets gevorderd was, had men ook niets meer. Ik was 16 jaar toen mijn eerste fiets, een Engelse import voor mij is gekocht.

In 1942 worden gasloze uren ingesteld. Van 15 tot 17 uur en van 21uur tot de andere morgen 6 uur. Terwijl ook nog de levering van huisbrandolie geheel wordt stopgezet. In zeer beperkte mate nog wel petroleum. De Duitsers willen dat de mijnwerkers ook op zondag gaan werken. In eerste instantie mislukt dat omdat ze allemaal weigeren. Na arrestatie van ruim 150 mijnwerkers en naar Duitsland afgevoerd, is men toch op zondag gaan werken.

 

Op het terrein van het oorlogsgebeuren gaat het de Duitsers 1942“nog voor de wind “al komen er hier en daar toch “haarscheurtjes”. Nadat Amerika eind 1941 aan

de oorlog is gaan deelnemen, verhevigen de luchtaanvallen op de Duitse industriecentra. Eindoktober beginnen de Engelse legers- nadat zij in Afrika tot in Egypte

door Italianen en Duitsers zijn teruggedrongen- een offensief en dringen de Duitsers terug. Op 8 november 1942 landen geallieerde strijdkrachten in Noord –West  Afrika en rukken ook snel op. Duitsers geven Noord Afrika prijs. In Rusland lijden de Duitsers bij Stalingrad door omsingeling een gevoelige nederlaag. Het Duitse 6e leger geeft- van wat nog over is- zich op 31 januari 1943 over. De Duitse terugtocht- met toch nog enkele Duitse overwinningen - zet zich in. De geallieerden landen

10 juli 1943 op Sicilië. In Europa!  Er begint in de bezette gebieden hoop te leven dat de oorlog snel afgelopen zal zijn. Hij zou nog twee jaar duren!

In januari 1943 heb ik nog getracht kolen te vissen in het water van de Nieuweweg.  Tijdens het lossen viel er wel eens een stuk steenkool in het water, voer die

schuit dan weg probeerde je dat op te vissen. Soms had ik wel een half zakje kolen maar over het algemeen was de oogst maar mager. Was ook niet de enige die daar viste.In die periode was verschrikkelijk koud. Moeder is mij wel eens aan de Nieuweweg wezen halen omdat het zo koud was. We hadden in die periode geen of halve dagen school.Op school kregen we in de winter wekelijks een paar vitamine C tabletjes als aanvulling op de schaarste van groente en fruit

In ons land gaat het met de voedselvoorziening steeds slechter. In maart 1944 wordt het vleesrantsoen verlaagd tot 125 gram per week per persoon. Dat is toch maar een ruim onsje worst en verder geen vlees of vleeswaren. Het vervoeren van groenten door particulieren is verboden. Maar de eerste viermaanden wordt 150.000 ton groente naar Duitsland vervoerd. In het politie rapport van september/oktober van de gemeente Naaldwijk staat vermeld dat er 70 maal proces verbaal is opgemaakt voor het verboden vervoer van druiven, schrijft men in het boek “Naaldwijk 1940-1945”. Ir Louwes Directeur-generaal van het voedsel voorziening waarschuwt de Duitse autoriteit over de slechte voeding- en gezondheidstoestand van het Nederlandse volk. Hij verzoekt om ingrijpende maatregelen in de export en levering aan de weermacht. Op de Nederlanders wordt de Duitse druk heviger. Er komen razzia’s op de Joodse Nederlanders. Hun wordt alles ontnomen. Er komen later razzia’s op arbeidskrachten nadat er zich na een oproep te weinig aanmelden. Velen gaan onderduiken. Onderduikers krijgen geen distributie bonnen meer. Gaf extra zorgen voor het duik adres.

De voormalige Nederlandse militairen worden weer in krijgsgevangenschap terug gevoerd. Zij die voor veiligheid zorgen en zij die voor de voedselvoorziening werken kunnen vrijstelling krijgen. Zij kunnen een “Ausweis”aanvragen. Het verzet in Naaldwijk ziet kans om ruim 6000 van die blanco Ausweisen bij een inbraak in het bureau”Voedselvoorziening “buit te maken.

1944 dient zich aan. Zou de oorlog dit jaar over zijn? Zou de bevrijding dit jaar komen?Het zag er goed uit. Maar de Duitsers weten van geen wijken.

Dit jaar kom ik van de lagere school. Ik wilde naar de ambachtschool. Vanaf februari hoefde ik niet meer naar de  lagere  school. Ik schooierde maar wat aan.

Tot april wat werken bij van Vliet bij de koeien. In mei even een paar weken in de tuin en in mei hulpje bij Spitser de melkboer.

6 Juni 1944 landen de geallieerden in Frankrijk. Een hevige strijd ontwikkeld zich. De geallieerde legers rukken op naar Duitsland en naar het noorden,richting Nederland. Men dacht, ( de meesten mensen wisten het zeker) met kersmis zijn we bevrijd! Eind augustus was bijna heel België bevrijd. Door onjuiste berichtgeving begin september “De geallieerde legers zijn de Nederlandse grens gepasseerd” was er onder de Duitsers en N.S.B. paniek. Dinsdag 5 september gaat de geschiedenis

in als “Dolle dinsdag”. De legers kwamen niet. Het werd stil aan het front. Tot 17 september.

Grote luchtlandingen in het gebied Eindhoven/Best, Nijmegen en Arnhem. Doel, het in bezit krijgen van bruggen over de kanalen en rivieren. Men wil de Duitse Siegfriedlinie te omtrekken en zo doorstoten naar Berlijn. De Nederlandse regering in Londen geeft order tot de “Spoorweg” staking. Er rijden geen treinen meer.

De Duitsers bemannen de locomotieven voor Duits vervoer en Seyss-Inquart verbied het vervoer van voedsel en kolen. De luchtlandingstroepen bij Arnhem verliezen

de strijd en moeten terugtrekken. Wel worden grote delen van de zuidelijke provincies worden bevrijd. Er was door de geallieerden beloofd dat men de bevrijde bevolking zou helpen aan voedsel en helpen bij de wederopbouw. Daar kwam niet veel van terecht. De legers hadden hun handen vol aan de hevige strijd die

geleverd moet worden toen de Duitse grens genaderd werd. Alles wat een leger nodig heeft moest vanuit Normandië in Frankrijk worden aangevoerd met vrachtwagens over de weg en over waterwegen zonder bruggen. Die eerst moesten worden hersteld of een noodbrug gelegd. Het 2e Engelse leger had ruim 1000 ton aan goederen nodig per dag. Als er gevechtsoperaties waren nog veel meer. De haven van Antwerpen moest ook met spoed worden ingenomen en de Schelde van wrakken en mijnen ontdaan. Walcheren, de ingang tot de Schelde worden veroverd. En het werd winter. Allemaal grote problemen.

Er komt geen voedsel of brandstof meer naar de noordelijke en westelijke provincies. Af en toe komen voor centrales e.d. nog wat kolentreinen uit Duitsland. Eind november wordt geen stroom meer geleverd. De rantsoenen voor levensmiddelen gaan omlaag. Het wordt steeds nijpender. Suikerbieten en zuurkool gaan op de bon. Het najaar is erg nat en het wordt een stevige winter.

Alle rantsoenen van levensmiddelen worden weer verlaagd. De distributie werd ook verfijnd. Bonnen voor baby’s, voor aanstaande moeders, voor zware en extra

zware arbeid. Bonnen voor brandstof, voor hulpverleners. Speciale bonnen voor diabetici. Jonge kindeden tot 4 jaar en tot 14 jaar enz. zij kregen naar leeftijd meer of minder.Op een gegeven moment waren er 42 verschillende bonkaarten in omloop. Buitengewone vergunningen niet mee gerekend b.v. linnengoed

 

 

Rantsoenen per week in (grammen) voor volwassenen per week per persoon

 

 

1 juli 1944

1okt 1944

1 jan 1945

1 april 1945

Brood*

1800

1462

969

985

Bloem

70

54

-

-

Rijst

 

-

-

-

Havermout

 87

67

-

-

Gem. meel

10

     

Vermicelli

25

23

8

 

Peulvruchten

62

53

53

19

Suiker

250

77

-

86

Jam

125

125

19

 

Taptemelk

1750

875

-

-

Gestand. melk

-

-

-

885

Kaas

65

50

50

46

Boter/margr.*

125

58

19

80

Vet

 

8

-

35

Vlees

125

125

87

89

Aardappelen

2700

1625

1000

2846

Suiker bieten

   

3000

 

 

*) inclusief Rode kruis verstrekkingen

 

Ik ben niet naar de ambachtschool gegaan omdat er geen bus meer reed naar Den Haag de bruggen rond Poeldijk waren door de Duitsers opgeblazen.

Bij de melkboer Spitser had ik geen werk meer. Er was geen melk meer. De laatste bon voor melk van begin december werd verlengd tot eind januari 1945.In december kreeg men op een bon 1¾ liter taptemelk per week per persoon.Wat kon je daar nou mee en bij koken branden het meestal aan.

Bij ons thuis gingen we de honger ook voelen half novemberwas bij ons ook alles op. Op een dag bracht mijn vader twee platte pakken “Delfia Vet” mee.De middagmaaltijd bestond uit een aardappel wat suikerbiet en veel savooiekool zo uit het water na het koken op gediend .Kruiden en zelfs zout waren niet te koop. We zullen er wat vet bij smelten zei moeder. Tijdens het smelten kwam er een nare lucht af. Het vet was niet te eten want het was zeer sterk ranzig. Waar mijn vader dat vet vandaan had heeft hij nooit verteld. Gekocht. Een miskoop? Of gekregen?

Er werd door ons thuis ook even gebruik gemaakt van de gaarkeuken. Je moest dan bonnen inleveren. In het begin was het voor de tijd de kwaliteit redelijk, maar gaande weg werd het slecht tot zeer slecht; Soep, allen dunne soep van kool aardappel en suikerbiet en water dun.

Via de Kerken, Katholieken en Protestantse, werd het I.K.B. opgezet (Inter Kerkelijk Bureau. Doel om het leed wat te verzachten. Vanaf de preekstoel/kansel werd opgeroepen een schoolgaand kind aan de middagtafel uit te nodigen. Men kon dat bij de kerk opgeven. Dan werden er één of soms twee toegewezen. In Poeldijk was de opgave hoog. Alom dacht men dat de oorlog toch niet meer zo lang zou duren. Dus laten we er een kind opnemen zei men. Sommige kinderen vonden het verschrikkelijk om bij vreemden te eten. Met Kerstmis waren de meeste kinderen weer thuis. Twee van mijn broertjes hebben om de dag bij hun gast gezin nog lang een maaltijd gegeten. Het I.K.B. trachtte ook aardappelen te kopen in Friesland. Enkele beurtvaart schippers uit Poeldijk zijn die ook op wezen halen. Dat was levens gevaarlijk want de Engelse jachtvliegtuigen schoten op alles wat op de grond of het water bewoog. Ook door de ingetreden vorst van eind december tot eind januari kon niet gevaren worden, en van die onderweg waren bevroren de aardappelen.

Voor kerstmis ben ik voor mijn moeder een half pond grof (wegen) zout F 7,50 en een pakje aardappelmeel 17,50 wezen kopen.

Begin januari mocht ik van de zusters in Monster, mijn vader ( hij werkte in de kloostertuin) komen helpen kreeg dan in de middag een warme maaltijd als beloning.

 Las in een dagboek op het archief in Naaldwijk dat een gezin van 9 personen in september 1944 een winter voorraad had van 70 kisten(1750 KG) aardappelen.

Doordat men twee, later af en toe driemaal per dag aardappelen ad, was men vóór de echte “Hongerwinter” begon, door de aardappelen heen. De algemene opvatting en gedachten waren; “het zal wel zo lang niet meer duren voor we bevrijd zijn”.Het ging met de oorlog immers goed! De geallieerden waren in aantocht. Parijs,

Brussel bevrijd, Antwerpen ingenomen, operatie “Market-Garden”. Het is nu zo gebeurd. Nee dus.

 

Alles raakt op. Voedsel en brandstof. Aan voedsel in niet meer te komen. Er is ook geen gas meer. Al het hout wat los en vast zit wordt gesprokkeld om nog wat te koken. Er komen heel kleine verwarming potjes op de markt. Een soort conserven blik met onder een gat om er iets brandbaar in te doen, zodat je wat water kan koken. Als je oude kranten had kon je na nat gemaakt te hebben er een balletje van maken, wat dan even brandde. Er waren bijna geen lucifers meer, met een stokje

je bracht een vuurtje over. Bv. van het olie lampje wat laag brandde om olie te sparen.Mensen hebben in hun huis in de Sportlaan boven houten kamertjes gesloopt

om te verstoken. In de nacht werden op straat boompjes om gezaagd zo ook in de Dr.Weitjenslaan.

Anderen gingen op de dag met een bijl en zaag nog wat afknabbelen van de stronk die er nog stond.

Eind februari is het met de “hongertochten” zo goed als afgelopen. De Wieringermeer waar vele “hongertochten” naar toe gingen wordt april nog onderwater gezet.

Men komt in het oosten de rivier de IJssel niet meer over en veel land en wegen worden onder water gezet.

Volgens de directeur generaal voor de voedselvoorziening is er voor de eerste week van het tweede kwartaal 1945 nog maar 500 gram aardappelen en een kleine 500 gram brood voor die week per persoon beschikbaar. Dat is dan het laatste.

Tot zo ver, om een indruk te geven hoe men er voorstond op het eind van de oorlog.

Deed men in de vrije wereld daar dan niets aan. Zeker wel.

Vanuit het verzet berichtte men over de hongersnood naar de regering in Londen. Die ging lobbyen. Kan West-Nederland eerst bevrijd worden vroeg men bij de militaire bevelhebbers. Het Rode Kruis kwam in actie. De Koningin gaf de minister president opdracht Churchill te benaderen en stelde hem op 5 oktober verschillende hulp manieren voor. Hij weigerde echter.

Hij wilde geen contact met de Duitsers alleen een algehele overgave en voor militaire operaties was het gebied totaal ongeschikt en was bang een totaal verwoest

gebied een onderwater gezet land en doden te bevrijden. Heel veel land stond al onderwater en dat is alleen in het voordeel van de verdediger.

De Nederlandse regering had in de V.S. al heel veel goederen aangekocht dat daar opgeslagen was.

In Engeland hield men op 15 oktober een bidstond.

Verschillende landen boden hulp aan. Zoals Zwitserland en Zweden.

Op 18 december gaf Churchill toestemming tot hulpverlening. Ook President Roosevelt drong op hulpverlening aan. Maar de Duitsers hadden bezwaren. De hulp kwam in handen van het Rode Kruis. Probleem was dat het Nederlandse Rode kruis in Duitse handen was en bestuurd door Duitsers waarmee men niet wilde onderhandelen.

In Zwitserland stond 5000 ton levensmiddelen klaar, dat moest via Lissabon verscheept worden met het hospitaal schip de “ Henri Dunant”naar Zweden. Na een deel daar te hebben uitgeladen ( Het schip had een te grote diepgang) kwam het op 8 maart in Delfzeil aan. Het restant van de lading van de “Heri Dunant” is na de capitulatie in Den Helder aangekomen. Een Zwitserse hulporganisatie had ook nog 2650 ton graan gekocht in Beieren. Dit zou per trein naar Rotterdam vervoerd worden. Dat lukte niet. Het graan is toen aan de Duitsers verkocht in ruil voor 2650 ton rogge die in het Roergebied lag opgeslagen. Die rogge kwam daar eind

februari in Rotterdam aan.

Ook Zweden kwam met hulp. Twee schepen de “Noreg”en de “Dagmar Bratt” werden zeer snel geladen met 3700 ton voedsel.” Men verwachtte dat de schepen nog voor Nieuwjaar zouden vertrekken maar dat werd door de grote ijsgang in de Sont pas 24 januari en kwamen zij op 28 januari in Delfzijl aan.

Toen het in Delfzijl was moest het nog verder vervoerd worden. Goederen werden overgeladen in binnenvaartschepen om via de kanalen in Groningen en Friesland.

In konvooi van 10 schepen voorzien van Rode Kruis tekens staken zij op 6 februari het IJsselmeer over naar Holland. Drie dagen later vertrok nog een konvooi van 14 schepen.

Een derde schip de “Hallaren” kwam op 28 februari met 4000 ton goederen in Delfzijl aan. De “Hallaren” is toen het restant van de “Henri Dunant”gaan ophalen maar kon niet de haven van Delfzijl in omdat er gevechten waren met de Duitsers en Canadezen. De andere schepen hebben ook nog meer vaarten gemaakt.

Het” Zweedse Wittebrood”is dus niet door vliegtuigen gedropt. Dit is een bijna niet uit te roeien veronderstelling.

Op 27 februari werd begonnen de eerste brood en 125 gram margarine en 250 gram gort in een paar steden uit te reiken. De distributie en het bakken van brood en vervoeren was nog een heel probleem.

De oorlog zou nog ruim twee maanden duren. Wat van het Rode Kruis kwam was een druppel op een gloeiende plaat. De honger nood zou nog erger worden.

Na de vorst kwam de aardappelen toevoer weer op gang maar stokte weer toen de Canadezen Oost Nederland bevrijde.

Een ander hulp kwam van uit de lucht. Al in de herfst van 1944 was er een plan om voedsel uit de lucht te laten vallen. Men had niet genoeg vliegtuigen die daar voor geschikt waren.

Begin april begonnen de Duitsers in te zien dat het einde naderderde van Duitsland. De Duitsers waren -hetzij terughoud en met veel bezwaren- bereid om met het georganiseerde verzet en de geallieerden -ook van die kant had men wel bezwaren- in gesprek te gaan over het droppen van voedsel.

De geallieerden wilde ook praten over de enorme voorraden voedsel die men in Brabant opgeslagen had -om direct na de capitulatie naar het Westen te brengen- en

al nu in het bezette gebied brengen.

Vanuit Engeland wilde men op zaterdag 28 april al beginnen met het droppen. Door de sterke wind werd dat een dag uitgesteld.

In Engeland was een grote partij Rode Kruis pakketten met klein verpakkingen ± 6 ons opgeslagen om na de capitulatie naar concentratiekampen te brengen. Door dat al enkele kampen waren bevrijd had men een groot deel over. Op 27 april is daar mee geoefend maar ze bleken niet geschikt om te droppen. Voor het droppen waren allen zware vier motorige bommenwerpers geschikt. En konden alleen verpakkingen in jute of linnen zakken en blikken worden  gebruikt.

29 april het zal zo één uur half twee geweest zijn hoorde in huis zwaar motor geronk. We stormden naar buiten en zagen net een grote bommenwerper overvliegen. Renden naar de hoek van de Sportlaan, waar je ver over het weiland kon kijken. Iedereen op de buurt was buiten. Daar vliegen er drie .. Daar nog een twee, drie, nee een hele zwem. Bij die zie je de piloot zitten. Wat een grote vliegtuigen. Kijk daar nog meer.Allemaal kreten van blijdschap. We zwaaiden.Iedereen was door dolle heen. Er komen er nog meer. Zouden ze op het weiland ook eten gooien? Die zondag morgen hadden we het gerucht gehoord dat er droppings zouden komen.

De vliegtuigen waren: “Lancasters “van de Engelse Luchtmacht. De eerste dag 240 machines.Maandag 30 april 484. Op 1mei kwamen ook Amerikaanse B 17 bommenwerpers in actie

Tussen 29 april tot en met 8 mei zijn ruim 5600 vluchten ingezet die ongeveer 11000 ton voedsel dropten.

In die week heb ik veel naar de vliegtuigen staan kijken op de brandtrap van de meisjes mulo bij de zusters in Monster. Op die 4e etage kon je ver kijken. Ik moest

wel naar Monster want ik kon het eten om twaalf uur niet missen. Ik had het gevoel dat de oorlog afgelopen was. Op 4 mei om kwart over acht half negen werd het

erg druk buiten ( het was spertijd; om acht uur binnen)met mijn vader ook naar buiten waar we hoorde dat via de B.B.C.De Duitse capitulatie een feit was. Zaterdag

5 mei voor het eerst des morgens brood van spinaziezaad en wat rogge gegeten. Het was echt niet te eten door het scherpe spinaziezaad. In de loop van de ochtend liep ik in de Voorstraat. Vanuit het huis naast het Vincentius gebouw riep een Duitse soldaat: Kom, en kreeg ik van hem een paar Duitse legerbiscuits.

 

Wat werd er alzo gedropt.

Grondstoffen voor brood,1800 ton bloem 50 ton gist. Aan zuivel producten 340 ton margarine, 270 ton kaas, 170 ton melkpeder.500 ton gedroogde aardappelen.

120 ton eipoeder.460 ton peulvruchten. 530 ton gedroogd vlees, 470 bacon, 300 ton varkensvlees. 80 ton thee. En verder nog zout, mosterd, peper, wat koffie. Met daarin naast levensmiddelen kauwgom sigaretten lucifers en tabletten voor water sterilisatie en legerbiscuits.

Het verzamelen gaf ook grote problemen. Veel moest gereinigd worden.Het gedropte viel in sloten en modderig terrein. Er was veel beschadigt. Afwerpterrein Terbregge was zo drassig, dat wagens er in de bagger zakten, en alles 2600 ton door het aan elkaar door te geven, moest worden verzameld.

Nadat eerst de gaarkeukens, ziekenhuizen en de hulp organisaties zoals het I.K.B. geholpen werden ( vooral bederfelijke waar) Konden op 7 mei de andere vier en één half miljoen mensen een half brood wat margarine en nog keuze uit eipoeder, kaas, worst of bacon bij inlevering van twee bonnen krijgen. Grote gezinnen konden

voor vijf bonnen een legerpakket verkrijgen, alles gratis. Lekkernij voor mij was legerbiscuit met smeerbare reuzel en suiker.Eigenlijk was alles lekker.

Van af 2mei begonnen 200 vrachtauto’s van uit het al eerder bevrijde gebied 1000 ton levensmiddelen naar het noch bezette gebied via Rhenen te brengen. De geallieerden zorgde voor auto’s en benzine. De Nederlanders moesten voor chauffeurs zorgen. Op zaterdag 5 mei voeren de eerste 3 schepen met levens middelen kolen en benzine begeleid door een Duitse torpedobootjager naar Rotterdam. De Duitsers hadden een vaarroute vrijgemaakt. Ook over de Rijn kwamen drie dagen

later nog eens 20 binnenvaartschepen in Rotterdam aan. Van uit Friesland voerde men de eerste week 9000 ton aardappelen naar Amsterdam. Na drie weken was dat opgelopen tot 66000 ton aardappelen.

In de week van 13 mei kon dagelijks al 1800 calorieën aan rantsoenen ter beschikking worden gesteld. In de laatste week van 1944 en de eerste week van januari

1945 waren dat respectievelijk 1035 en 619 calorieën.

Een manifestatie van nationale verbondenheid van het I.K.B. vorm gevonden in een

Een mooi vers van de dichter M. Nijhoff 

 

 De Wonderbare Spijziging

 

Onze Vader die in de hemelen zijt ,

Wij danken U voor Uw barmhartigheid.

Uw zoon Jezus- geprezen zij zijn naam-

Kwam wederom in ons midden staan

En volbracht, als toen hij op aarde ging,

Een wonderbare spijziging.

Wederom, herderloos als wij zijn,

Bevonden wij ons in een woestijn.

Geen voedsel bood het berooid gebied,

Het elders kopen konden wij niet.

Maar Hij was met ons in dat oord.

“Geef hun te eten “ klonk zij woord.

Voorts, nadat men te samen las

de geringe mondvoorraad die er was,

deed hij ons zitten groepsgewijs,

nam, toen wij zaten, de vergaarde spijs,

zag op ten hemel, zegende het brood,

brak het,-en wat ternauwernood

had kunnen volstaan voor één gezin,

bleek toen men het uitdelen ging,

voor een geheel volk te volstaan

Grote dingen hebt Gij aan ons gedaan.

Wij danken U voor Uw Barmhartigheid,

Onze vader die in de hemelen zijt.

 

 

 

 

Begin juni had iedereen weer redelijk te eten. Nederland kon aan de wederopbouw beginnen. Spoor,haven werken, bruggen, ruimen van mijnen,enz.

In het  Zuiden en Oosten van Nederland was door het oorlogsgeweld zeer veel vernield. Er was woningnood. Er kwamen  veel vluchtelingen terug uit Duitsland.

Deze zaken komen ook nog wel eens aan de orde.

 

Ton van Lier

 

Informatie uit:

Het koninkrijk der Nederlanden in de tweede Wereld Oorlog- L. de Jong

Operatie “Manna”-                                                               Hans Onderwater

Onderdrukking en verzet deel 2.”De voedselvoorziening”        Dr.Ir.S.L. Louwes